Job

Phoenix, AZ. USA

55-0223

1
Goedenavond vrienden. Ik ben erg verheugd hier vanavond weer te zijn, om te dienen in de Naam van onze gezegende Here Jezus Christus.
Ik kwam zojuist binnen en ontmoette een vriend van me, een vriend van jullie. Veel mensen kennen hem. Ik vroeg hem of hij vanavond in mijn plaats wilde spreken, maar dat wilde hij niet doen. Het gaat om broeder Paul Cain. Wil je je even hier laten zien, broeder Paul Cain, gewoon even? Broeder Paul Cain, die hier vrienden heeft die prediken. En we zijn altijd blij om onze bezoekende broeders die even van het veld af zijn, bij ons te hebben. We zouden wellicht vele woorden kunnen wisselen over de grote oogst waar we ons nu in bevinden, het oogsten van zielen voor de Meester.
2
Mij werd verteld dat we gisteren een geweldige dienst hadden. Op zo'n manier komt het weinig voor. Maar meestal als we gebedskaarten uitdelen en de mensen naar voren roepen, dan stap ik naar voren en dan zeg ik: “Breng er zoveel hiernaartoe…” We roepen er dan niet al te veel. Maar soms als de Heilige Geest neerdaalt, dan kan Hij méér daarvan doen, Hij gaat dan gewoon van plaats tot plaats.
Ik meen dat mij verteld werd dat een dame, die op een stretcher vastgebonden was, en iemand die op krukken liep, een verlamde vrouw die in een rolstoel zat, genezen werden. Onze Here is God, nietwaar? En Hij is verbazingwekkend en wonderbaarlijk.
3
Terwijl we vanavond, omwille van het Evangelie, Gods gronden benaderen, laat we dan eerst onze hoofden buigen in een woord van gebed tot de Auteur van het Boek, voordat we proberen het te openen.
Onze geliefde Verlosser, vanavond komen we tot U, op basis van Uw uitnodiging dat “Ieder die wil, kome en neme van de wateren des Levens om niet.” Dat is waar we vanavond voor komen, Here, dat U ons nu tegemoet zoudt komen, of dat U door zoudt gaan met deze heerlijke samenkomst die al aan de gang is.
Terwijl ik naar het podium loop en de kinderen hoor roepen, en in hun handen klappen, en zich verheugen omdat ze Eeuwig Leven hebben (Eeuwig Leven kan niet voorbijgaan), de belofte hebben om in de laatste dag op te staan.
En Vader, dat maakt ons blij in deze dag, wanneer alle hoop op aardse regeringen enzovoorts aan het wegebben is. De wereldorde doet een stap terug. Het hoogtepunt van de beschaving is voorbij, maar het Koninkrijk van God marcheert voorwaarts in vol ornaat, het harnas glimt, de banier wappert fier, de Morgenster wijst de weg, van overwinning tot overwinning, tot de laatste slag toe. De uitrusting is opgeruimd, het laatste gebed is gebeden, de Bijbel ligt gesloten, de rook van de strijd smeult nog na en de zon is onder gegaan. Dan zal Jezus komen. Wij zullen Hem zien, de Geliefde.
4
Vanavond bidden we, Here, voor elke prediker, mijn broeders hier op het podium, in het bijzonder voor broeder Cain nu, die U nodig heeft, en die verlangt dat Uw grote kracht op hem zal zijn. Wij bidden dat U hem op een geweldige manier zult zegenen.
Zegen de hele geestelijkheid, overal waar men de Naam van de Here Jezus noemt. Zegen de leken, de vreemdelingen in onze poorten; genees de zieken en de aangevochtenen. Vader, open het Woord aan ons, zou U dat niet willen doen? Want wij vragen het in Jezus' Naam. Amen.
Ik houd min of meer van het Woord. Ik begon vanmiddag pas met lezen en ik was nog een beetje moe van gisteravond. De zalving van de Heilige Geest verliet me gisteravond niet al te vlug. En vandaag had ik echt een groot feest door het lezen in Genesis.
En op een dag hoop ik, zo de Here wil, het land te doorkruisen om slechts het evangelie te prediken, slechts opwekkingen, niet… enkel van gemeente naar gemeente te gaan, van plaats tot plaats. Ik houd ervan om een echte, ouderwetse, overweldigende opwekking te zien, zielen die geboren worden in het Koninkrijk van God.
5
Het is tamelijk moeilijk wanneer het gemengd wordt met genezing enzovoorts, om telkens om te schakelen. Het voor een paar avonden volhouden op deze manier, slechts een paar avonden, mat je helemaal af. Dus op die manier, misschien zou ik een hele maand blijven, en dan zou je werkelijk een opwekking hebben.
We willen onze gedachten vanavond richten op Job, het 19e hoofdstuk, en ongeveer het 25e tot 27e vers, we willen enkel als uitgangspunt een gedeelte uit Zijn Woord lezen.
6
En voordat we dat gaan doen geloof ik dat dit nog een nieuwe doos met zakdoekjes is waarover gebeden moet worden, voordat ik dat vergeet. Zullen we daarom nu een moment onze hoofden buigen voor gebed, terwijl u met mij mee bidt.
Onze hemelse Vader, U die zelfs weet wanneer een musje sterft. Geen enkel musje kan doodgaan zonder dat Uw geweldige Geest, Die zo gevoelig is voor alles, dat zelfs als de kleine onbeduidende vogel op straat neervalt, Vader er alles van af weet. Hoeveel te meer weet U dat wij, Uw kinderen, verlost door het Bloed van Uw Zoon, uitverkoren door genade, onze hoofden buigen in nederigheid voor U, om door het bloedende offer van de Here Jezus Christus om genade te vragen voor onze verwanten.
Hierin zit een kleine bruine broeken, zakdoekjes, en kleine slabbetjes voor baby's. Zij hebben een nood, Here. Wilt U genadig zijn? Ik bid dat U ze allemaal zult genezen. Het zijn slechts symbolische dingen, Here. Wij beseffen dat de prijs voor de genezing allang betaald is daarginds op Calvarie. U werd verwond voor onze overtredingen, door Uw striemen is ons genezing geworden op Golgotha. Maar dit zijn kleine symbolen van geloof dat we U liefhebben, en U geloven, en dat we voor elkaar bidden, zoals U zei: “Onze zonden aan elkaar te belijden en voor elkaar te bidden, opdat we genezen zullen.”
Vader, ik verzend deze kleine zakdoekjes, en deze kleine spullen, naar de behoeftigen, en bid dat U ieder van hen gezond zult maken in de Naam van Uw Zoon, de Here Jezus. Amen.
7
Met die kleine spullen hebben we zoveel dingen voor elkaar gekregen. Ik heb er ongeveer duizend of meer per week vanaf het kantoor verstuurd. En zoveel dingen werden gedaan door het opleggen van zakdoekjes. De Here heeft het op een fantastische wijze gezegend. Getuigenissen, getuigenissen van wat onze Here gedaan heeft, slechts door de zwakke inspanningen van het opleggen van zakdoekjes op de zieken.
Wij beseffen dat er geen kracht in de zakdoek ligt, het is alleen maar een stukje stof, niet meer waard dan de stof die u draagt. Maar je doet iets en je volgt de Schrift.
8
Een tijd geleden ginds in Louisiana, gingen broeder Moore, hier op het podium, en ik een heel eind weg naar een stadje, naar een kleine gemeente waar we een samenkomst hadden. En zijn lieve dochter en vrouw, en ieder van hen ging mee.
En ik had mijn koffer mee, die de mensen mij vele jaren geleden gegeven hadden in Californië, en ik had net een nieuw pak gekocht. Dat had ik in mijn koffer en ik had een oud pak aan. En hij had de koffer bovenop de auto gelegd, en reed met grote snelheid door Louisiana heen.
Opeens, toen we daar aankwamen, bemerkten we dat de koffer niet meer op het dak lag; hij was verdwenen. Ik had nog niet eens een zakdoek bij me. Dus hij was heel erg terneergeslagen. Ik zei: “Oh, de Here zal daarvoor zorgdragen.”
Mijn hele garderobe, behalve mijn overalls die thuis zijn, zat erin. Daarom zei hij: “Broeder Branham, ik ga op pad om een nieuw pak voor u te kopen.”
Ik zei: “Nee, alles komt in orde.”
Hij zei: “U hebt geen schijn van kans, broeder Branham, die spullen zijn we al een heel eind terug kwijt geraakt,” en hij zei: “Er wonen heel veel kleurlingen aan deze weg. En hij zei: ”Zodra een man de weg afkomt en de koffer zal vinden….“
Ik zei: “Mijn Bijbel zit erin, mijn naam stond erin.”
Hij zei: “Als hij die koffer vindt, broeder Branham, wat hij zal gaan doen…, hij zal die pakken verkopen,” enzovoorts.
Ik zei: “Nou, misschien heeft hij het méér nodig dan ik. Omdat de Here ze aan mij gegeven heeft, daarom heeft hij ze wellicht méér nodig; de Here geeft ze aan hem.” Ik zei: “En als hij mijn Bijbel zal vinden, en als hij mij zou kennen”, ik zei: “dan zal hij hem hoe dan ook terugbrengen.”
Hij zei: “Oh nee, broeder Branham, als een zondaar hem vindt dan zal hij de kleren verkopen.” En hij zei ook: “Als een Christen hem vindt, dan zullen ze die pakken verknippen en ze naar elkaar opsturen als gebedsdoeken.” Hij zei: “U maakt geen enkele kans.”
Daarop zei ik: “We zullen gewoon de Here vertrouwen.”
9
Twee dagen gingen voorbij, en broeder Brown daarginds, zei: “Ik wil me hier ook mee bemoeien. Ik wil absoluut een paar nieuwe pakken voor u gaan kopen.”
Ik zei: “Nee, de Here zal ze op de een of andere manier terugbrengen.”
Dus, twee of drie dagen gingen voorbij, toen hij zei: “Kijk, we hebben daar een politieagent ontmoet, en de politie zei: 'Natuurlijk, ik zal de weg opgaan en ernaar zoeken.' (Zijn moeder was in mijn samenkomsten genezen). Hij zei: 'Natuurlijk.'” Dat was iemand van de rijkspolitie, en we hadden hem dus verteld dat we de koffer verloren hadden, ver weg ergens in de buurt van de moerassen, oh, misschien wel 300 tot 500 kilometer van waar we waren.
Dus de volgende dag gingen we erheen en broeder Jack stond erop dat ik toch een nieuw stel kleren moest krijgen.
Hij zei: “Tjonge, 1500 kilometer van huis, geen kleren thuis en ook geen kleren hier.” Hij zei: “Wat gaat u doen zonder ook maar een zakdoek of een schoon overhemd?”
Ik zei: “Oh, de Here zal daarvoor zorgdragen.”
10
Vervolgens gingen we naar broeder Brown's huis, en toen hij naar buiten kwam was broeder Brown ook van plan om me kleren te laten kopen.
En net op het moment dat broeder Brown naar buiten kwam, ging de telefoon. Het was een oude kleurling broeder die opbelde en zei: “Is broeder Branham daar? Ik heb zijn koffer gevonden, ik ben onderweg.” Vertrouw op de Here. Amen.
Wat het ook moge zijn, alle dingen werken mee ten goede. U kunt gewoon niet verliezen wanneer u een Christen geworden bent, u kunt gewoon niet verliezen. Vertrouw alleen op Hem, en hoe de weg ook gaat, houdt uw zeilen op Zijn Geest gericht. Hij zal u de haven in loodsen. Het zal allemaal in orde komen.
11
In Job, als u uw Bijbel bij u hebt, voor degenen die notities maken. Voor enige ogenblikken, niet wetende wat de Heilige Geest vanavond zal gaan doen… Avond na avond begrijpen we niet hoe Hij werkt. Hij werkt op geheimzinnige manieren om Zijn wonderen te verwezenlijken.
In het 25e vers (hoofdstuk 19) lezen we dit:
Want ik weet dat mijn Verlosser leeft, en dat Hij in de laatste dagen op aarde zal staan;
En hoewel de huidwormen dit lichaam vernietigd zullen hebben, zal ik toch in mijn vlees God aanschouwen;
Moge Hij de zegeningen aan het Woord toevoegen.
Job, het oudste boek in de Bijbel, wordt verondersteld zelfs geschreven te zijn voordat Mozes Genesis schreef. Maar het oudste boek in de Bijbel spreekt over verlossing, en tòch bestond er al veel eerder verlossing. Verlossing is één van de oudste dingen in de Bijbel. Wist u dat verlossing er al was - dat het plan van verlossing al uitgetekend was voordat de wereld ooit geformeerd werd? Denkt u daar maar eens aan. God die voorzag, en een plan van verlossing maakte voordat Hij de aarde zelfs maar gemaakt had.
Want de Bijbel zegt duidelijk dat Christus voorbestemd was, van te voren verordineerd, en dat Hij het Lam van God was, geslacht vóór de grondlegging van de wereld. Dat is juist. Lang voordat de wereld gemaakt werd had God al een plan van verlossing.
12
Zodra Satan… Weet u, het oude twistpunt is: Waarom had God dan niet dit allemaal [dit kwaad] kunnen overslaan, zodat dit er allemaal niet was? Maar God had Satan bijna gelijk aan Hem gemaakt, Satan nam de dingen van God en verdraaide ze in slechte gedachten, en daardoor begon hij dingen ten kwade te verdraaien in plaats van ten goede. En zodra dit eerste kwaad geschied was, haalde God meteen uit Zijn grote schatkist van liefde een plan van verlossing.
Hij hoefde niet eerst te gaan zitten om alles te overdenken hoe het toch zou zijn. Hij was God, oneindig. Hij wist al hoe het zou worden. Hij had het in Zijn hart hoe Hij het allemaal zou laten gebeuren. En dan, als Hij de Gemeente van te voren kende, Christus van te voren kende, het plan van te voren kende, en het allemaal op orde stelde en de wereld rond liet draaien. En aangaande u, u bent aan uzelf gestorven, dood in Christus, en levend, nadat u aan uzelf gestorven bent, bent u levend in Christus, en God werkt alle dingen mede ten goede voor degenen die Hem liefhebben, en hoe kunt u dan verliezen? U kunt gewoon niet verliezen; er is geen sprake van verliezen.
13
De Gemeente zou dat werkelijk kunnen gaan ontdekken. Als u positioneel gezien uw plaats in Christus kunt vinden, dan zullen al die andere dingen als een schaduw vervagen. Een ieder die tot God komt, en dit is waar, moet de schaduwen doormaken, en verzoekingen, en vrees, enzovoorts, maar laat uzelf daardoor niet helemaal van uw stuk brengen.
Wat stelt nu een beetje lijden voor een poosje voor, terwijl u weet dat de heerlijkheid van God in de laatste dagen wanneer Jezus komt, geopenbaard zal worden, wanneer we aan Hem gelijk gemaakt zullen worden? Hij laat alles precies samenwerken. Wist u, misschien als u ziek zou zijn, of als iets met u zou gebeuren, dat God dat wellicht moest doen om u een beetje dichter bij Hem te brengen?
14
Weet u, er werd mij een keer verteld; ik weet niet of dit het originele verhaal is of niet, maar de zendeling vertelde me dat het in Palestina was. Ongeacht waar het was, hij zei dat hij een herder met de schapen zag aan komen. En hij zei: “Één schaap moest hij verband om doen, en hij had een spalk om zijn poot. En hij zei: ”Is het schaap gevallen, meneer, en heeft het zijn poot bezeerd?“
Hij zei: “Nee.”
Hij zei: “Wat is er dan met zijn poot gebeurd?”
Hij zei: “Ik heb hem gebroken.”
Hij zei: “Hebt u hem gebroken? Dan moet u toch wel een erg wrede herder zijn om dat te doen.”
Hij zei: “Nee. Kijk, dit schaap wilde niet naar mij luisteren, en bleef maar afdwalen, en ik wist dat het op die manier gedood zou gaan worden. Dus ik moest zijn poot breken om het dichtbij me te brengen, en om het een beetje een speciale behandeling te geven, en het uit mijn hand te laten eten en het draagt ertoe bij dat het me meer liefheeft.”
Dus God moet waarschijnlijk soms iets met u laten gebeuren, opdat hij u een beetje dichter bij Hem kan brengen, en u dan wat extra liefde geeft, en u dan ook een beetje een speciale behandeling kan geven, een genezing, dan zult u zeggen: “Ja, Here, ik geloof dat U bent.” Ziet u? Dat is alles. Ziet u hoe God dat doet? Is Hij niet wonderbaar? We geloven Hem gewoon.
15
Verlossing, en God heeft een systeem om te verlossen. Als een mens niet kan… 'Verlossen' betekent 'teruggebracht worden'. Het is net als bij dat oude gezegde: Elke keer als ik een pandjesbaas zie, met het symbool van die drie bollen die naar beneden hangen [oorspronkelijk symbool van Italiaans Lombardije - vert.], u weet wel aan de voorkant, dan moet ik denken aan… Nu, ik hoop dat er hier geen pandjesbaas is; als dit wel zo is dan heb ik het niet over u, meneer. Het is slechts uw manier om in het levensonderhoud te voorzien. Ik veronderstel dat het legaal is, en u hebt evenveel recht om het te doen als iemand anders.
Maar een pandjesbaas doet me altijd denken aan… weet u, de duivel plaatst ons in een pandjeshuis, maar Christus heeft ons verlost. Hij kwam in ons leven binnen en kocht ons terug uit het pandjeshuis van de duivel, ziet u? Hij zet ons in het pandjeshuis, maar Christus kwam en betaalde de prijs, en wij zijn vrij.
En weet u wat het probleem hiervan is: de mensen realiseren zich dat niet, ze denken dat u iets moet doen om vrij te worden. U bent al vrij, het enige wat u moet doen is dat te weten. U zegt: “Nu, er is iets wat ik moet doen, broeder Branham, ik moet…”
Nee, u hoeft helemaal niets te doen. Door genade bent u gered. Ziet u het? Het is niet iets dat u moet doen, er is helemaal niets dat u zou kunnen doen om eraan te voldoen. Het plan was reeds gemaakt; voor verlossing werd al betaald, het enige dat u hoeft te doen is het aan te nemen.
16
Op een keer was er een boer. Er zaten kraaien op zijn veld; ze waren onderweg naar het zuiden. En die kraaien waren op zijn veld gekomen om wat graan en zo te pikken. En de boer had een val gezet en een kraai gevangen. Hij bond de arme stakker vast aan zijn poot, en zei: “Ik zal de rest van hen hiermee bang maken zodat ze weggaan.”
En de andere kraaien vlogen wat rond en zeiden: “Kom op, Johnny Kraai; laten we snel naar het zuiden vliegen. De stormen en de winter komen eraan.”
En Johnny Kraai probeerde dan vooruit te krabbelen, maar dat lukte hem niet. Hij was vastgebonden. En op een dag kwam een mens met een vriendelijk hart voorbij. De arme oude kraai was bijna omgekomen van de honger en kon nog amper staan. En hij zei: “Ik heb medelijden met die arme vogel.” Hij liep erop af, sneed de touwen door, en liet de kraai los. Maar weet u, hij was zo lang vastgebonden geweest dat hij nog steeds dacht dat hij vast zat.
De andere kraaien die over vlogen schreeuwden: “Johnny kraai, kom op, laten we zuidwaarts gaan. Schiet op; de Noordelijke winden waaien al.”
De oude kraai riep dan terug: “Ik kan het niet omdat ik nog steeds vast zit.” Ziet u, hij was vrij en wist het niet.
17
En vele mensen zijn vanavond op die wijze. Die dames, of wie het ook waren die gisteravond in rolstoelen zaten, zij hoorden het goede nieuws. Vanavond zijn hun rolstoelen hier niet meer. Waarschijnlijk zitten ze daarginds ergens tussen het publiek. Ziet u? Zij waren vrij; zij waren heel de tijd al vrij. Jezus sneed hen los op Golgotha, toen de Bloedstroom uit Zijn lichaam kwam om elke persoon van ziekte te bevrijden.
De zondaren die Christus gisteren aannamen, zaten gisteravond nog vast aan de ketting van zonde, en deze avond genieten ze van de vrijheid van de Here Jezus, nadat ze de bekendmaking van de bevrijding gehoord hebben; ze zijn vrij.
18
En in de tijd van de slavernij, voordat de Emancipatieproclamatie (lett.: bekendmaking van bevrijding) getekend werd, is me verteld dat de slaven in het zuiden de heuvel op klommen. Ze zouden bij zonsopgang vrij zijn. Sommigen konden hoger klimmen dan de rest. De ouderen konden niet zo hoog, de jongeren gingen naar de top van de heuvel, want zodra ze de zon zouden zien zouden ze vrij zijn.
Degenen die het hoogst waren geklommen riepen, zodra de zon nog maar een glimp van zich had laten zien: “We zijn vrij!” Ze schreeuwden het nieuws door naar de volgende groep, toen begonnen zij te roepen en te schreeuwen: “We zijn vrij!” Zo werd het nieuws van de berg af doorgegeven: “We zijn vrij!”
En elk mens die de Zo(o)n ziet, is vrij. U begrijpt wel wat ik bedoel. U ziet de Zoon, u ziet Hem op de wijze van openbaring dat God Hem aan u geopenbaard heeft. De enige manier dat u het ooit zult weten, is wanneer God Hem aan u geopenbaard heeft. Dat is het fundament van heel de Schrift.
“Vlees en bloed hebben het niet aan u geopenbaard, maar Mijn Vader die in de hemel is. Op deze rots zal ik Mijn gemeente bouwen.” Klopt dat? Dan is het de geestelijke openbaring van de Here Jezus Christus, waar Hij Zijn Gemeente op gebouwd heeft.
19
De mensen die in die vroegere dagen geleefd hebben wisten niet dat het op die wijze zou zijn. Als ze door geloof het hele tijdsbestek van verlossing zouden hebben gezien, en ze mensen gezien zouden hebben die absoluut in aanraking kwamen met de onfeilbare bewijzen van verlossing, en zich dan omkeerden en er afstand van namen … Dat is het trieste ervan, degene die losgemaakt is maar niet vrij wil zijn.
Nu, Adam in de hof van Eden, toen hij voor de eerste keer gezondigd had, toen had God heel snel voor hem een manier om hem te verlossen, zodra hij gezondigd had. God maakte een weg van verlossing. En voordat Adam ooit weer tot gemeenschap met de Vader kon komen, moest God een onschuldig lam of schaap slachten, en een kledingstuk voor hem maken om aan te trekken, en moest Hij het welkomsttapijt voor Adam uitrollen, opdat Adam terug kon wandelen op het tapijt van verlossing, om opnieuw in Zijn Tegenwoordigheid te komen.
God heeft al altijd een verlossingsplan gehad, en dat is door het Bloed geweest; al vanaf het prilste begin en ontstaan van de tijd werd dat voorzien in Gods verstand, voordat de wereld ooit in bestaan kwam.
20
Nu, toen Adam en Eva, onze eerste vader en moeder, uit de Hof van Eden wandelden, was het een bewolkte dag, de zonde hing boven hun hoofden, de donkere wolken hingen om hen heen nadat ze het bericht over hun eeuwige bestemming ontvangen hadden. Zij wandelden met deze bloedige schapenvachten om hen heen, de Hof uit, ze hadden een klein straaltje hoop ontvangen, dat er ooit eens een verlosser zou komen. Ziet u? Zij hadden een straaltje hoop. Het was bewolkt en donker, omdat tranen van spijt van hun wangen afrolden vanwege hun zonden.
En zij hadden spijt van hun zonden, maar zij wisten dat er ergens een verlossing zou zijn omdat Hij zei: “Ik zal vijandschap zetten tussen haar zaad en het zaad van de slang.”
Veel mensen zeggen wanneer ze de 23e Psalm citeren: “Al wandel ik door de donkere valleien van de schaduwen des doods…” Maar er staat niet 'donkere vallei', er staat: “door de vallei van de schaduw…” Want als het donker is, kan er geen schaduw zijn. Er is een zekere hoeveelheid licht nodig om een schaduw te laten onstaan.
21
De dood heeft dus na dat prille begin, nooit een volledige duisternis gekend; het was een schaduw. Er moest dan dus een zeker percentage licht zijn. Toen Adam en Eva uit de Hof van Eden wandelden, gingen de schaduwen van verlossing voor hen uit.
In de wetten van Mozes, in de heilige plechtigheden, en in de offers, en dergelijke, was er ook al een voorafschaduwing van de komst van het volmaakte Offer te zien, van het volmaakte plan van Gods verlossing. Toen zij deze dingen voorzagen door het bloedende offer van de dieren die ze aan het slachten waren, als een tussenstap of een bedekking van hun zonden, voorzagen ze in die schaduw de komst van de Here Jezus.
En zo ging het destijds totdat aan het einde, uiteindelijk, het ochtendgloren uit de hemel tevoorschijn kwam, en degenen die in de regionen van de schaduwen van de dood gezeten waren, zagen een groot licht. Toen God Zelf hier op aarde bekend gemaakt werd, om zonde weg te nemen, toen zagen ze volle verlossing door God Zelf. [Deze schaduwen waren er] totdat het hemelse ochtendgloren tevoorschijn kwam.
22
In het Oude Testament, onder de schaduwen en de wetten en de typeringen, gaf God die dingen als vooraanduiding van de komst van de Zoon van God. Bijvoorbeeld in de dispensatie van Mozes' wetten toen God Mozes verteld had om een lam te nemen (de eerstgeborene van het moederschaap), en om het te brengen op de tiende dag, en om het tot de veertiende dag te houden om onderzocht te worden, te reinigen, en te ontdekken of er enig gebrek aan het lam was…
U kent vast wel de wet van verlossing in het oude testament, hoe de onschuldige voor de schuldige moest sterven. Heel de weg van Eden tot het kruis stierf de onschuldige voor de schuldige.
23
Onder de oude verlossingswetten ging het er als volgt aan toe: Laten we bijvoorbeeld zeggen dat buiten in de wei een kleine muilezel geboren werd, en dat deze kleine muilezel beide oren gebroken had, scheel zag, X-benen had, en dat zijn staart recht omhoog steekt…, wat een verschrikkelijk uitziend schepsel. Als de kleine gast voor zichzelf zou kunnen denken, dan zou hij gezegd hebben: “Nou mamma, ik veronderstel dat wanneer de baas van het huis eraan komt dat hij me de kop zal inslaan. Ik ben helemaal niets waard. Ik zal nooit in staat zijn het te kunnen halen, omdat kijk… kijk eens wat een verschrikkelijk uitziend ding ik ben.”
Dat is de manier hoe mensen nog steeds proberen te denken; ze zijn onwaardig. Dat bent u; wij zijn allemaal onwaardig. Maar als de moeder goed geïnstrueerd was in de verlossingswetten, dan zou ze gezegd hebben: “Lieverd, kijk, de priester zal jou nooit zien. Maar de heer van het huis zal een lam zonder vlek of rimpel moeten nemen, en naar dat lam moet aandachtig gekeken worden. En het lam zal gedood moeten worden, zodat jij kunt leven.”
Hij zou dan zeggen: “Waarom moet dat zo, mamma?”
Zij zou dan zeggen: “Omdat je onder een geboorterecht bent geboren; je bent de eerstgeborene.”
24
En zo is het vandaag. Wij die schuldig en onwaardig zijn, behoorden te sterven. We zijn het niet waard om te leven; we zijn het niet waard om tot Christus te komen; we zijn het niet waard om iets te vragen; maar God kijkt nooit naar je onwaardigheid; Hij kijkt naar het Lam. Dus als Hij geen fout kan vinden in Christus, dan bent u vrij. Ziet u dat? Hij stierf in uw plaats. Welnu, als er enige fout in Hem zou zijn, dan zou u nog niet vrij zijn. Maar God onderzoekt ú niet; Hij onderzoekt het Lam.
U zou mogen zeggen: “Ik ben niet waardig om vanavond uit deze rolstoel te wandelen.” En dat is juist, dat bent u ook niet, maar God onderzoekt niet u; Hij onderzoekt Christus. En als Hij waardig is dan kunt u gaan wandelen. Ziet u? Dat is juist. Het hangt ervan hoe u erover denkt.
U mag zeggen: “Broeder Branham, ik ben een verschrikkelijke vrouw; ik heb verkeerd geleefd. Ik heb zelfs mijn huwelijksgelofte verbroken, en ik heb dit en dat gedaan…”
“En ik zal het u zeggen, meneer Branham: Ik ben een dronkaard geweest, ik heb dit heus gedaan…”
Het maakt niet uit wat u gedaan heeft, God ziet u niet; Hij ziet het Lam. En Hij heeft al lang het Lam geaccepteerd, dus dan bent u vrij. God kan u niet zien; Hij ziet het Lam dat in uw plaats gestorven is. Dat is genoeg om een kerel te laten jubelen, nietwaar? Zeker. Wanneer u daaraan denkt, aan die beginselen van het Woord.
25
Gelooft u in juichen? Ik hoorde het u een poos geleden nog doen. Weet u, zelf ben ik niet erg emotioneel, geloof ik. Natuurlijk word ik af en toe een beetje religieus, en krijg er dan zin in om er een poosje mee door te gaan. Maar weet u, het komt mij in gedachten dat zoveel mensen juichen, blijdschap in het Christelijk hart bekritiseren. We zouden blij moeten zijn. We hebben een heleboel om blij over te zijn. Als er iemand in de wereld is die blij behoorde te zijn, dan zijn wij het wel.
26
Dit doet me denken aan een boer die niet veel op een boer leek. Hij had een hele hoop grote mooie schuren, tractors, maar de kerel was te lui om te werken. Dat was er aan de hand. Hij maakte geen hooi gereed. En dat doet me denken aan enkele van deze grote kerken, en aan theologen die niet diep genoeg willen graven om werkelijk het Woord van God te nemen. Zij hebben grote kerken met veel muziek, en een hoop verfijnd spul, maar daar gaat het helemaal niet om. Enfin, de boer wilde niet werken.
En zijn buurman had een kleine oude boerderij daarginds, en hij had niet echt iets wat op een stal leek om zijn vee in te houden, maar hij was wel een ondernemend man; hij werkte echt, liet grote aren alfa-alfa groeien, en stopte dat in datgene wat hij had wat op een stal leek, dat is, zeg maar, de man op het zendingsveld.
27
Dus weet u, toen werd het winter, en in allebei de stallen werd een klein kalf geboren. Het erop volgende voorjaar, toen de lentewinden gingen waaien, brachten ze de kalfjes in de wei. Dit ene kleine kalf dat uit die grote kathedraal kwam, was zo slap, hij kon helemaal niets verdragen. De wind blies hem bijna om. Hij wandelde daar buiten en de kleine kerel had niets te eten gehad om zich de hele winter mee te voeden. Hij werd dus erg zwakjes gevoed, en hij had niet erg veel kracht om op te staan. Geen wonder dat ze niet in Goddelijke genezing kunnen geloven, ze hebben wat vitamines nodig.
Het volgende wat plaatsvond was dat ze het andere kalf uit die andere schuur naar buiten haalden, en broeder, hij was geheel doorvoed en rond. Hij had goed alfa-alfa-graan gehad, genoeg vitamines, en hij was helemaal vet en rond. Die wind begon hem te slaan, die machtig ruisende wind kwam naar beneden, weet u. Tjonge, hij sprong enkel omhoog en schopte met zijn poten naar achteren, en rende rond in het weiland zo snel als hij kon.
En dat kleine splinterdunne kalfje uit die geweldig grote mooie schuur, stak zijn kop door een opening in het hek en zei: “Tss, tss, tss, wat een fanatisme.” Hij was enkel ondervoed.
28
Dat is er vandaag met de kerk aan de hand, ze is ondervoed. Christus stierf voor zondaren, zodat die vrij zouden kunnen zijn. Jazeker. Hij stierf om de zieken te genezen. Het is geen fanatisme.
Laat de Heilige Geest u een keer aanraken, en u zult zich dan ook een beetje opgekalefaterd voelen. Jazeker. Krijg eerst enige goede rijke vitamines uit het Woord van God. Dat is de beste Vitamine die ik ken, het Woord van God.
29
Enfin, Mozes onderzocht het lam en zei: “Jullie nemen allemaal een lam, uit elk huis, en het moet eerst opgevoed en getest worden.”
Luister nu even, jullie die pas bekeerd zijn. We danken God dat er elke avond velen zijn. En let op, het eerste wat er langskomt, is een test. Zodra u tot Christus komt gaat er iets gebeuren. Elke zoon die tot God komt moet eerst getest worden, geschroeid, een beetje geslagen. De dingen gebeuren om u werkelijk te testen.
Het is kinderopvoeding. Gelooft u in Schriftuurlijke verzoekingen, Schriftuurlijke kinderopvoeding? De Bijbel spreekt over het trainen van een kind door opvoeders enzovoorts, om ze op te voeden, ze recht te trekken, en ze te geven wat hun toekomt.
30
Dat is er vanavond aan de hand; predikers hebben bij de mensen in de samenkomst bijna van alles toegelaten. Ze hebben een kleine kinderopvoeding nodig. Dat is juist. Dat is er vandaag met de wereld aan de hand, de oorzaak dat er zovelen in de de jeugdcriminaliteit zitten; wij hebben wat kinderopvoeding nodig. Ik denk dat er een heleboel oudercriminaliteit bij zit.
Mijn vader geloofde echt in kinderopvoeding. Hij had een zweep boven de deur liggen, en een riem aan de muur hangen. Wij wisten wat dat inhield. Het is te erg dat we daar ooit van zijn weggegaan, nietwaar? Ja.
Kinderopvoeding… Wij hebben predikers nodig die het Woord prediken, ons de waarheid erover vertellen, ons vertellen dat we wederom geboren moeten worden, en ons brengen naar de basis van het vergoten Bloed van Jezus Christus, de Zoon van God, om al de goede dingen te introduceren die God voor ons heeft. Dat is een feit, meneer. Hier hebt u het. Dat is het soort waar u de vitaminen vandaan krijgt. Het zou in een schuur kunnen zijn, of op het zendingsveld, maar in ieder geval is dat de hoofdzaak, namelijk dat u gevoed wordt.
31
Merk op. Maar het moet nu eerst beproefd worden, en vervolgens 's avonds voor de ouderlingen gedood worden. En u merkt op dat de Bijbel enerzijds spreekt over het lam van verlossing, dat gaat over enkelvoud: doodt het lam. Maar anderzijds doodde elke familie een lam.
Maar ze representeerden allemaal het ene Lam. En dat betekent in werkelijkheid dat er vele zendingsvelden zijn, of vele kerken, gemeenschappen van gelovigen, die allemaal dat ene Lam representeren. We voeden ons allen met hetzelfde Lam. Ziet u wat ik bedoel?
Hier is de ene kerk, een andere daarginds, eentje in Afrika, eentje in Azië, maar ze eten allemaal van hetzelfde Lam. De verlossing komt van hetzelfde Lam. En ons wordt het lichaam van de Here Jezus te eten gegeven, wat het Woord is. “In den beginne was het Woord, en het Woord was met God, en het Woord was God. En het Woord werd vleesgemaakt en woonde onder ons.”
32
Wij ontvangen Hem in de vorm van het Woord. En een correcte herder zal zijn samenkomst voeden met het Woord, het Lam. Neem het, zonder water, niet gekookt, eet het slechts rauw - geroosterd met bittere kruiden. Soms is het tamelijk hard, u moet een paar dingen opgeven, maar wees niet ongerust, het is in orde. Eet het hoe dan ook. U komt in gereedheid voor de reis. Ziet u het?
Het bloed met de hysop werd vervolgens op de deurposten gestreken. En de Israëlieten waren binnen in huis. Er was geen enkel ander ding meer wat ze moesten doen, alleen maar onder het bloed komen. Dat was Gods verlossingsplan, onder het bloed, eenmaal onder het bloed was je veilig.
33
Tjonge, ik wou dat ik dat er nu in kon drillen. Éénmaal onder het bloed was je veilig: Hebreeën 10: “Want door één Offerande heeft Hij voor eeuwig volmaakt degenen die geheiligd zijn.” God zei dat. Dat is Zijn Woord. Door het offeren van Zijn Bloed, gewassen…
Wanneer een man in het Oude Testament iets verkeerds had gedaan, dan nam hij het lam, legde het op het altaar, plaatste zijn handen op zijn hoofd, beleed zijn zonden, en sneed zijn nek af.
En als het kleine beestje aan het sterven was en trilde en bloedde, besefte de zondaar dat híj dat zou moeten zijn en dat het lam zijn plaats innam. Maar hij ging dan weer naar buiten met hetzelfde verlangen. Als hij betrapt was op het bedrijven van overspel, stelen, liegen, wat hij ook maar deed, hij liep verder met hetzelfde verlangen, omdat binnenin die bloedcel niets anders aanwezig was dan dierlijk leven. Het werd door seks geboren en had niet de kracht om het weg te nemen, het diende slechts als een voorafschaduwing.
Maar Christus stierf éénmaal, en door het breken van Zijn Bloedcellen, niet door seks, het was God Zelf. Bij het éénmaal plaatsen van uw hand op Zijn hoofd, en het belijden van uw zonden, en door het voelen van de gebeurtenis van Calvarie, toen Hij als een zondaar in uw plaats stierf, dan hebt u nadien geen verlangen meer naar zonden.
De aanbidder die éénmaal door het Bloed van Jezus gereinigd werd, heeft geen verlangen meer om te zondigen. Het zegt niet dat u niet meer zondigt, maar u hebt geen verlangen om het te doen. Geen verlangen meer om te zondigen. Alles gaat eruit door het wassen van het Bloed van Jezus Christus, het reinigt ons van alle ongerechtigheid.
34
Ziet u het plan, hoe dat God ons wil verlossen? Toen wij Eden verlieten, het was een prachtig stel toen in de Hof van Eden, die lieflijke, kleine lieverd met haar echtgenoot. En dan door de val brengt God ons regelrecht terug door verlossing, door ons linea recta weer terug te voeren naar onze oorsprong.
We worden niet teruggebracht naar de engelen. En als u al die restaurants binnenkomt dan hoort u die lelijke schreeuwerige muziekboxen, of hoe het ook alweer heet, dat schreeuwerige “Een bruinogige engel wacht op mij.” Nonsens! Als uw geliefde vrouw of iemand is heengegaan, dan wacht ze daar op u als een onsterfelijk menselijk wezen.
God maakte engelen, maar ons maakte Hij mensen. Hij maakte ons menselijke wezens. Hij heeft ons niet terug verlost tot engelen; Hij heeft ons terug hersteld tot waar wij in de allereerste plaats waren: Menselijke wezens die eten en drinken, iemand die werkelijk is. Ziet u het? De weg van het kruis brengt ons alleen maar naar huis.
35
Toen de Israëlieten zich daar eenmaal hadden gevestigd, wat gebeurde er dan als ze zich afvroegen: “Nou, ik ben niet waardig. Wat kan ik nog doen?”
U hoeft niets te doen. Het enige is om onder het vergoten Bloed te komen. Dat maakt de zaak vast. Eénmaal onder dat Bloed bent u veilig.
Wat als de doodsengel met zijn zwaard in zijn handen door het land zou bewegen? U hoeft zich dan niets meer af te vragen. Om dan bevreesd te zijn zou een belediging zijn voor Jehovah. Als een mens die onder het Bloed is zich bang voelt dat God Zijn Woord niet zal houden, dan is dat een belediging voor Hem. Als hij zegt: “Jehovah, misschien is dit Uw Woord, maar ik weet niet of het juist is of niet.”
O, schaam u dan! Want éénmaal onder het Bloed zegt Hij: “Ik ben de Here die U geneest.” Ik geloof het. Dat is genoeg. Beledig Hem niet.
Hij zei: “Hij die tot Mij komt, Ik zal Hem op geen enkele wijze verwerpen.” Ik geloof het. Wanneer u eenmaal onder het Bloed bent gekomen, neem dan Zijn Woord voor alles wat Hij zegt.
36
En elke gelovige… Hier is het, vat het. Voor elke man of vrouw die ooit onder het Bloed van Christus gebracht is, geldt dat alle angst en veroordeling uit hem is weggenomen. Dan zal hij elk Woord dat God in de Bijbel geschreven heeft als waarheid geloven. Hij zal niet zeggen: “Dit is niet geïnspireerd, en dat is niet geïnspireerd,” maar hij zal elk Woord Ervan geloven. Amen.
Kom naar de Fontein die met Bloed gevuld is, genomen uit Immanuëls aderen. O, wat een wonderbaarlijke Verlosser hebben we. Wat een verlossingsplan, dat Jehovah alleen voor ons toebereid heeft; Hij heeft de loper voor ons uitgerold om terug naar huis te keren. Geef er acht op.
37
Ik hou er van om te denken aan Job vanouds, hij leefde daar zelfs voordat dit verordineerd was… alleen in Eden. En ik hou van Job. Ik hou ervan om naar hem te luisteren als hij spreekt. Hij is een groot man, een vorst uit het Oosten. Hij ging oostwaarts en voor al de jonge vorsten was het gebruikelijk voor hem te buigen, en hij was een beroemd man. Hij hield van de Here; hij vreesde de Here.
Op een dag kwam Satan op vóór Gods aangezicht, vóór de zonen van God en God zei: “Heb je Mijn dienstknecht Job opgemerkt, een rechtvaardig man, volmaakt, er is niemand als hem op de aarde?”
Hij zei: “O, natuurlijk. U geeft hem alles wat hij wenst, U hebt hem helemaal ommuurd enzovoorts. Geen wonder.” Hij zei verder: “Logisch dat hij U kan dienen, hij verdient een heleboel geld, heeft een overvloed aan vee, hij bezit alles in zijn leven.” Hij zei: “Natuurlijk, iedereen kan U op die manier dienen.” Hij zei: “Als U hem eens aan mij geeft dan zal ik ervoor zorgen dat hij U in uw aangezicht vervloekt.”
God zei: “Dat geloof ik niet.”
Amen. Kan Hij dat vertrouwen vanavond in u en mij hebben? Zie?
38
“Ik geloof het niet.” Hij zei: “Hij is in jouw handen, maar neem zijn leven niet af.”
Toen kwam Satan naar beneden, in een wervelwind, en hij vernietigde alle schuren, en hij verbrandde het vee en de paarden, en alles. En Job - een goed mens zijnde, in God gelovend - de enige manier hoe hij [tot God] kon naderen was door middel van het brandoffer, door het vergieten van het bloed van het lam.
Welnu, hij had meerdere zonen en dochters. En toen hij zag dat zijn zonen en dochters… Hij was een man die allerlei dingen kon kopen, ook dingen die de jongeren zouden willen hebben, en hij wist niet of ze wel of niet gezondigd hadden, maar hij zei: “Stel dat ze gezondigd zouden hebben, daarom zal ik een offer voor hen offeren, omdat dat het enige is dat ik weet te doen, namelijk om het vóór God aan te bieden, het vergoten bloed van het lam.”
39
O, hadden we maar meer vaders en moeders vanavond die zo geïnteresseerd zijn in hun kinderen, dat ze elke avond het vergoten Bloed van het Lam voor hun kind offeren bij de troon van genade, dan zouden we niet zoveel geharrewar hebben onder de jonge mensen. Daarom zei hij: “Stel dat ze gezondigd hebben. Ik weet niet òf ze het gedaan hebben, maar om toch het zekere te nemen…”
Vaders en moeders, jullie weten dat het een schande is als we weinig geïnteresseerd zijn in kinderen, en de kleine jonge misdadigers. U laat de kinderen naar buiten gaan, en u laat hen begaan zoals ze maar willen, ze gaan de hele nacht uit en vanalles, en komen weer binnen, en u lijkt er zo onbezorgd over. U laat uw dochters met jongens uitgaan die roken en drinken en naar gokhallen gaan, en de hele avond dansen, en dan komen ze weer thuis. Dan zegt u dat u Christenen bent en u staat zulke rommel toe? Dat is niet goed. We behoorden hen bij de Here te brengen.
40
Blijf wakker om op haar te wachten wanneer ze thuiskomt, sla uw armen om haar heen en zeg: “Nou, lieverd, kom eens hier, laat ons neerknielen en bidden. Moeder weet niet waar je naartoe bent gegaan, maar ze vertrouwt erop dat je vanavond een goede meid bent geweest, maar stel dat het niet zo is, laten we God lof offeren en Hem de dankzegging geven.”
Ik zal u zeggen: U zou vandaag andere kinderen hebben, als ze dat zouden gedaan hebben. We zouden dan ook meer vaders hebben zoals Job. Het probleem is dat moeders met hun dochters naar zulke plaatsen gaan. En enigen van hen horen ook bij de kerken. Het klinkt een klein beetje hard, maar weet u, dat is wat u goed doet. Wanneer het een beetje sterk wordt en stekelig, weet dan dat het goed is voor u.
41
Dus Job zei: “Om er zeker van te zijn, ga ik een brandoffer van het lam voor al mijn kinderen offeren, want stel dat ze gezondigd hebben. De enige manier waarop ik ze kan aanbieden, is op basis van het vergoten bloed. Dat is Gods enige plan van verlossing, door het lam, daarom offer ik het.”
En was het u opgevallen dat toen het vuur was neergekomen en alles wat hij bezat verbrand was, dat zijn kinderen gedood werden. Ik kan me voorstellen dat Job dacht: “O, ik ben zo blij dat ik het offer voor hen gebracht heb, omdat ik hen door het vergoten bloed van het lam aan God aangeboden heb, door Gods voorziene weg van verlossing voor mijn kinderen.”
42
Merk op wat daarna gebeurde. Toen braken overal op hem etterbulten uit, en hij ging zitten op de ashoop, en daar buiten krabde hij zich met een potscherf of zoiets. Zijn vrouw kwam naar de deur toe; al zijn vrienden waren weg. Drie kerkleden kwamen hem opzoeken, ze keerden hem zeven dagen lang de rug toe, ze wilden nog niet eens met hem praten, zij beschuldigden hem ervan een geheime zondaar te zijn (hij ontving niet veel vertroosting van de kerk, nietwaar?), een geheime zondaar.
Maar luister, Job wist in zijn hart dat hij geen geheime zondaar was. Hij had zijn zonden beleden op basis van het vergoten bloed, en hij wist dat God zich verplicht had om hem op die basis te ontmoeten. Amen. De enige verzoening voor zonde, was het vergoten bloed van het lam, waarin God in een voorafschaduwing bevrijding beloofde, om dit te laten voortbestaan totdat Christus zou komen. En Job was God op die basis tegemoet gekomen. Hij was geen geheime zondaar; hij had geen zonde omdat hij de verzoening had aangeboden die God vereist had.
43
Zijn, enigszins onverschillige vrouw, kwam naar buiten en zei: “Job, je ziet er zo miserabel uit, waarom vloek je God toch niet en sterf?”
Hij zei: “Je spreekt als een dwaze vrouw.” Hij zei: “De Here geeft, de Here neemt weg, gezegend zij de Naam des Heren. Wij brachten niets deze wereld in, en we nemen zeker niets mee de wereld uit. De Here gaf, de Here nam weg, gezegend zij de Naam des Heren.”
Hij zat midden in die ashoop, een rechtvaardig man die geloof had in het Woord van God, en het Woord van God had aan hem de weg terug naar huis bekend gemaakt, door het vergoten bloed van het lam, de loper, het welkomsttapijt bij de deur is het vergoten Bloed. Amen. Alstubieft zondaars. Het wederom welkom-thuis-naar-onsterfelijk-Leven is door het vergoten Bloed van de onschuldige Zoon van God, het ligt bij de deur.
44
Job wist dat hij alles gedaan had wat hij kon. Misschien hebben ze geprobeerd (enige theologen) te zeggen: “Job, wat voor kracht ligt daar nu in dat bloed van het lam dat je offert?”
Job zei: “Het is in overeenstemming met het Woord. Hij vereist dat.” En hij wist dat hij onschuldig was. Toen kwam er vanuit het oosten een kleine prins met de naam Elihu aanzetten, met andere woorden Gods manifestatie van de voorkennis van de Here Jezus, God Zelf: 'El' betekent God, Eli-hu.
En Hij begon Job een beetje recht te trekken. Hij zei: “Kijk, Job,” Hij zei: “Ik beschuldig je er niet van een geheime zondaar te zijn, maar je hebt God verkeerd beoordeeld.”
En Job zei: “Wel, kijk, ik heb op deze bomen gelet; als ze sterven, leven ze opnieuw. Als een zaadje van een bloem in de grond valt, dan leeft het opnieuw, maar een man ligt neer, ja hij geeft de geest; zijn zonen komen over hem weeklagen; hij merkt daar niks van. Hij staat niet meer opnieuw op. Hij ligt daar. Oh, dat U mij toch in het graf zou leggen…” In wanhoop kreeg deze eerlijke man een klein beetje kinderopvoeding.
45
Misschien is dat wat er vanavond aan de hand is met enigen van ons. Ik weet dat het me een heleboel goed gedaan heeft. Het doet elk van ons goed om zo'n kleine opvoeding te krijgen.
Hij zei: “Ik weet dat ik niet gezondigd heb. Ik heb voor mezelf geofferd; ik heb alleen maar het offer daarginds naar Gods Woord aangeboden. En ik geloof dat God het aangenomen heeft. Ik ben geen zondaar.”
Hij zei: “Dat is juist, Job.” Hij zei: “Je kijkt naar die bloemen, hoe ze sterven, de grond in gaan, en in het voorjaar weer opkomen. Maar de mens gaat liggen en hij staat niet meer op.” Hij zei: “Job,” (ik zeg het op deze manier zodat de kinderen het vatten), hij zei: “De bloem heeft nooit gezondigd. Maar de mens heeft gezondigd, en op het moment offer je slechts onder een schaduwbeeld. Maar de tijd zal aanbreken dat er Eentje zal komen, een Waardige, Die in de bres kan staan en Zijn hand zowel op een zondig mens als op een Heilig God kan leggen, en de weg voor beiden overbruggen zal.”
46
Toen zag Job wat het lam inhield. Hij schudde zichzelf eens wakker, en hij die een profeet was, ging staan, en de Geest kwam op hem, en hij sprak: “Ik weet dat mijn Verlosser leeft.” O, alstublieft! Door ogen van geloof zag hij vierduizend jaar vooruit, en zei: “Ik zie wat U bedoelt, die Éne daarginds, Die beloofd werd in Eden. Ik weet dat mijn Verlosser leeft, en in de laatste dagen zal Hij op aarde staan: Hoewel de huidwormen me verteren zoals met die bloem gebeurd is, toch zal ik in mijn vlees God zien.” Amen. Waarom? “Ik ben gekomen op basis van verlossing. Ik ben gekomen om het gestorte bloed te offeren dat Zijn Bloed representeert. Dit is het type ervan; dit is het lam.”
Maar lang geleden had de Heilige Geest hem daar geopenbaard dat ver voordat de wereld een aanvang had genomen, dat God Zijn onschuldig vlekkeloos Lam had uitgekozen om de zonde van de wereld weg te nemen. En in Zijn voorkennis ervan, zag Hij Hem geslacht voordat de grondvesten van de wereld gelegd werden. Job kreeg daar een visioen over. Het maakt niet uit wat u er nu over zegt, hij geloofde het toch. En toen hij dat deed ging het weerlicht flitsen en de donder klonk.
Wat betekende het? De man van God keerde terug in de Geest en wist dat daar ergens enige zalving moest zijn. Dat is juist. Hij keerde terug in harmonie met God. Hij zei: “Oh tjonge zeg, daar is het.”
47
En merk op, God herstelde alles aan hem terug, herstelde zijn gezondheid. Waarom? U Christenen, die vanavond ziek zijn. U kunt ziek zijn; dat zou in orde kunnen zijn. Het kan zijn dat God u ergens voor test. Maar onthoud, zie op de weg van verlossing. Christus is uw Verlosser van ziekte. Houdt Zijn onveranderlijke hand vast.
Kijk wat Hij eergisteren deed. Kijk wat Hij de avond daarvoor deed. Kijk wat Hij gisteren deed. Wat zal Hij vanavond gaan doen? God alleen weet het. Het is allemaal in uw hand, hoe u het benadert. Als u komt zo van: “Ik zal het eens proberen en dan kijk ik of het me een beetje helpt…” Dan doet u het verkeerd. U moet eerst met uw gezond verstand komen, op een gezonde wijze, in Gods voorziene weg Hem benaderen. Dat is door het vergoten Bloed van de Here Jezus Christus, wetend dat het verlossing inhoudt. God maakte een wijze om te verlossen, niet uw gedachten, wat uw hart zegt, niet wat uw verstand zegt.
48
Merk op. O, dit klinkt werkelijk goed voor mij. Toen Job in de Geest raakte, en de weerlichten flitsten, toen God Hem herstelde… Als hij van te voren vijfduizend schapen had, gaf God hem tienduizend terug. Als hij twintigduizend geiten had, gaf Hij hem veertigduizend geiten terug. En als hij tienduizend kamelen had, gaf Hij hem twintigduizend kamelen terug.
Maar geef even acht op dit mooie beeld, èn God gaf deze zeven zonen en dochters terug aan Job. Hij gaf hem hier nooit tweemaal zoveel; Hij gaf hem hier hetzelfde aantal van, zijn zeven zonen en dochters, meen ik, zijn zeven zonen en dochters gaf Hij hem terug. Geen verdubbeling, gaf hem niet een paar méér, maar Hij gaf ze terug aan hem.
Hebt u er ooit over nagedacht waar zij zich bevonden? Ze waren in de heerlijkheid op hem aan het wachten. Ziet u het? Omdat hij een vader was die in God geloofde, en hij offerde gebed enzovoorts aan, en op de basis van het vergoten bloed, en God had hen gered. Zij waren gered omdat ze een getrouwe vader hadden, en ze wachtten op hem voorbij de schaduwen daarginds. Dat hebben wij nodig… Ze wachtten aan de andere zijde, omdat ze door het vergoten bloed kwamen, door het wandelpad, het welkomsttapijt, weer thuis, bij God komen.
49
De verlossingswetten, een prachtig voorbeeld daarvan hebben we bij Ruth en Naomi. Het boek Ruth… Misschien zullen we dit voor een ogenblik in beschouwing nemen. Ruth, ik bedoel Naomi, leefde in Bethlehem in Judea. Elimelech was haar echtgenoot. Zij had twee zonen. Er kwam een droogte opzetten, dus verhuisde ze naar het land Moab, omdat ze had gehoord dat daar graan was. Een erg prachtig beeld hebben we hier, laten we het voor een moment verder ontrafelen en erin kijken voordat we gaan afsluiten.
En terwijl ze vertrokken, een rechtvaardige vrouw en een rechtvaardige man, en ze wellicht niet wisten waar ze mee bezig waren… Weet u, vele keren moeten we de weg op wandelen waarin we ons geleid voelen om in te wandelen, ongeacht wat het resultaat ervan zal gaan worden. Dat klopt.
50
Hebt u ooit opgemerkt, toen de koeien de ark over de weg terugbrachten, met die kalveren die achterbleven, terwijl hun moeders ze nabulkten; maar de koeien liepen de weg af, loeiend, niet bulkend. Loeien is niet bulken; loeien is zingen. Die oude koeien trokken eraan, terwijl ze naar de rots gingen om gekruisigd te worden, terwijl ze de weg afliepen, zongen ze:“Ik kom Here, ik kom nu tot U,” al loeiend gingen ze verder. Dat is de wijze om te komen. Als het een kruisiging is, wat het ook moge zijn, zelfverloochening, ga hoe dan ook. De Geest van God trok hen de helling af… Kijk eens aan.
Dus Naomi trok het andere land binnen, naar Moab, en daar waren haar twee zonen met twee Moabitische vrouwen getrouwd. En na een poos verloor ze Elimelech, haar echtgenoot; de twee zonen stierven, en Naomi was alleen achtergebleven met haar twee schoondochters.
Ze nam hen apart, kuste hen, en zei: “Ik keer nu terug naar mijn thuisland,” want zij had gehoord dat God opnieuw graan in haar eigen land had gegeven. Dus keerde ze na tien jaar terug. Ze was al haar vermogen en werkelijk alles kwijtgeraakt. Ze verloor haar echtgenoot, verloor haar twee zonen, maar ze keerde terug. Daarom kuste zij haar schoondochters vaarwel. Één van hen heette Orpa, en de ander heette Ruth. En ze zei: “Nou, gaan jullie maar terug naar jullie moeder's huis, en moge God jullie vrede geven in jullie moeder's huis, om de overledenen te eren.”
51
Daarom kuste Orpa haar schoonmoeder vaarwel en keerde terug. En let nu op, Ruth, de Moabitische vrouw was een prachtig beeld van de heidenbruid. Dit zou u pijn kunnen doen, een klein beetje theologie, maar Naomi die een beeld is van de Joodse gemeente, de orthodox Joodse gemeente, verloor haar bezit, maar Ruth is een beeld van de vrouw uit de heidenen, welk een type van Christus is, welke de heidengemeente ontving.
Toen zij [Naomi] onderweg was, wilde Ruth niet terug keren. En ze zei: “Nu luister toch eens, ik ben oud en als ik nog zonen had nagelaten, dan had je er niet op hoeven wachten. Ga daarom terug naar huis en trouw opnieuw en maak dat je huis.”
Maar zij zei: “Nee, ik keer niet terug…”
Zij zei daarop: “Keer terug naar je goden en naar je land.”
Maar zij zei: “Ik ga waar u gaat. Ik zal uw volk mijn volk laten zijn. Laat uw God mijn God zijn. Waar u zult verblijven, daar zal ik verblijven. Waar u zult sterven, daar zal ik ook sterven. Waar u begraven zult worden, daar wil ik begraven worden.” De heidengemeente die eerst de belofte van God zag, maakt deze bewering om alles achter zich te laten om Jehova God te kunnen volgen. Ziet u het?
52
Ze draaide zich om toen ze zag dat ze volhardend was, en daar ging ze dan terug naar het land. En toen ze arriveerde in Bethlehem van Judea, zeiden de mensen van Bethlehem: “Naomi komt eraan.”
Zij zei: “Noem me niet Naomi (wat 'plezierig' betekent), maar noem me Mara ('bitter'), omdat de Here op die wijze met mij gedaan heeft.”
Het prachtige deel om naar te kijken, is toen ze terug kwam, wat een type is van de Joodse gemeente, dat toen ze terug kwam ze Ruth met haar mee had genomen, en ze (luister, vat het) in de oogsttijd arriveerden, precies ten tijde van het maaien van de gerst. En dat is exact de wijze waarop de Gemeente vandaag terugkeert, net aan het begin van de oogsttijd. Zij had zo'n seizoen eerder meegemaakt, maar dit was een nieuw seizoen na een lange tijd van droogte. Een beeld van de Joodse gemeente…
53
In het begin, toen Pinksteren neerkwam, viel het op de Joden. En de Joodse gemeente stierf uit, terwijl de heidengemeente in zicht kwam, en vervolgens verdwenen alle tekenen en wonderen.
Merk nu op, dat was de vroege regen. Daarna keert de Joodse gemeente weer terug in de late regen, als de Heilige Geest opnieuw uitgegoten wordt, en we zien de Joden nu bij duizenden terugkeren naar Palestina. O, ik wenste dat we… dat is een prediking op zichzelf. Er is niet veel tijd meer over. Ik moet me haasten. Merk op, dit is een prediking op zichzelf, over het terugkeren van de Joden nu, die de heidenen met zich meebrengen.
En toen ze dan daar arriveerden, was het oogsttijd; het grote graandorsen was begonnen. En zij hadden een bloedverwant verlosser, genaamd Boaz. En Ruth ging het veld op om graan te verzamelen, en werd geleid naar het veld van Boaz, die de bloedverwant was. Toen ze het veld op ging om aren te verzamelen, wat een type is van de heidenbruid die de Bijbel oppakt, het Oude Testament, om van God te leren, als zijnde heidenen die nu komen om van God onderwezen te worden.
54
En terwijl ze op het veld de aren aan het verzamelen was, en door de Heilige Geest geleid werd om in dat specifieke veld te gaan zoeken, toen kwam Boaz op het toneel. Boaz beeldde hierin Christus uit omdat hij de heer van de oogst was. Hij was heer over heel de oogst. En merk op dat, zodra hij het veld in keek en dat heidens meisje zag, hij verliefd op haar werd. Waarom? Zij raapte de aren op achter de andere rapers.
Dat is hetgeen de Gemeente moest doen: Een beetje hier en een beetje daar oprapen, verzamelen. Terwijl we dat andere lezen en zien wat Job had gedaan, en wat de anderen deden, en hoe de weg van verlossing daar al lag, en deze kleine aren opgeraapt worden, daar achter de Joodse gemeente. Begrijpt u wat ik bedoel? Dat graan dat ze opraapten, vertegenwoordigde voor ons Leven, onsterfelijk Leven, eeuwig Leven uit het Woord. Het Woord van God: “De mens zal niet leven van brood alleen, maar van elk Woord dat uit de mond van God komt.”
55
En hier achteraan was zij aren aan het verzamelen, kleine aren aan het oprapen. En de heer van de oogst werd verliefd op haar, terwijl ze een vreemdeling was. Wat een plaatje. Tjonge, ik houd daar werkelijk van. Vervolgens zei hij: “Wiens dienstmaagd is zij?”
En de mensen spraken en zeiden: “Zij is de Moabitische die samen met Naomi hierheen is gekomen.”
En hij ging naar haar toe op het veld en sprak in vrede met haar. En hij zei: “Verlaat dit veld maar niet.” God wees genadig. Blijf op de plek. Wees niet heen en weer geschud door elke wind van leer; blijf in het Woord.
56
Al die dingen die opkomen zoals vliegende schotels wat de gemeente binnenkomt, en jonge volslagen idioten ('Wee men') die binnen komen om de kracht van God uit te dagen, al dit fanatisme; blijf daarom in het Woord. Ik zei: “Blijf daar precies bij.” Wordt niet heen en weer geslingerd. Blijf regelrecht bij het Woord; geloof het Woord. In orde.
Vervolgens ging hij het veld op en sprak tot haar: “Als je moe bent, kom dan langs en drink wat uit de kan.”
Ik houd daarvan, u niet? Toen beval hij de jonge mannen die met de sikkels verder werkten: “Laat haar overal waar ze wil aren zoeken. En laat af en toe, met opzet, een handvol vallen.” Ik hou daarvan. “Met opzet een handvol…” Een kleine ouderwetse opwekking die het water een beetje in beweging zet. “Laat een beetje met opzet liggen.” Houdt u er niet van om die kleine “handje vol's” langs de weg te vinden?
Tjonge, Gods beloften, dit maakt je gewoon een beetje wakker, het geeft je een beetje van dat Leven dat uit uit het veld van God komt. De Heer van de oogst heeft het ons opgedragen.
57
En merk even op. Aan het einde van het seizoen, nadat ze haar tarwe en zo verzameld had, ging ze weer het veld op; en die avond, en hier komt een prachtig type van de heidengemeente, ik bedoel de echte heidengemeente. Toen ze die avond naar buiten ging en Boaz op de tarwehoop vond… Wat betekent het? In Hem woont al de volheid van God, en de krachten van God. Hij lag op de hele oogsthoop. En zij bewoog zich naar boven toe, en gaf zichzelf geheel bloot door aan zijn voeten te gaan liggen.
De heidengemeente, de echte ware gemeente van God heeft zichzelf blootgesteld aan openbare vervolging door God op Zijn Woord te nemen, en te zeggen: “Ik geloof in Goddelijke genezing en de kracht van de opstanding. Ik geloof dat Jezus Christus Dezelfde is gisteren, vandaag en voor immer.” Wanneer al die oude koude formele lijkenhuizen zeggen: “De dagen van wonderen zijn voorbij,” dan geven wij onszelf bloot en leggen het aan Zijn voeten.“ Halleluja!
58
Regelrecht in het donkerste uur, te middernacht, werd hij wakker en keek rond en zag Ruth aan zijn voeten liggen, een deugdzame vrouw, die zich niet schaamde voor het Evangelie. Hij kwam overeind en nam zijn mantel en spreidde hem over haar uit. U begrijpt wat ik bedoel, nietwaar? De Heilige Geest spreidde de Heilige Geest als het ware over haar uit, wat een beeltenis weergeeft van Christus, en hij liet haar komen in zijn plaats, en zei: “Wacht nu een moment. Ik moet een zekere wet vervullen. Er bestaat een wet om het land te kunnen afkopen (lossen), en ik ben jouw naaste familielid (bloedverwant). En ik weet dat je een deugdzame vrouw bent.” God kent uw hart, nietwaar? Morgen ga ik de stad in en dan zal ik nagaan of ik de plaats van bloedverwant (ver)losser kan innemen.“
59
Hier hebben we een geweldig beeld. Allereerst: een verlosser, iemand die een verloren eigendom in Israël kan lossen (u die prediker bent weet dit), de man moet allereerst familie zijn. Hij moet een dichtbij staand familielid zijn, niet een ver familielid, maar een naast familielid.
En hoe zou God ooit ter wereld een naast familielid kunnen worden? Toen God Zelf vlees werd gemaakt en onder ons woonde, werd Hij bloedverwant met het menselijke ras. Dat klopt. De enige manier waarop het kon gebeuren. Toen God vlees werd gemaakt hier onder ons, toen werd Hij Bloedverwant, niet van de engelen, maar van menselijke wezens. Hij kwam nooit in de vorm van een engel, maar Hij vernederde Zichzelf, en ontdeed Zichzelf van al Zijn hemelse heerlijkheden, en daalde af, en werd bloedverwant met de mens, om de wet te kunnen vervullen van bloedverwant-verlossersschap.
O, wat een dierbare liefde die de Vader voor Adam's gevallen ras had. Hij gaf Zijn enige Zoon om te lijden en ons te verlossen door Zijn genade. Daar is Hij dan, een naast Familielid, God, vleesgemaakt en onder ons wonend, die rechtstreeks Familie werd voor de menselijke wezens, een Bloedverwant.
60
Het volgende waar Hij aan moest voldoen, was dat hij financieel in staat was het te doen. En wie zou er meer financieel in staat zijn dan Hij? Welk soort schuld kon afbetaald worden? Als God eigenaar is van alle universums, en alle ruimte en alle tijd, en al het andere, dan was Hij zeker financieel bij machte. Halleluja! Maar toen Hij in Geestvorm was, kon Hij het niet doen, omdat Hij Geest was, en een mens was menselijk. En de Geest werd vleesgemaakt en woonde onder ons, om bloedverwant met ons te worden, om ons te kunnen verlossen. Ziet u het? Merk het op…
Daar komt de welkomstgroet voor u, vanavond. Toen God, die Zichzelf ontledigde en uit het ivoren paleis kwam, en Zelf de vorm van zondig vlees aannam, om Zichzelf te vernederen door af te dalen, om Bloedverwant te zijn met de armste bedelaar die er vanavond is in de wereld, om Bloedverwant met hem te worden, Jehova Zelf, Bloedverwant gemaakt met een bedelaar.
“De vossen hebben holen, en de vogels hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om Zijn hoofd neer te leggen.” In een kribbe geboren, gewikkeld in doeken, en toch dé Prins der heerlijkheid, het hemelse Ochtendgloren. Zich vernederend, Zichzelf naar beneden halend, afdalend, neerkomend, om Zichzelf Bloedverwant te maken met een zondaar, denk eraan, mensen. Hoe kunt u die allesomvattende liefde verwerpen?
61
Wat betekende dat? Toen God een zondaar werd, en onze zonden nam, toen werd Jezus mij, opdat ik Hem zou kunnen worden. Het onschuldige Lam van God, Hij kende geen zonde, maar werd een zondaar, opdat ik een geadopteerde zoon van God gemaakt kon worden. Amen.
Daar staat het beeld van echte verlossing. Hoe Hij afdaalde, zijn waardigheid afgenomen werd, zonder huis, geen plaats om heen te gaan, Zichzelf vernederend, Hij bracht Zichzelf naar beneden in zondig vlees, en nam niet de natuur van engelen aan, ook niet de natuur van God, maar Hij nam op Zichzelf de natuur van een mens aan, zodat Hij met de mensen kon wandelen, met de mensen kon eten, zoals de mensen kon slapen, en voor de mensen kon sterven. Dat is het. Het hele plan van den beginne aan, het vlekkeloze Lam van God, daar is Hij, het Brood des Levens, hier op aarde.
62
Welnu, het volgende wat verricht moest worden, was dat een bloedverwant verlosser een nauw dichtbij de mens staand bloedverwant moest zijn, om te kunnen verlossen. En het volgende waaraan voldaan moest worden, was dat hij waardig moest zijn om te verlossen, rechtvaardig, een goed persoon. Een wetsverachter kon het niet doen. En wie zou ook maar waardiger kunnen zijn dan Jehovah Zelf die vlees werd?
De volgende zaak waaraan hij moest voldoen, was het maken van een openbare verklaring, dat hij het had uitgevoerd. Boaz haastte zich daarom de volgende ochtend naar de poorten toe, en wachtte. En toen de oudsten zich binnen [de poorten] begonnen te verzamelen, riep hij: “Wacht even, wacht even.” En ze zorgden ervoor dat alle oudsten van de stad zich buiten de poort verzamelden. O God, heb genade. Luister. De openbare verklaring kon niet in de stad geproclameerd worden. Het moest buiten de stadspoort gedaan worden, en het moest betuigd worden voor de oudsten.
En hij riep de oudsten eruit en zei: Deze dag heb ik Naomi verlost, en als er iemand is die…“ Één [ander] persoon die bloedverwant was, was wel aanwezig, maar hij kon haar niet vrij kopen. Dus viel alles aan Boaz ten deel.
Hij zei: “Ik moet Naomi vrij kopen, en onzer broeders bezittingen, ik neem het allemaal in beslag.”
En niemand… ze zeiden (elkeen): “Ik ben deze dag getuige ervan dat u het verlost hebt.” En hij deed zijn schoen uit, en gaf het aan die naast hem stond als een teken dat hij alles verlost had. Prijs God. Hij heeft alles teruggebracht wat zij verloren had. En zodoende ontving hij ook Ruth als zijn bruid.
63
En toen Israël gezondigd had, en de mens gezondigd had, en weg van God geraakte, toen kwam Christus hier naartoe als een bloedend Offer, waar elk lam, dat er van de grondvesting van de wereld aan geweest is, een voorafschaduwing van was.
En toen het ochtendgloren vanuit de hemel in bestaan kwam, de ontzagwekkende Jehovah in vlees, leed Hij buiten de poort, daarbuiten, en Hij werd opgenomen tussen hemel en aarde, zodanig dat Zijn bloedende lichaam aantoonde dat “Hij verwond werd voor onze overtredingen, verbrijzeld vanwege onze ongerechtigheden; de kastijding voor onze vrede was op Hem; en met Zijn striemen is ons genezing geworden.”
God toonde dat Hij Adam's gevallen ras verlost heeft. Daar is verlossing. Dat was Degene die Job ver in het verleden al gezien had. Hij zei: “Ik weet dat mijn Verlosser leeft, in de laatste dagen zal Hij hier zijn om te bloeden en te sterven in mijn plaats. Hoewel de huidwormen mijn lichaam vernietigen, toch zal ik in mijn vlees God aanschouwen. Ik zal Hem zien voor mij zelf, mijn ogen zullen het gewaarworden, en niet een ander.”
64
Dat is wonderlijk, nietwaar? O, Zijn tegenwoordigheid is hier, de Bezitter van het land (lett.: vaandeldrager). Hij stierf opdat hij die man die daarachter staat, en die onlangs aan zijn neus geopereerd werd, beter kon maken. God zegene u, broeder. Gelooft u dat Hij dat heeft gedaan? Dat deed Hij zeker.
Hij deed hetzelfde voor de man die daar naast u zit met arthritis, om gezond te worden. Amen.
Hij deed dezelfde zaak voor de dame, die ginds naast hem zit, om genezen te worden van die maagpijn. Dat is juist. Hij deed dat. In orde.
Hij stierf opdat Hij zou geven… U hebt hier een dove vrouw die mij nu kan horen. In orde. Hoort u mij, ja? Zeker, Hij stierf voor dat doel.
Hij stierf om (de persoon met) bloedarmoede, daarginds, zijn normale toestand terug te geven. Gelooft u dat, meneer? God zegene u.
Die vrouw die daarachter zit, die aan haar vriendin denkt, die in Madison, Indiana, in een inrichting zit, Hij gaf vrijheid en [Zijn] dood, opdat Hij haar terug zou mogen brengen naar haar gezonde toestand.
65
Wat is Hij? Jehovah God; Hij is een Verlosser. Hallelujah. Hij is nu hier in dit gebouw en bevestigt Zijn Woord. Hij leeft en regeert. Hij is Gods Bevrijder; Hij is mijn Bloedverwant. Hij is mijn Broeder geworden. Hij is mijn God; Hij is mijn Redder; Hij is mijn komende Koning; Hij is mijn Geneesheer; Hij is mijn Vader; Hij is mijn Moeder; Hij is alles wat ik in deze wereld heb, en in de toekomende wereld.
Hoe weinig zullen de afgevaardigden van deze [voorbijgegane] groep zich ooit kunnen herinneren als ze aan verlossing denken, en zelfs als we terug kijken naar de tijden vanaf het prille begin, [maar] ook zij zullen het herkennen. En wanneer wij allemaal te voorschijn komen, die groep die palmtakken draagt, gewassen in het Bloed van het Lam met palmtakken in hun handen, en met witte klederen aan, en wanneer we onze plek innemen bij de zetel van de troon van de Zoon van David (Halleluja), zullen we nog steeds verlossingsliederen tot Hem zingen…?... Halleluja! O, zeker zullen we dat.
66
Daarginds zie ik Adam en Eva, die eerste kleine geliefden, daar in de Hof van Eden. Ik zie Adam daarginds, wanneer hij zijn armen om zijn kleine lieveling slaat en met haar naar buiten wandelt, want God had hen veroordeeld. Hij begon naar buiten te wandelen met zijn armen om zijn lieveling geslagen. Adam was niet misleid; hij hoefde niet de Hof uit te wandelen. Maar hij wandelde naar buiten omdat hij van zijn vrouw hield. Hij wandelde eruit met beide ogen wijd open. Ongeacht of zij door smarten heen moest, hij zou met haar mee gaan.
Toen God naar beneden keek en die liefde van een menselijk wezen zag, was het zo geweldig dat Hij er Zelf niet meer tegen kon. Dat is waar. Hij zei: “Ik zal afdalen en ook meegaan.” En Hij zei: “Ik zal vijandschap zetten tussen haar zaad en het zaad van de slang.”
Luister aandachtig. Vierduizend jaar later, ginds in de stad Jeruzalem (laten we ons toneel even wijzigen en kijken), kwam daar opeens door de straten van Jeruzalem …bonk-bonk-bonk… een kleine Kerel die door de Damascuspoort naar Golgotha ging, terwijl hij een kroon met kleine doornen op zijn hoofd droeg, met een kruis over Zijn schouder. Kijk eens, overal op Zijn rug zijn kleine rode vlekjes. Wat moet dat voorstellen?
67
Kijk daarginds, waar Adam met zijn lieveling de tuin verliet, naar buiten stapte onder veroordeling, dit was een schaduw van verlossing ergens, omdat er bloed over hen heen stroomde. Ergens was daar een schaduw van; hij wist het. En ik hoor iets lopen [Broeder Branham klapt, uitg.]. Wat is het? Het is die oude bloederige schaapsvacht, die langs zijn benen af naar beneden bloedt, die van een tijd [in de toekomst] spreekt. Daar is een land achter de rivier, die men de lieflijke eeuwigheid noemt, en we bereiken die oever slechts met een geloofsbesluit… Wetend dat ze op een dag weer terug naar Eden zouden gaan.
En daarginds kan ik de tweede Adam de heuvel op zien lopen, met kleine bloedvlekken op Zijn rug. Ze worden alsmaar groter en groter terwijl Hij verder loopt. Wat was dat? Na een tijdje verzamelen ze zich allemaal op één plek. Ik hoor weer iets slaan. [Broeder Branham klapt - Uitg.] Wat betekent het? Daar gaat de tweede Adam, niemand minder dan Jehovah Zelf, Die afgedaald was en vlees gemaakt werd (waarvoor?), om zelfs met Zijn lieveling naar de hel te gaan, om haar terug te verlossen naar…?... Christus om Zijn Bruid te verlossen. Halleluja!
Hij zag het daar ver terug al in Adam. En Hij daalde af, werd vlees gemaakt, Bloedverwant met ons, opdat Hij Zich met het menselijke ras door huwelijk kon verbinden. Daar is Hij dan, terwijl Hij ginds naar Calvarie ging.
68
Terwijl Hij de heuvel oploopt, en Zijn arme kleine schouder geschuurd wordt, zoemt de oude doodsbij om Hem heen: “Het zal niet lang meer duren voordat ik Hem te pakken zal krijgen.”
Zo zoemde Hij maar telkens om Hem heen, en na een poos moest hij Hem steken. Maar vriend, weet u, als een bij ooit iemand diep gestoken heeft, dan kan hij nooit meer steken. Hij trekt zijn angel eruit. En dan heeft hij geen angel meer. En ik zeg u, dat dat de reden is waarom God vleesgemaakt werd hier op aarde, om de angel des doods vast te houden. En nu heeft de dood geen angel meer. De bij kan wat rondzwermen en zoemen, maar hij kan niet meer steken. “O dood, waar is je prikkel? Graf, waar is je overwinning?”
Maar Christus, de Bloedverwant verlosser, heeft vandaag op aarde voor elke gelovige een weg ter ontkoming gemaakt. De bij mag brommen; de bij mag zoemen; de bij mag proberen je bang te maken. Maar ik kan wijzen naar daarginds naar Calvarie, waar God Zichzelf vleesgemaakt had, toen Hij die prikkel des doods vasthield, en mijn plaats als zondaar innam, en de prijs betaalde. En Hij rolde de welkomstmat voor me uit om naar huis te komen. “Ieder die wil, laat hem komen en vrijelijk drinken van de fonteinen van de wateren des Levens. Wie komt zal Ik op geen enkele wijze uitwerpen.”
69
O, tjonge, geen wonder dat Paulus kon zeggen, toen hij daarbuiten hoorde dat voor hem de bijlen geslepen werden… Toen ik een paar dagen geleden in zijn gevangeniscel stond, waar ze zijn hoofd afgehakt hadden, en ze de bijl binnenbrachten, toen bromde die oude bij rondom hem van: “Nu heb ik je.”
Hij zei echter: “Dood, waar is je prikkel?” Hij werd achtergelaten, daarginds op Calvarie. “Graf, waar is je overwinning? Maar dank zij aan God, Die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.”
“God had de wereld zó lief, dat Hij gaf Zijn…,” had hem zo lief… Adam had Eva zó lief dat hij met haar de Hof uit liep. Christus had de Gemeente zó lief dat Hij met haar mee ging. “God had de wereld zó lief…” Adam ging met Eva mee, ondanks haar schuld; zij was verkeerd; Hij kende de fout, hij was onschuldig, maar zij was schuldig.
Maar Adam zei: “Ik zal met haar mee gaan.”
En Christus keek naar de Gemeente, en wist dat ze verkeerd was, maar toch ging Christus met ons mee om onze plaats als zondaar in te nemen, voor ons te sterven, om de angel [prikkel] des doods voor ons eruit te halen. Zondaar, hoe kunt u zulke onbeschrijflijke liefde verwerpen?
70
Geen wonder dat Job zei: “Ik weet dat mijn Verlosser leeft, en in de laatste dagen zal Hij op de aarde staan. En hoewel de huidwormen dit lichaam vernietigen, toch zal ik in mijn vlees God zien. Ik zal Hem voor mijzelf zien; mijn ogen zullen Hem zien en niet een ander.”
Gelooft u het deze avond? Onze tijd is aan ons voorbij gegaan. O, hoe lijkt de Heilige Geest in mijn hart te bewegen. Ik kan aan niets anders denken, vrienden, niets groters dan hoe dat Jezus hier naar de aarde afdaalde en de weg der verlossing gemaakt heeft, en elk plan vervuld heeft, regelrecht vanaf de Hof van Eden, en zelfs al veel eerder. Voor de grondvesting van de wereld sprak Jehovah, en hier komt Jezus de plek innemen door naar buiten te treden, Hij kwam en stierf en werd zonde gemaakt opdat u gered kon worden.
Hoe kunt u zulke weergaloze liefde verwerpen als die gezegende Verlosser, die daarginds hing, met klodders spuug in Zijn gezicht, bespot en belasterd, met een doornenkroon, een onschuldige Man, die daarginds stierf, met Bloed uit Immanuëls aderen druppelend, waar zondaars die zich in de vloed kunnen onderdompelen, al hun schuldige vlekken verliezen.
71
Zullen we onze hoofden buigen. Hemelse Vader, oh God, het lijkt dat mijn hart zich alsmaar ronddraait, en we weten dat U hier bent. Ik zie U over dit publiek bewegen in een vorm van een groot, helder Licht, dat U spreekt, visioenen breken door, we weten dat de tijd precies nu op handen is.
Spoedig zult U Jezus opnieuw zenden, en dan zal Hij naar de aarde komen. “Geen mens kent de minuut of het uur, zelfs de engelen niet, alleen de Vader.” En hier komt Hij weer naar de aarde, ver voorbij de aangewezen tijd, de lankmoedigheid, net zoals het was in de dagen van Noach, toen de ark toebereid was, waarin zeven zielen gered werden, of acht.
Welnu, heden is Zijn komst ver voorbij de aangewezen tijd, ver eraan voorbij, Hij zou hier al een lange tijd geleden hebben moeten zijn. Maar God wil niet dat iemand zou omkomen, maar dat allen tot bekering mogen komen.
72
De deurmat, de welkomstloper, ligt vanavond uitgerold, Gods plan van verlossing door het opofferen van het Bloed van de Here Jezus, om eens en voor altijd de schuldige, onwaardige zondaar te reinigen, om hem in verzoening te brengen met God, en hem terug te herstellen naar de Hof van Eden, met zijn vrouw en zijn geliefden. Om nooit meer te sterven, om nooit meer ziek te zijn, nooit meer harteleed te hebben, nooit begrafenissen meer, geen graven meer die gedolven moeten worden.
O God, geen vermoeidheid meer, niets daarvan, dan is het allemaal voorbij. Gewassen in het Bloed van het Lam, met deze volmaakte zekerheid, dat Jezus Christus… Eenmaal onder Zijn Bloed gekomen zijn we veilig voor de engel des doods; hij kan ons niet aanraken.
God, als hier enigen zijn deze avond, U kent de harten van alle mensen. Terwijl de Heilige Geest over het publiek heen beweegt. God, sta dan toe dat ze U juist nu zullen ontvangen als hun persoonlijke Verlosser. Mogen degenen die teruggevallen zijn vanavond, terugkeren en zich beschaamd voelen. Mogen de zieken vanavond allemaal genezen worden, Here. Moge de Heilige Geest op elk hongerig hart vallen en de grond vruchtbaar maken. Maak hen gereed; het zal niet lang meer duren.
De geweldig uren komen in zicht. Atoombommen, explosies enzovoort, verwarrende tijden, spanningen tussen de naties, de harten der mensen die falen, angst, onstuimige zeeën, grote angstwekkende tonelen die op aarde verschijnen. U zei dat in die dagen, degenen die hun God kennen, machtige heldendaden zullen verrichten. En hier zien we al deze dingen gebeuren. God, moge de waarschuwende stem juist nu in elk hart bewegen om Jezus wil, en in Zijn Naam.
73
Terwijl we onze hoofden buigen. Als er hier iemand is vanavond… Laat niemand kijken; hou gewoon uw hoofd gebogen en bidt, alstublieft, voor een paar ogenblikken. Ik ga u iets vragen, wetend dat ik nu tussen de levenden en de doden sta, wetend dat dit de laatste keer kan zijn dat u ooit nog een gelegenheid krijgt om dit te doen…
U weet dat de Heilige Geest nu tot uw hart spreekt, u weet waar u staat. Als u gebed wenst dat u Christus zou mogen ontvangen als uw Verlosser, en u op Gods weg komt van het vergoten Bloed door verlossing, en u weet dat u kerks geleefd hebt; u hebt kerkje gespeeld, maar in uw hart weet u dat u nooit verlost bent geweest, u weet dat daar iets is: vleselijkheid, jaloezie, strijd, humeurigheid. Speel het gewoon niet meer langer, laten we tot de Here Jezus komen.
74
Wilt u vanavond uw hand tot Hem opsteken en zeggen: “God, wees mij genadig, ik neem het nu met mijn hele hart aan, wilt U alstublieft tot mij komen op dit uur?”
God zegene u. Nog iemand? God zegene u. Iemand anders? God zegene u. Daarboven op het balkon? God zegene u. God zegene u, en u. Aan mijn rechterkant, nog iemand? God zegene u. God zegene u, meneer, God zegene u. Iemand hier op de benedenverdieping? God zegene u, meneer. God zegene u. God zegene u, zoon. Tjonge, kijk eens. God zegene u. Ik wist dat de Heilige Geest hier was. God zegene u, meneer. Nog iemand anders?
Zeg: “God, wees genadig voor mij.” Ik zie u daarginds, meneer. Ik zie je, kleine makker, daarginds, of de jonge man, God zij met je. Elke Christen is nu in gebed, op gebedsgrond.
75
Wat stelt het voor? De weg der verlossing; de weg van het Kruis. U zou tot de kerk mogen behoren, maar dat betekent niets. Het is in orde. Ik heb daar niets op tegen; maar dat is niet het komen op de weg der bevrijding, door het Bloed, door het wassen van het water door het Woord. Dàt is de manier dat u tot Christus komt. “Geloof komt door het horen, en wel het horen van het Woord,” niet het toetreden tot de kerk, maar het horen van het Woord.
“Door geloof bent u gered, door genade.” God spreekt tot uw hart.
Niet lang geleden vertelde ik hier aan een jonge dame: “Ik geloof dat God u vanavond roept, zuster.”
Zij zei: “Als ik wens dat iemand tot me spreekt, dan wil ik iemand hebben die meer inzicht erover heeft.”
En ik zei: “Welnu, zuster, ik kan alleen zeggen dat de Heilige Geest het mij vertelt.”
Ze zei: “Dat wil ik dan niet meer horen.”
76
Een jaar later ging ik door de stad heen, en dat meisje was een prostitué geworden; haar kleren hingen afgezakt en ze bood me een dronk whisky aan. En ze zei… En ik weigerde en liet haar beschaamd staan. En zij zei: “Weet u wat, prediker? Herinnert u zich die avond dat u me vertelde dat ik gered moest worden?”
Ik zei: “Ja, dat herinner ik me.”
Ze zei: “Dat was de waarheid,” en ze zei: “Ik ben daar de grens overgestoken. Ik bedroefde God uit de grond van mijn hart, de laatste keer…” Hier is de opmerking die dat meisje zei, ze zei: “Ik zou mijn moeder's ziel als een pannenkoek in de hel kunnen zien branden, en erom lachen.” Een verhard hart…
O vriend, wandel nooit naar die grens toe. Wanneer Gods geduld… [Broeder Branham klopt verscheidene keren - uitg.] Maar wanneer Hij klopt,… “Mijn Geest zal niet altijd met de mens blijven strijden.”
77
Wilt u nu uw hand opheffen, niet naar mij maar naar God? En zeg dan als u dat doet: “God, wees genadig voor mij. Ik wil niet als een zondaar sterven. Ik wil op Uw weg komen. Ik wil komen op de weg van het Kruis. Ik wil dat U juist nu in mijn hart komt, en mij redt.”
Iemand anders die zijn hand opheft, ergens in het gebouw? God zegene u, zuster. God zegene u, broeder, God zegene u, en u. Dat is juist. Dat is fijn. Daarboven op de balkons, of ergens rondom, welnu, steek uw hand op. God zegene u, jonge dame, ik zie uw hand. God zegene u, dame, daarboven helemaal achterin, zie ik u; God ziet u ook.
Juist nu spreekt Hij van vrede. God zegene u, dame. God zegene jou, kleine meid. Oh, dat is wonderbaar. Vrienden, houd uw hoofden gebogen.
78
Ik voel me geleid om juist nu iets te doen. Ik voel me geleid om deze mensen regelrecht naar het altaar te brengen, om voor hen te bidden. Ik voel dat het juist nu tijd ervoor is. Wilt u uit uw stoel opstaan, hier komen, en laat mij (sta gewoon hier), even voor u bidden, wilt u dat doen? Voor elk persoon die Christus wil ontvangen, vertelt de Heilige Geest me om dat te doen. Wilt u opstaan en hierheen komen? Dat is gewoon een publiek getuigenis.
Als u van Jezus houdt, en u weet dat Hij van u houdt, sta dan op uit uw stoel, wilt u dat doen? Laten we op onze voeten gaan staan, iedereen, voor een ogenblik. Ga op uw voeten staan.
…uit Immanuëls aderen
En zondaren in die vloed…
God zegene u, meneer… Als God mijn gebed zal horen om de zieken te genezen, dan zal Hij dat zeker doen voor uw ziel. Kom hier, mijn broeder, kom eens hier… Wilt u komen, ook vanaf de balkons, overal, kom regelrecht naar beneden, de Heilige Geest vertelt me dit te doen. God zegene u, mijn dierbare broeder…?... God zegene u. Sta gewoon hier voor een ogenblik. Wilt u komen? God zegene u…?... Kom hier, lieverd. God zegene u.
Als zondaars ondergedompeld….
79
Dat is juist. Kom maar naar beneden…?... Wilt u nu meteen komen? Kleine kinderen, oude… Hier staat een jongedame, een polio-slachtoffer. Ik geloof niet dat zij die krukken nog zal gebruiken wanneer ze hier weggaat. Beslist niet. Hier komt een Indiaanse vrouw, een Indiaanse man, een hele groep komt eraan. O God, wees genadig.
[Leeg gedeelte op de band—Red.]… En het leek op wolken. Bijna elk van hen beantwoordde het. En laten we voor een ogenblik bidden. Ik ga u vragen of u zo eerbiedig mogelijk wilt zijn als u kunt, voor een paar ogenblikken.
80
Onze hemelse Vader, we brengen deze mensen in Uw Goddelijke tegenwoordigheid. Niet alleen dezen in de gebedsrij, of hen die gebedskaarten hebben. We bieden U vanavond de hele groep aan. Kom Vader, bedien hen in de opstandingskracht van de Zoon van God. Moge elk hart hierbinnen zichzelf onderwerpen aan geloof in God.
En moge uw nederige dienstknecht hier, onwaardig om hier te staan, maar moge de Heilige Geest zo'n grip op me krijgen, dat ik gebruikt zal worden voor Uw heerlijkheid. In de kracht van de opstanding van de Zoon van God, gewoon een sterfelijk mens, zondig, onwaardig. Maar Vader, als U zou uitzien naar een heilig volk vanavond, zonder Christus, waar zou U het vinden? Ze zijn er niet. Maar iedereen in Christus is een nieuwgeboren baby.
En we zijn zo blij dat U een weg hebt gemaakt dat we met onze naaste, en onze broeders kunnen samenwerken. Wij, onrechtvaardigen, komen nu, door het vergoten Bloed van de Here Jezus, en bieden ons geloof aan U aan voor de genezing van de zieken. Want we vragen het in Jezus Naam, en volgens de verzoening, dat we genezen zijn door Uw striemen. Amen.
81
Hoevelen in het gebouw, ongeacht waar u bent, willen zeggen door het opheffen van uw hand: “Broeder Branham, ik heb geen gebedskaart.”
Onthoud dat we op een avond, ergens, op een tijdstip, voor elk persoon zullen bidden, die een gebedskaart ontvangt. Ook al duurt het een maand om dat te doen, we zullen voor elk persoon met een gebedskaart bidden. Houd uw kaart bij u. Als u niet op de ene avond geroepen wordt, dan zult u het op een andere. We zullen erop toezien dat elke gebedskaart afgeroepen wordt, er voor gebeden wordt, de handen worden opgelegd bij elk persoon.
Welnu, u weet niet welke avond uw… Elke dag geven ze nieuwe uit, omdat nieuwe mensen binnen komen. En we roepen ze eruit, en nemen er een paar hier, die in de gebedsrij gaan staan. En zover ik weet is er geen enkel persoon die in die rij staat, die ik ooit gezien heb. Er zijn Indianen, Mexicanen, blanken, alles door elkaar. Zo zal het ook in de heerlijkheid zijn, nietwaar? Ik ken niemand van hen. Waarschijnlijk kan ik hun taal niet spreken, maar wist u dat God ze allemaal kent?
82
Ik heb het Woord gepredikt; zij hebben dat gehoord. En de samenkomst ziet ernaar uit om iets te zien gebeuren. Is de echte wonderbaarlijke opstandingskracht, de positieve kracht van Christus teruggekomen in de gemeente?
Jezus zei: “De dingen die Ik doe zult u ook doen.” Is dat juist? Hij beweerde niemand te genezen; Hij beweerde dat God Hem een visioen liet zien over verschillende zaken. En datgene wat God Hem toonde om te doen, is het enige dat Hij deed. Hoevelen in de gemeente weten, wat de Evangeliewaarheid is, dat Jezus zei dat Hij niets uit Zichzelf kon doen? Om precies te zijn, het enige wat Hij zou doen, was wanneer God de Vader Hem toonde wat Hij doen moest; en Hij zei dat God in Hem was.
Gelooft u dat God vanavond in deze gemeente is? Hij is hier niet in de ruimte om ons heen; Hij is in de mensen. Is dat juist? Dus, als God hierbinnen is, dan zou Hij voor ons hetzelfde kunnen doen als wat Hij bij Jezus deed, omdat Jezus zei: “Dezelfde dingen die Ik doe, zult u ook doen, helemaal tot het einde der tijden.”
Klopt dat? …Een vrouw raakte Zijn kleed aan, Hij keek om Zich heen in het publiek; Hij zei: “Uw geloof heeft u genezen van die bloedvloeiing.”
83
Een blinde man riep Hem na, en toen zijn geloof Hem aanraakte, draaide Jezus Zich om en zei: “Uw geloof heeft u genezen.” Vele van zulke dingen. Op een dag raakte Hij iemand's oog aan, of allebei, en zei: “Naar uw geloof zal het u geschieden.”
Maar de Vader toonde Hem [eerst] enkele dingen om te doen; Hij ging en voerde dat uit. Hij liep overal aan de zieken en aangevochten voorbij, en vond deze persoon waarvan de Vader het Hem verteld had, Hij ging naar hem toe en vertelde hem: “Sta op; neem uw bed op, en ga naar uw huis toe,” liep weer weg en liet de overigen achter.
Ze zeiden: “Waarom?”
Hij zei: “Ik doe alleen wat de Vader me toont om te doen.” En als Hij Dezelfde vandaag is als in die… Hij stond op de podiums van de toenmalige wereld, onder verschillend publiek, en hij ontving hun gedachten vanuit het publiek. Is dat juist? “Dezelfde gisteren, vandaag, en voor immer…”
84
Ik wil u nu vragen hoevelen hier zonder gebedskaart zijn, die zeggen: “Broeder Branham, met Gods hulp, zal ik mezelf aan de Heilige Geest overgeven, en ik zal gaan bidden dat God u tot mij zal doen keren, en mij laat weten of ik beter zal worden, of iets over mij dat gewoon mijn geloof zal doen rijzen. Ik zal het geloven.”
Zult u dat doen? Overal, die geen gebedskaart hebben. Kijk eens, je kunt het amper aanwijzen; het is gewoon overal. In orde. Kijk hierheen en leef. De reden dat ik dit zeg tegen hen zonder gebedskaart, is omdat degenen met gebedskaart hierheen zullen komen. Degenen zonder gebedskaarten zouden die gelegenheid niet kunnen krijgen, en misschien is het uw laatste keer.
Sommigen van jullie die daar zitten zien er groot en gezond uit, hun harten mogen nu wel kloppen, maar dat zou de volgende vijftien of twintig minuten ten einde kunnen zijn, Iets moet er dan gebeuren.
85
Een arme dame zit hier in een rolstoel. Ik heb haar twee avonden gezien, ik weet precies wat er met haar aan de hand is; ik ken de oorzaak. Ik heb haar één of twee avonden geleden gezien, en ik dacht dat zeker het geloof zou komen (de Engel des Heren stond hier precies).
Dus begon ik de rij te roepen, en toen zag ik dat het naar een andere dame ging. Ziet u? Ik geloof dat haar tijd nabij is. Dat is juist. U kijkt naar haar en u voelt medelijden en zegt: “Dat is een vrouw, die…” Maar denk eraan dat die vrouw nog vijftig jaar langer zo kan leven, en dat die grote gezond uitziende man, die daarachter zit, met een hartprobleem, misschien niet eens het einde van deze avond haalt. God weet alle dingen, nietwaar? Hij weet alles. Hij weet wat er moet gebeuren.
In orde. Hier staat ze dan. Verontschuldigt u mij, ik bedoelde dat niet zo, zuster. Ik dacht dat…In orde. Deze dame hier is de eerste om mee te starten. Ik ga u vragen of u iets voor mij wilt doen? Als de geluidsman naar deze microfoon wil omzien… Zij vertellen me dat ik niet luid genoeg praat als de zalving naar beneden komt. Ik weet dan de helft van de tijd niet eens zelf waar ik dan aan toe ben. Begrijpt u? Dat is de reden; ik ben dan in een andere wereld.
86
Dus, als u nu werkelijk eerbiedig zult zijn… ziet u broeder Brown hier staan en broeder Moore; ze zijn elke minuut waakzaam. Daarom staan ze hier. Ze weten precies als er iets met mij gebeurt, dat ze mij moeten wegdragen. Als ze mij dan wegdragen, komt de andere prediker naar het podium, neemt het regelrecht over in de Geest, en start met het maken van een altaaroproep, of doet datgene waar hij zich toe geleid voelt.
Wanneer ik voel dat ze me aan mijn zij kloppen, dan weet ik dat ik verondersteld word een gezamenlijk gebed op te dragen, en dat is alles wat ik me dan nog de volgende dag kan herinneren, als ze mij erover bijpraten.
Welnu, moge Hij nu Zijn zegeningen toevoegen, in Jezus Naam. Voor de glorie van God, en voor de zaak van de opstanding van de Here Jezus Christus, neem ik elke geest hierbinnen onder mijn controle. In de Naam van de Here Jezus… Dit is tegen ongeregeldheden (begrijpt u), daar heb ik het voor nodig.
87
Welnu, de dame hier, ik wil met u praten, dame. Kunt u me voldoende verstaan? Mijn stem is hier boven. Ik veronderstel dat we vreemdelingen zijn voor elkaar… God kent ons evenwel allebei, nietwaar? Hij kent ons allebei.
Welnu, u weet mevrouw, net als iedereen, dat ik, enkel als mens, helemaal niet weet wat u wenst. Het zou totaal onmogelijk zijn om dat te weten. Dat wij als vreemden die elkaar nu pas ontmoeten, hoe ter wereld zou ik kunnen weten wat u wil? Maar Jezus Christus kende u al voordat u geboren was; Hij kende mij voordat ik geboren was.
U bent een Christelijk gelovige, ik bemerk dat, omdat uw geest welkom aanvoelt. Terwijl u bemerkt dat nu iets aan het plaatsvinden is, wil ik dat de toehoorders op de vrouw letten; kijk slechts naar haar. Kijk naar elke patiënt die hier langskomt. Wanneer de Engel naar hen toe beweegt, let er dan op hoe zij eruit zien. Ze worden wit om hun mondhoeken, en iets gebeurt met hen. Begrijpt u? Ze staan in Zijn Tegenwoordigheid.
88
Tussen mij en de vrouw weet ik dat het erop lijkt alsof iemand precies hier verschijnt. Ik zie het nog niet. Ik weet nog niets, maar het breekt door, en iets zal het haar vertellen. Ik weet niet waarom ze hier staat. Het zou kunnen zijn dat ze gezondigd heeft. Misschien is ze ziek. Misschien heeft ze gezinsproblemen. Ik ken haar wens niet, maar God weet het wel. Dus zou Hij het moeten doen, en als Hij het doet, dan zou u moeten geloven dat het van een bovennatuurlijke bron komt.
Zal de samenkomst hetzelfde geloven? Het moet wel…
Als Jezus dan nu uit de dood opgestaan is, dan is dat het bovennatuurlijke; dat is een wonder. Is het dat? Het kan niet verklaard worden; het is een wonder. Beslis dan of…?... dat iets dat hier komt om,… ken Hem erin, omdat Hij mij vertelde: “Ik zal met jou zijn,” en ik geloof het. Ik geloof Hem met heel mijn hart.
89
En nu, natuurlijk zien we nu dat u een bril draagt. Natuurlijk weten we dat er iets niet in orde is met uw ogen, anders zou u geen bril dragen. Maar nu, misschien is er iets anders aan de hand, ik zou het niet kunnen zeggen, maar de Here Jezus weet het wel.
Nu, terwijl we elkaar aankijken, beweegt de Heilige Geest tussen ons in. En, nee, het wordt werkelijk licht rondom u. U bent hier niet voor genezing, omdat je onlangs genezen werd. U werd hier zondagavond al genezen, is dat juist? Welnu, hoe zou ik kunnen weten dat u zondagavond al werd genezen? Iets had mij dat moeten vertellen. Klopt dat?
Nu, gelooft u met heel uw hart, met uw hele hart? Ik zie iemand anders. Het is nu een man die naast u staat, en dat is uw echtgenoot, en hij heeft arthritis. Dat klopt. En er zijn twee… Er is nog iets anders, zuster. Het zijn twee kinderen; het zijn kleinkinderen. En ze hebben tuberculose. En u bent gekomen om voor hen te laten bidden, ZO SPREEKT DE HERE. Dat is waar, is het niet? Absoluut, het is de Naam van de Here. Gelooft u dat u zult krijgen waarvoor u gevraagd hebt? Kom hier.
Almachtige God, Schepper van hemel en aarde, ik zegen mijn zuster, in de Naam van Jezus Christus, dat ze het verlangen van haar hart krijgt. Vrees niet, zuster, u ontvangt wat u gevraagd hebt.
90
In orde. Wees gewoon werkelijk eerbiedig. Gelooft iedereen van jullie nu? Vrienden, dat is de wijze waarop de samenkomsten moeten zijn. En iedereen zou precies nu zijn genezing moeten ontvangen. Geloof de Here slechts; dat zet het vast. Ziet u het?
Mozes moest een teken doen, en hij deed precies wat God hem vertelde te doen. De ouderlingen keken ernaar, en volgden hem, en deden precies wat hij zei.
O, tjonge, gezegend zij de Here. O, Ik ben zo dankbaar voor Hem. In orde. …Bent u de dame, de patiënt? Goed, zuster, kijk nu deze kant op en geloof met heel uw hart.
Welnu, als er iets is wat ik zou kunnen doen om u te genezen, of als u iets van de Here verlangt, dan verlangt u het van Hem, niet van mij. Begrijpt u? Want als er iets is dat ik, als mens, zou kunnen doen, dan zou ik het doen als ik het kon, als daar iets is om u te helpen. Maar ik ben zo beperkt in dingen;… Ik zou in staat zijn een beetje geld bijeen te rapen, of zoiets, maar dat is dan ook alles wat ik zou kunnen doen. Als u ergens heen wenste te gaan, dan zou ik bij machte zijn een taxi te huren die u er naartoe brengt, of iets dergelijks.
Maar nu, als het iets is dat buiten mijn bereik ligt, dan kan ik alleen maar voor u bidden, maar God zou het u moeten geven.
91
Maar Hij is hier. En volgens mijn onderwijzing van de Bijbel heeft Hij u al gegeven wat u wilt, maar alleen moet u voldoende geloof hebben om het te ontvangen. Dus door een Goddelijke gave die u wellicht zal vertellen wat u wilt, laat dat u weten dat u in Zijn Tegenwoordigheid bent, en vervolgens zult u ontvangen wat u wilt. Gelooft u dat? Als Hij mij precies zal bekendmaken waarvoor u hier bent, alleen maar dat ene, namelijk waarvoor u hier komt, zou u het dan meteen willen aanvaarden? Zeg: “Ik geloof het,” omdat u weet dat het … was … gelooft u met elk onderdeeltje van uw hart?
Dame, u verkeert in een verschrikkelijke kwelling; u lijdt. En ik zie u bij de dokter, en de dokter schudt zijn hoofd. De dokter heeft u opgegeven voor iets; het is kanker. Ik zag het op uw onderjurk geschreven: kanker. En hij kan u verder niet meer helpen. En u bent ook bezorgd om een kind. En dat kind… ik zie iets als licht, het is een tijdje geleden, het kind heeft leukemie en werd genezen. En nu heeft het bloedarmoede, en u wilt er gebed voor. Kom hier.
Almachtige God, Die wij liefhebben en vertrouwen, geef zegeningen aan deze vrouw voor de glorie van God, in de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God, vraag ik het. Amen.
92
Nu, kijk eens even hierheen, zuster. Gelooft u nu dat u ontvangt waar u voor gebeden hebt? [De vrouw spreekt met broeder Branham - uitg.] Mevrouw? Een verpleegkundige in het ziekenhuis? In de regio? En u was de verpleegkundige? Moge God u zegenen. Waar had u last van? Tuberculose in de keel. En God genas u? Hoelang is dat geleden, mevrouw? Bij mijn eerste samenkomst hier. O ja. Ik was er twee-en-een-halve-week geleden en broeder Outlaw bracht mij daar naartoe, dat is het enige wat ik me er momenteel van herinneren kan. God zegene u. Dat is juist, en hier bent u dan nu. Wat er ook verkeerd was (ik weet het nu niet), maar u zult weer gezond worden net als toen. Dat doet uw geloof.
Hier is iets anders wat u zou willen weten terwijl u daar staat. Uw echtgenoot heeft ook genezing nodig, is het niet? Hij heeft een tumor op zijn hersenen…?... God zegene u. Amen. God zegene u, ga nu terug… laten we zeggen: “Prijs de Here.” [Samenkomst zegt: “Prijs de Here.”- uitg.]
Gelooft u? Hoe kunt u blijven weigeren te geloven? “Jezus Christus, Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer.” Nimmer falende genadebewijzen, nooit falend… Welnu, wees eerbiedig, overal.
93
Hoe gaat het met u? Komt u voor het kind? Kijk nu voor een ogenblik hierheen, en geloof met heel uw hart, geloof dat God zal gaan genezen, of wat er ook gedaan moet worden. Gelooft u van ganser harte? In orde. We zijn onbekenden voor elkaar; ik ken u niet. God zegene u, moeder. U hebt pas geleden een reis gehad. U komt uit een plaats… O, u hebt vele…
O, het is voor dit kind dat hier staat. Het kind heeft iets verkeerds met zijn keel. En de dokter heeft geprobeerd… U was met het kind in Dallas, Texas. Ik zie dat u een stad verlaat die Dallas heet. En de dokter wil het kind opereren, en u bent bang voor de operatie, omdat u onlangs een jongen kwijt bent geraakt, en een operatie had de jongen gedood. En de jongen werd aan de hersenen geopereerd, een hersentumor operatie, en het doodde de jongen. En u bent er bevreesd voor omwille van het kind. Een ogenblik. Kom even hier.
Hemelse Vader, gezegend zij de Naam van de Here Jezus. Ik zegen hen in Jezus' Naam, dat alles hun toegestaan wordt waar ze vanavond om vragen: Genezing van het lichaam, alles wat ze nodig hebben, ik leg als dienstknecht van Hem mijn onwaardige handen op hen in de Naam van Jezus Christus, Die ons opgedragen heeft om de hele wereld in te gaan: “Leg handen op de zieken, en ze zullen herstellen.” Ik doe dit in Jezus Christus Naam, als een gelovige. Amen.
Vrees niet, zuster. Ga, God gaat met u.
94
Dat is het wat u pijn doet…?... Is dit de man? Hoe maakt u het, meneer? Ik veronderstel dat we onbekenden voor elkaar zijn?
Was dat kind zonet al in de gebedsrij, daarginds ? O, ik begrijp het. In orde. Ik zie een Licht boven het kind hangen. Er bestaat geen twijfel over wat met hem aan de hand was, God zal het nu gezond laten worden. Hij hangt daarboven voor het kind.
95
Broeder, wij zijn vreemdelingen voor elkaar. Ik ken u niet; ik vermoed dat ik u nog nooit in mijn leven gezien heb, maar God kent ons allebei. U gelooft mij toch als Zijn dienstknecht, nietwaar broeder? Met heel uw hart, want dan kan ik u helpen geloof te vinden in de Here Jezus.
In het visioen dat tussen u en mij doorbreekt, zie ik bloed bewegen. U hebt iets met de toestand van uw bloed; het is diabetes. En u bent onlangs in het ziekenhuis geopereerd. En zo ongeveer afgelopen jaar, uw ledematen, uw benen lagen omhoog, zij opereerden u aan een aandoening van de prostaat, en de operatie verliep niet succesvol; u hebt er nog steeds last van. Die dingen zijn waar. Maar Jezus Christus is hier om u gezond te maken. Gelooft u het, broeder? Kom hier.
Vader God, in de Naam van Jezus Christus bid ik voor mijn broeder, dat u hem gezond maakt, en moge hij hier vanavond als een gezonde man weggaan, terwijl ik hem tegen mijn lichaam aanhoud, om contact te maken en dat de Heilige Geest hier nu is, die het hem kan vertellen, openbaren. Moge de Engel des Heren hem nu regelrecht aanraken, door de verdienste van Jezus Christus, door Zijn Naam. Amen.
God zegene u, mijn broeder. Ga en wees blij. Iets is er met u gebeurd; u weet dat het zo is. Dus ga… Amen. Twijfel niet, heb nu geloof.
96
Hoe gaat het met u, dame. Wacht even, mevrouw. Ik veronderstel dat we vreemdelingen zijn voor elkaar? U hebt me eerder gezien.
Maar ik bedoel dat ik u niet ken, voor zover ik weet. U gelooft de Here Jezus met heel uw hart? Gelooft u dat ik Zijn diensknecht ben?
Mevrouw, u die op de treden staat met die zonnebril op, gekleurde dame, gelooft u dat ik Zijn dienstknecht ben? Wilt u uw genezing aanvaarden waar u staat? Uw geloof... Er begint Iets over u heen te bewegen terwijl ik met de dame aan het spreken ben. Als dat klopt, wuif u hand dan? Het is de Heilige Geest; de Engel hangt boven u. U lijdt; u bent aan één oog blind. En u hebt tevens een tumor die uw leven probeert te nemen. Keer terug naar uw zitplaats en ontvang uw genezing in de Naam van de Here Jezus.
97
Gelooft u met uw hele hart? U hebt een probleem met nervositeit. En u hebt een probleem met de stoelgang. U hebt een echtgenoot die bij de belasting werkt. dat is juist. En hij is hier ergens in het gebouw. Hij is plaatsaanwijzer in dit gebouw. Hij heet...?... En u woont op 728 East Montabello, of zoiets als dat, ik zie het op...Is dat niet juist? Keer terug, u ontvangt waar u voor gebeden hebt. Uw geloof heeft u gezond gemaakt.
Wat als ik u zou vertellen dat u genezen bent terwijl u daar zit, zou u het met heel uw hart geloven, zuster? Kom hier. Dierbare hemelse Vader, kom met ontferming. Sta nu toe aan deze vrouw, dat het nooit meer zo zal zijn, door de Naam van Jezus. Amen. Vertrouw, geloof.
98
Daar is het. Toehoorders, kunt u dat niet boven een man zien hangen, hier in...? Hij is min of meer al een man op leeftijd. Ik zie dat hij lijdt; het is een prostaatprobleem. De man heeft dun haar en draagt een bril. Daar precies zit de man. Ik bedoel u, ja meneer. U hebt een prostaatprobleem. God zegene u. U was in gebed, nietwaar, meneer? Dat is de reden dat u zult genezen.
Zeg, broeder, u was zo vriendelijk om dat te doen, die man die zonet de Here Jezus aangenomen heeft, een poosje geleden, die daar direct naast u zit. Hij heeft een maagprobleem, die Mexicaanse broeder, hij wil genezen worden. Wilt u uw handen op hem leggen? Dat is juist, meneer.
De kleine dame die naast u zit heeft ook maagproblemen. Zo is het. Dat klopt, dame. God zegene u. jullie zijn allebei genezen. God zegene u. U kunt naar huis gaan, gezond en wel.
Daar zit een Indiaanse vrouw naast haar. Verstaat u Engels, Indiaanse mevrouw? U hebt last van uw zij, nietwaar? U bent genezen. Jezus Christus maakt u gezond. Halleluja. Geloof met heel uw hart. Epileptische...?... hier, die geest zet zich hier in beweging. Dit kleine kind hier heeft ook epilepsie, dat daarachter zit. Heb geloof in God; geloof met heel uw hart. Halleluja.
99
Geloof nu; wees niet ongelovig. De dame die daar over iemand's schouder kijkt, rode kleur haren, ja. U bent in gebed, zuster. U dacht: “Als ik me opricht en die man in zijn gezicht kijk, dan zal hij me roepen.” Hebt u daar niet voor gebeden, had u dat in uw hart gezegd? Steek uw handen omhoog als dat de waarheid is.
Ga nu op uw voeten staan. U hebt astma. Dat is correct. U keek daar even stiekem en u zei in uw hart: “Als die man mij aankijkt, zal ik genezen zijn.” Is dat juist? Als dat juist is, wuif dan met uw hand? In orde. U krijgt wat u gevraagd hebt. Halleluja.
Gelooft u dat die maagpijn u verlaten heeft, meneer? Ga uw avondeten eten. Gelooft u? U kunt nu onmiddellijk genezen zijn. Ga op uw voeten staan, iedereen.
Almachtig God, in de Naam van Uw Zoon, de Here Jezus, ik veroordeel elke...?...