De Vuurkolom

Jonesboro, AR USA

53-0509

1
Sta voor uw kerk. Kom dan maandagavond weer naar ons terug. Breng uw voorgangers mee en vertel ze ook te komen. We zullen, zo de Here wil, wat gaan onderwijzen voor een aantal avonden uit het boek Genesis of Exodus, een van beide.
Dan hebben we op woensdagavond weer een genezingsdienst, en vervolgens beginnen we op donderdagavond in Shreveport, Louisiana. Zondagavond zullen we voor zover ik nu weet in de Gemeentelijke Gehoorzaal zijn te Shreveport. Daarvandaan gaan we naar huis; vervolgens naar noordelijk Indiana, waar we een samenkomst hebben waarin drieënveertig Volle Evangeliegemeenten uit die streek de samenkomst steunen. Voor zover ik weet, zal de daaropvolgende samenkomst zijn in Johannesburg, Zuid-Afrika. Dus ik vertrouw erop dat u voor mij zult bidden.
2
Vrienden, vele malen als de stormen hard tekeer gingen en de beproevingen aan alle kanten op mij af kwamen, dacht ik terug aan Arkansas en hierginds, aan de Christenen die hun handen ophieven op die avond, toen u dat lied mij toezong, toen ik wegging, met de belofte dat u voor mij zou bidden als ik wegging. Ik geloofde dat u aan het bidden was. God heeft nooit gefaald om uw gebeden te beantwoorden, want Hij stond mij bij in de hitte, als de strijd hevig was, en we met allerlei zaken hadden te strijden.
Misschien zou u het niet helemaal precies begrijpen. Het heeft geen nut te proberen deze dingen te verklaren. Zij zijn niet uit te leggen. God Zelf is de Enige die het weet. U denkt misschien dat het leven een bloemenbed van gemak is. Als u echter wist welke strijd en beproevingen hiermee vergezeld gaan, zou u zich verbazen.
3
Weet u, de meeste profeten en dichters worden beschouwd als zenuwpatiënten. U weet dat. Ik geloof dat het Stephen Foster was, broeder, die werd beschouwd als een van de beste… Wel, hij gaf Amerika enige van haar beste volksliederen. Hoevelen hebben wel gehoord van de liederen van Stephen Foster? Zeker, velen van u. The Old Folks At Home, Swannee River, en Old Kentucky Home.
Ik stond niet lang geleden bij de “old Kentucky home.” Het is maar een klein stukje bij mij vandaan. Ik keek naar zijn schilderij daar, hoe de serafim verondersteld waren hem aan te raken om hem inspiratie te geven. Ik dacht: “Meneer Foster, u had het in uw hoofd, niet in uw hart.” Hij zou uitgaan… hij kreeg inspiratie om een lied te schrijven, en nadat hij het lied af had, ging hij aan de drank. Tenslotte toen de inspiratie om een lied te schrijven hem had verlaten, riep hij een dienstknecht, nam een scheermes en pleegde zelfmoord — Stephen Foster.
4
Niet lang geleden stond ik bij William Cowper's graf in Londen, Engeland — die werd beschouwd als een zenuwzieke. Hij schreef dat beroemde lied dat ik bijna heel mijn leven heb gebruikt als het lied voor het Avondmaal:
Er is een bron gevuld met bloed,
Vloeid' uit Immanuel's aderen,
En zondaars worden in die vloed,
Van alle zondesmetten vrij.
Nadat hij dat lied had geschreven, hij was zoals altijd onder inspiratie gekomen; en toen hij uit de inspiratie kwam, probeerde hij de rivier de Seine te vinden om zich te verdrinken, zelfmoord te plegen. Hij werd beschouwd als een beetje niet goed snik, een beetje in de war.
Dit beroemde lied dat zij zojuist zongen: Oh, liefde Gods, hoe rijk en rein. Weet u waar dat laatste vers daarvan werd gevonden? Vastgeprikt aan de muur van een krankzinnigengesticht. Wist u dat? Zo is het. Het was vastgeprikt in een krankzinnigeninstituut, aan de muur. De mensen beseffen niet wat het inhoudt.
5
Wel, u zegt: “Dat zijn liedschrijvers. Hoe zit het met profeten?” Jona, toen hij op weg ging en God hem inspiratie gaf en voor hem in zuurstof voorzag om hem drie dagen en nachten lang in leven te houden in de buik van een walvis. Toen hij eruit kwam bij Ninevé, nadat hij drie dagen en nachten lang in leven was gehouden, predikte hij met grote kracht. Hij gaf zijn profetie aan een stad ter grootte van St. Louis, Missouri; welke zich bekeerde en zelfs hun dieren in zak en as deden.
Vervolgens nadat de inspiratie hem had verlaten, zat hij onder een boom en bad… een kleine wonderboom die was geveld, en hij bad God om zijn leven te nemen. Klopt dat? Zie, hij ging omhoog onder inspiratie. U begrijpt het niet, vrienden. En wanneer je weer op aarde komt…
6
Iemand merkte eens op… Ik ging eens het gebouw uit, ik viel flauw voordat ik het podium had verlaten. U zegt: “Wel, dat is onzin. De man behoorde weg te lópen…” Oh, als hij het eens wist! Als u het eens wist! U zegt: “Broeder Branham, als God mij visioenen gaf…” U weet niet waarom u vraagt, vriend. U begrijpt het niet.
Daniël, de profeet, zag één visioen en zei dat hij vele dagen hoofdpijnen had. U bent in een andere wereld. U wordt als een marmotje. U bent slachtoffer voor het mensdom. Het is tamelijk zwaar als men de boodschap niet gelooft, maar het is door de tijden zo geweest. We hebben altijd ongelovigen gehad. We hebben daar altijd al mee moeten strijden.
7
Kijk naar Elia, de profeet. Elia was één der hoofdprofeten. Die man ging heen en stond op de berg en beval dat er vuur uit de hemel zou neerdalen en het offer zou verteren en het gebeurde. Hij riep regen neer uit de hemel, terwijl het drie jaar en zes maanden niet had geregend. Klopt dit?
Maar toen de inspiratie hem had verlaten, zwierf hij veertig dagen lang in de woestijn; wist niet meer hoe hij het had. God vond hem ergens teruggetrokken in een grot. Klopt dat? Hij vluchtte weg voor een vrouw die zijn leven bedreigde, nadat hij met een zwaard eigenhandig vierhonderd profeten had gedood die dag, hij hakte hen het hoofd af — Elia de profeet. Is dat juist?
Hij had daar gestaan voor heel het volk en daagde hen uit God te tarten en maakte al die priesters en profeten van Baäl belachelijk, toen ze profeteerden, zich sneden enzovoort. Hij zei: “Roep nog wat harder. Misschien is hij op reis.”
Toen de inspiratie op hem was, tartte hij gewoon alles wat goddeloos was. Maar toen de inspiratie hem verlaten had, vluchtte hij weg voor de bedreiging van een vrouw, en vluchtte de wildernis in en God voedde hem, maakte hem wakker en voedde hem opnieuw. En de man was zich ervan onbewust, voor zover ik weet, dat hij veertig dagen en nachten in de wildernis rondzwierf, en God vond hem in een grot. Klopt dat?
Dus u ziet dat u het niet kunt begrijpen, vrienden. Mensen bidden voor zaken waarvan ze niet beseffen waarvoor ze bidden. Bovendien, gaven en roepingen zijn onberouwelijk.
8
Maar ik geloof dat we leven in de dagen vlak voor het komen van de Heer. Als het fanatisme is om dat te geloven, dan ben ik een fanatiekeling. Maar, vrienden, ik weet dit, dat ik geloof dat God op het punt staat een heel snel werk te doen.
9
De hele wereld… Hebt u ooit zoveel nervositeit gezien? Gewoon om u te vertellen, zelfs… elke avond wanneer ik hier ben geweest en ik op het gehoor let, nu, elke avond. Ik wil dat elke man en vrouw nu eerlijk tegen mij is. Ik voel de druk wanneer nerveuze mensen naar dit podium komen. Er zijn tenminste, nu op dit moment in dit gebouw, tachtig procent van degenen die hier zitten, nerveus, die lijden aan nervositeit. Dat is exact waar.
Wees eerlijk met me. Elke man of vrouw, jongen of meisje hier binnen die wat nervositeit heeft, steek je handen op. Wat heb ik u gezegd? Wat is er aan de hand? De Bijbel zegt dat de harten der mensen zouden bezwijken, meer hartproblemen: ziekte nummer één. Klopt dit? En angst, schouwspelen op de aarde, ingewikkelde tijden, spanning tussen de volken; de zee buldert, grote vloedgolven spoelen delen van steden weg en overspoelen de kusten, vlak voor de komst.
Het maakt het toneel gereed voor het grootste drama wat ooit werd uitgebeeld in alle tijdperken: de komst van de Here Jezus Christus. Kunt u zich een klein lam voorstellen wat in het veld graast? Hij wordt nerveus. Waarom is hij nerveus. Hij kan het niet zien, maar ginds achter de biezen beweegt iets. Het is een leeuw die naderbij sluipt, gereed om hem te bespringen. Daarover is hij nerveus.
10
Het eind is nabij. Ik weet niet wanneer; niemand weet dat. Wie zegt dat hij het wel weet, weet het niet, want Jezus heeft gezegd dat Hij het Zelf niet wist. Maar we weten dat wanneer deze dingen beginnen te geschieden, heeft Hij gezegd, onze hoofden op te heffen want de verlossing komt naderbij.
Nu, we zijn aan het eind van het tijdperk en ik wil niet proberen iets verkeerd voor te stellen. Ik ben daar nooit schuldig aan geweest. Ik heb altijd geprobeerd eerlijk en waarachtig te zijn en zo waarachtig als ik maar kan zijn. Allereerst met God; en als ik waarachtig ben met God, zal ik waarachtig zijn met Zijn kinderen. Ik besef dat zoals ik Zijn volk dien ik God dien. Jezus zei: “In zoverre u dit aan de minste van Mijn kleinen hebt gedaan, hebt u het aan Mij gedaan.”
Maar ik zeg vanavond, vrienden, de reden dat God mij onder u heeft geteld, is vanwege iets dat Hij tot u heeft gezonden, en ik wil dat u het aanneemt.
11
Nu, ik geloof dat Jezus Christus Dezelfde is, gisteren, heden en tot in eeuwigheid. Ik geloof dat God in den beginne de mens heeft gemaakt in Zijn eigen beeld, en God is een Geest. En God maakte de mens een geest-mens. Vervolgens maakte Hij hem uit het stof der aarde. Nu, ik geloof dat de mens in den beginne de dieren van de aarde leidde zoals de Heilige Geest de gemeente vandaag behoorde te leiden.
Er was geen mens om de aarde te bewerken, dus toen gaf Hij hem vijf zintuigen. Die vijf zintuigen waren niet om met God contact te hebben. Dat waren zien, tasten, voelen, reuk en gehoor. Zij waren om contact met zijn aards thuis te hebben. Maar door zijn geest heeft hij contact met God.
De mens verloor zijn oorspronkelijke toestand destijds en viel in ongenade. Toen dit gebeurde, kwam God neer en werd gemaakt in de gestalte van een mens, om de mens terug te verlossen tot God. En God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenend. En de God van het Oude Testament, Jezus Christus van het Nieuwe, en de Heilige Geest van deze dag is dezelfde Jehovah God die in alle tijden heeft geleefd, zie.
12
Nu, in de dagen dat Hij Israël door de woestijn leidde… Ik wil een Schriftgedeelte lezen. Ik wil dat u goed oplet. God geeft Mozes opdracht, zendt hem nu. Ginds in Exodus, hoofdstuk 23, vers 20. Luister nu goed.
Zie, Ik zend een Engel voor u uit om over u te waken op de weg en u te brengen naar de plaats die Ik gereedgemaakt heb.(Let op wie die Engel is.)
Wees op uw hoede voor Zijn aangezicht en luister naar Zijn stem. Verbitter Hem niet, want Hij zal uw overtredingen niet vergeven, omdat Mijn Naam in het binnenste van Hem is.
Maar als u aandachtig naar Zijn stem luistert en alles doet wat Ik spreken zal, zal Ik de vijand van uw vijanden zijn en de tegenstander van hen die u in het nauw brengen.
Mijn Engel zal namelijk vóór u uit gaan…
Laten we zien hoe de Engel eruit zag. In hoofdstuk 13 van Exodus lezen we dit in vers 21 en 22.
De HEERE ging vóór hen uit, overdag in een wolkkolom om hen de weg te wijzen, en 's nachts in een vuurkolom om hun licht te geven, zodat zij dag en nacht verder konden trekken.
Hij nam de wolkkolom overdag en de vuurkolom in de nacht niet weg voor de aanblik van het volk.
13
Dat is Gods Woord. Nu, wat was de Engel? Het was de Engel van het verbond. En hij leidde… En al de oude dingen waren een type van de nieuwe dingen die zouden komen. Gelooft u dat? De Schrift zegt dat het een schaduw was, Hebreeën.
Nu, zoals God de gemeente in het natuurlijke leidde in die dag, leidt Hij de gemeente in het geestelijke in deze dag. Gelooft u het? Zij waren Gods volk tot zij werden uitgeleid uit Egypte en toen werden zij de gemeente van God; want het woord gemeente betekent “er uitgeroepen.” Zij waren uit Egypte geroepen en wij zijn uit de wereld geroepen, een bijzonder volk om God te dienen.
En dezelfde Engel, als Jezus Dezelfde is, dezelfde Engel, de Engel van het Verbond was Jezus Christus; want de Bijbel zei dat Mozes de rijkdommen van Christus groter achtte dan de schatten van Egypte. Dus hij liet Egypte achter, verliet alles om Christus te dienen en te volgen. Christus is de Logos, natuurlijk, Degene die van God uitging in den beginne, wat de Vuurkolom was…
14
Zou u willen horen wat ik denk over hoe God werd….? Zou u even een reisje met me willen maken? Heb ik tijd genoeg? Nu, wees een ogenblik eerbiedig. Laat me dit voor u uitleggen.
Laten we nu even in uw gedachten een reisje door de ruimte maken, een geestelijk visioen, en honderd miljoen jaren teruggaan voor er zelfs een ster aan de hemel stond. Daar was God. Hij is altijd God geweest. Vervolgens staan we hier en zien hoe de schepping in bestaan komt. Er is nog geen ster, er is nog niets.
En dan, laten we opletten. Ginds zie ik nu heel die ruimte, dat alles is God, zonder vorm, voor eeuwig, voor eeuwigheden, geen begin, geen eind. Het is allemaal God. Voor er zelfs lucht was, was er God. Het begin van de natuur zelf was God.
15
En nu, de Bijbel leert ons dat de Logos uitging van God, of mag ik zeggen, alles van God werd Zijn eerste lichaamsgedaante toen de Logos van God uitging. Laten we zien hoe het er uit zag. Niemand heeft ooit de Vader gezien, nergens, nooit en nimmer.
Maar toen de Logos van Hem uitging, was het als een kleine lichtkrans. Laten we het duidelijk bezien en ginds is het als een kind voor de stoep van de vader. En nu kan ik Hem zien als Hij hier heen beweegt, en Hij tekent in Zijn geheugen … of, in Zijn verstand een beeld van wat de wereld behoort te zijn. Nu, er is geen ster of iets.
Ik kan Hem horen zeggen: “Laat er zijn.” En er brak ginds een atoom. Toen dit gebeurde kwam de zon in bestaan en begon rond te wervelen. Ze brandde miljoenen jaren en miljoenen en miljoenen jaren. Na een poosje zie ik er een brokstuk vanaf vliegen: “Zoef.” Wat is het? De eerste ster die van de zon af vliegt. Hij ziet hem een paar miljoen jaar vallen en dan stopt Hij hem. Dan vliegt er een ander vanaf en Hij laat hem een paar miljoen jaar vallen en stopt hem. Wat doet Hij? Hij schrijft Zijn eerste Bijbel, de Dierenriem.
16
God schreef drie Bijbels: eerst, de Dierenriem, vervolgens in de piramiden, en één op papier. Nu, Hij schreef Zijn eerste, de Dierenriem. Het begint met een maagd, eindigt met Leo de leeuw. Jezus' eerste komst en Zijn tweede komst. Als we tijd hadden om het door te nemen zou u het zien.
Maar Hij schrijft dat omdat de mens moet opzien. God is boven. Vervolgens nadat Hij heel het hemelse, het zonnenstelsel heeft uitgeschreven, zie ik Hem hier heen bewegen, boven een brokstuk die deze wereld was. Het is niets dan een ijsberg die daar hangt. Hij laat het bewegen rond de zon. En terwijl hij begint rond te draaien, smelt Hij al het ijs wat er op is. De ijsbergen beginnen er van af te vliegen. Texas wordt gevormd, Louisiana en daar ginds, waar ze er afgeschraapt worden, zoals de deskundigen ons vertellen, terwijl de ijsbergen in de Golf verdwijnen enzovoort.
17
Nu, de wereld was zonder vorm en leeg en water was op de afgrond. We zijn nu in Genesis 1, ziet u. Vervolgens maakte Hij al het plantenleven. Dan maakt Hij na een poosje de mens in Zijn eigen beeld. En als Hij de mens maakte in Zijn eigen beeld, moest Hij hem maken in de orde van dat bovennatuurlijk Wezen. Zo is het.
Vervolgens was er geen mens om de aarde te bewerken (Genesis 2.) Toen maakte Hij de mens uit het stof der aarde; niet in Zijn beeld, maar uit het stof der aarde. Hij gaf hem misschien een hand als een aap en een voet als een beer. Ik weet niet wat Hij hem gaf. Maar hij gaf hem vijf zintuigen om contact te maken met zijn aardse thuis.
18
En vervolgens maakte Hij een vrouw voor hem. En de mens viel. Ik heb mijn idee over wat dit was. U kunt de uwe hebben. Maar hij viel, hoe dan ook, uit de genade. En in plaats van dat Adam door de hof heen en weer rende, al roepend: “God, God, onze Vader, Vader, waar bent U?” verborg Adam zich en God riep: “Adam, Adam, waar bent u?” Dat is nog steeds zo de natuur van de mens — verbergen, weggaan bij God.
En hij probeerde zich een bedekking te maken uit vijgenbladeren. De mens vandaag probeert voor zichzelf een religie te maken, altijd iets te doen om zichzelf te redden. U zou niets kunnen doen om uzelf te redden. U bent zo hopeloos als u maar kunt zijn. Dat klopt. God moet u redden.
Jezus zei: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader hem trekt.” En u kunt geen dochter zijn tenzij God u heeft verordineerd het te zijn. “En wanneer hij komt, zal Ik hem geenszins uitwerpen. Ik zal hem eeuwig leven geven, hem opwekken in de laatste dagen.”
19
Het grootste probleem wat er in de kerk is vandaag, is een hoop vrees. De mensen zijn altijd bang en dat is van de duivel. Wees niet bevreesd. Wees dapper. U hoeft nergens voor… Er is niets om bang voor te zijn. We zullen daar op ingaan de komende week (ziet u), daarover, en we zullen verder op God ingaan, zien wie Hij was.
Dus u kunt zien dat toen de mens zichzelf verdierf, hij zondigde. En dan de enige manier die er was, is dat God Zich hier op aarde moest manifesteren in een lichaam van vlees om de zonde uit de mens weg te halen en hem weer terug te brengen in gemeenschap met God, om hem weer een zoon van God te maken. Het is alles wat hij kan zijn.
20
Nu, toen Hij de kinderen van Israël uit de woestijn bracht… de woestijn in bracht, leidde Hij hen door een Vuurkolom. Klopt dat? De Bijbel zei dat Hij dit deed, en Hij ging voor hen uit. Dat was de zalving, de Heilige Geest, Christus, die voor de kinderen van Israël uitging.
Wel, als Hij dezelfde is zoals toen, is hij dezelfde Man, dezelfde Persoon; Hij is alles wat Hij toen was, dat is Hij nu. En zoals Hij toen de gemeente in het natuurlijke leidde, leidt Hij de gemeente vandaag in het geestelijke. Klopt dit? Gelooft u dat wij in de woestijn zijn? We zijn het. Zijn we niet op weg naar het Beloofde Land?
Nu, toen zij in Kanaän kwamen, vertegenwoordigde dat niet de Hemel. Ze hadden oorlogen in Kanaän enzovoort. Het vertegenwoordigde het Millennium, zie. Dus wij zijn daarheen op weg. Wij zijn nu op weg naar het Millennium. Ik geloof het. En ik geloof dat dezelfde Jezus Christus die daar destijds leidde, vandaag leidt. Hij is er in geestelijke gedaante. “Ik kwam van God, Ik keer terug tot God.” “Een kleine tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, toch zult u Mij zien, want Ik zal met u zijn, zelfs in u, tot het eind van de wereld.” Is dat juist? “Jezus Christus dezelfde gisteren, vandaag, en tot in eeuwigheid.” Nu, als Hij dat dan is, dan zal Hij Zich manifesteren en bekend maken.
21
Nu, enige tijd geleden, toen ik hierheen kwam… U kent allen het verhaal. Nu, alstublieft, dierbare Christenvrienden, God, Die mijn soevereine Rechter is, met deze Bijbel voor mijn hart, en wetend dat ik voor de morgen voor Hem in het oordeel zou kunnen moeten verschijnen (zie), ik zeg dit alleen in nederigheid opdat u volkomen zou mogen begrijpen dat we… de gemeente, de mensen, dat het niet is om iemand te bedriegen. We weten wat de waarheid is en we proberen deze tot u te brengen. Het enige wat u ervan zal beroven is de duivel. Dat is alles. Nu, alleen om uw geloof te bevestigen, wil ik dit als bewijs gebruiken, om u te tonen dat dat het de waarheid is.
22
Nu, God leidt Zijn gemeente vandaag. Nu, op de weg. Nu, toen ik werd geboren was ik een klein jongetje, mijn moeder zei me dat toen ik ongeveer drie minuten oud was… geboren in een gezin dat niet naar de kerk ging. Hun achtergrond daarvoor was Katholiek, maar ze gingen nooit naar de kerk.
Die morgen daar in de bergen, toen ze het luik van de hut openden, het luikje…. Het was geen venster; het was een luikje dat je naar buiten duwde. Er zat geen glas in. Je duwde het naar buiten. Een licht, ongeveer zo groot van doorsnee, kwam wervelend naar binnen en ging naar het bed waar moeder mij in mijn armen hield.
23
Dat is onvervalste… dat is louter onverdiende genade. Dat was God. U kunt er niets aan doen en ik evenmin. Dat is Gods plan. Het wordt bepaald zoals Hij heeft gezegd, zie. Hij is vastbesloten. Als u opmerkt, gaven en roepingen zijn onberouwelijk. Gelooft u dat?
Hier… Jezus Christus was het zaad van de vrouw dat beloofd was sinds de Hof van Eden. Gelooft u dat? Het was zo. “Uw zaad zal de kop van de slang ver…”
Mozes kon niet helpen dat hij Mozes was. Hij werd als Mozes geboren. Klopt dat? Johannes de Doper, zevenhonderd en twaalf jaar voor hij werd geboren, was hij de stem van één die roept in de woestijn — door Jesaja de profeet. Klopt dat? Jeremia: God zei tot Jeremia, zei: “Voor je geboren was, kende Ik je en heiligde je en verordineerde je als profeet over de volkeren, voor je zelfs uit de moederschoot kwam.” “Wie kan toch door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?” Zie, u moet zo verder teruggaan en zeggen dat het de soevereine genade van God is.
24
Nu, let op. Toen ik nog een klein ventje was, toen sprak de Heilige Geest en zei: “Rook, pruim, of drink nooit, verontreinig je lichaam op geen enkele wijze. Er is een werk voor je te doen wanneer je ouder wordt.”
Vervolgens probeer ik vele malen in mijn leven, de mensen het te vertellen met de oprechtheid van mijn hart en ze zullen het verkeerd begrijpen. Ze hebben het vanalles in de wereld genoemd.
Wel, op een avond ginds in Green's Mill, Indiana, in een grot waar ik me bevond, verscheen de Engel des Heren en zei: “Je moet gaan bidden voor de zieken.” En vertelde wat zou plaatsvinden. Hij zei: “Vrees niet. Ik zal met je zijn.” Ik begon er mee en trok door het land, en ginds door Jonesboro, vertelde wat Hij was en wat er zou gaan gebeuren. En het is aldus geweest en nu door de hele wereld heen bewezen.
25
Toen ik een jonge Bapistenprediker was en mijn eerste bekeerlingen doopte, vijfhonderd daar bij de rivier, in mijn eerste opwekking; ik had er ongeveer drieduizend die de opwekking bijwoonden. En mijn opleiding was zo erbarmelijk, dat ik mijn meisje uit de Bijbel liet lezen terwijl ik preekte. Zo is het. Het is vanavond nog niet veel beter. Maar God wordt niet gekend door opleiding. God wordt gekend door geloof. God wordt niet gekend door kennis.
Er waren twee bomen in de Hof van Eden. De ene was de boom der kennis, de andere de boom des levens. De mens verliet de boom des levens om te eten van de boom der kennis en hij scheidde zich af van God. En sinds die tijd heeft hij zich door kennis bij God vandaan gedreven. God wordt niet gekend door kennis; Hij wordt gekend door geloof. Zo is het.
26
Nu, ik wil dat u opmerkt. Toen ik zo verder trok, was ik in Texas. Daar was een man, genaamd meneer Best, Dr. Best. Ik had een fijne opwekking, ongeveer achtduizend mensen woonden hem bij. En dr. Best plaatste een stukje in de krant en zei: “Die godsdienstige fanatiekeling, William Branham, die zich voordoet als een man van God, behoorde uit deze stad weggejaagd te worden en ik behoor de knaap te zijn die het doet.”
Wel, broeder Bosworth kwam naar me toe, één van de managers, en zei: “Kijk eens aan, broeder Branham.” En hij provoceerde me en daagde me uit, deed van alles, om tot een debat over het onderwerp te komen. Wel, ik wilde niet met hem debatteren. Ik geloof niet in twisten. God heeft me gezonden om voor de zieken te bidden, om het Evangelie te prediken. Er zullen duizenden zijn die het zullen geloven. Waarom stilstaan bij één fanatiekeling die het niet gelooft? Dat is waar. Laat hem gaan. Men zegt dat ze blinde leiders van de blinden zijn. Laat hen gaan, zie.
27
Sommige mensen waren verordineerd tot die veroordeling. De Bijbel zegt het - ze kunnen niet worden gered, zijn verblind van den beginne, geboren om blind te zijn. We zullen dat volgende week doornemen. Dit klonk niet erg goed, maar ik zal het u bewijzen door de Schrift, het is de waarheid. En ze zullen absoluut religieuze leraars zijn, zo fundamenteel als maar kan. Dat is precies juist. Maar ze weten niet meer van God dan een Hottentot over een Egyptische duisternis.
Maar ze weten alles van de fundamenten, de hoofdzaken en alles, maar weten niets van God. “Hebben een vorm van godzaligheid, maar ontkennen de kracht ervan,” goddelijke genezing, en de kracht van de Heilige Geest, en alles. Gemeente, u hebt iets, maar u weet gewoon niet wat u er mee moet doen. Dat is alles. Het is waar.
28
Nu, merk dit op. Vervolgens, de tweede dag, zei hij: “Het toont datgene waaruit zij gemaakt zijn (betaalde advertentie in de krant) toont waaruit ze gemaakt zijn. Ze zijn bang om hun goddelijke genezing te onderzoeken in het licht van het Woord van God.”
Toen kwam broeder Bosworth en zei: “Broeder Branham, terwille van onze reputatie voor de mensen moet u het wel aannemen.”
Ik zei: “Broeder Bosworth, er zijn daar ongeveer achtduizend mensen. Voor ongeveer zevenduizend moet gebeden worden.” Ik zei: “Ik heb nog twee dagen over in Houston. Waarom dat verspillen aan die gek wanneer we hierheen kunnen gaan en voor de zieken kunnen bidden?” Ik zei: “Ik ben niet zo gek om dat te doen.”
Hij zei: Broeder Branham, laat mij het dan doen.“
En ik dacht, Vijfenzeventig jaar oud. Ik moest denken aan Kaleb, toen hij zei: “Ik ben vandaag tachtig en ik ben nog net zo sterk als toen Jozua mij het zwaard in handen gaf.” Ik bewonderde de oude man.
Ik zei: “Wel, broeder Bosworth, ik bewonder je, broeder.”
Hij zei: “Die man heeft geen been om op te staan, of één Schriftgedeelte.” Hij zei: “Laat mij het hem bewijzen.”
En ik zei: “Als je me belooft dat je niet gaat twisten.”
Hij zei: “Ik beloof je dat ik niet zal twisten.”
Ik zei: “Goed dan.”
29
Dus, hij ging er toen heen. Ze wilden de verslaggevers niet in het Rice hotel laten blijven. Ze wilden de verslaggevers niet aan de deur laten komen. Dus hij ging naar beneden en sprak met de verslaggevers. Hij zei: “Broeder Branham wil niet met hen twisten.” Hij zei: “Maar ik zal ervoor staan.”
Vervolgens stonden er in de Houston Chronicle grote koppen: “Kerken vliegen elkaar in de haren,” weet u. Dus dat werd de tendens van het debat. En daarmee is het waar het voor mij duidelijk wordt, dat al die Pinkstergroepen die over al uw kleine leerstellingen en dergelijke twisten, dat dit een dezer dagen uit u losgeschud zal gaan worden. Zo is het. U bent één grote kerk, broeder. Zo is het. Uw kleine puntjes betekenen niets in Gods ogen. U bent één grote gemeente van God.
30
Merk op. Dan maakt het hen niet meer uit of ze rijden op een kameel met één bult of twee bulten, of een kameel met drie bulten, of het de vierde regen, vijfde regen, late regen, middelregen, of wat voor regen ook was. Ze waren één zaak. Ze geloofden in goddelijke genezing en ze kwamen allen samen in dat grote colosseum, ongeveer volgepakt met dertigduizend mensen. Ze kwamen overal vandaan met vliegtuigen en kwamen heel de nacht door aanrijden, voor die tijd. Wat betekende het? De zaak die hun Heer had geleerd stond op het spel en ze waren bereid hun standpunten te verdedigen.
Daar was het. Het ging naar de Associated Press. Mensen vlogen binnen uit het oosten en ver in het westen en overal vandaan. Dat grote colosseum was overvol.
31
Die avond zei mijn broer: “Nu, jij gaat er niet heen.”
Ik zei: “Ik weet het. Ik wil er niet heengaan.” Dus, Sire Ramsar leidde de zang. Maar toen het tijd werd om te gaan, vertelde Iets mij om er toch heen te gaan. Dus ik nam mijn jas, trok hem zo hoog over mijn schouders op, mijn hoofd erin; ging erheen, mijn vrouw en ik en we gingen op weg. Ik zat helemaal op het balkon, rij dertig, als u ooit in het San Houston Colosseum bent geweest. Ik zat helemaal zo hoog. Niemand wist dat ik daar boven was, behalve de twee politiemensen die me hadden gebracht, mijn vrouw en mijn broer. En we zaten daar boven in.
32
En Mr. Bosworth… Al de predikers zaten op een rij. En Mr. Ramsar leidde het zingen. Hij zei: “Wel, het volgende is de voornaamste gebeurtenis van de avond.” Hij zei: “Ik begrijp… Ik heb uit de plaatselijke krant vernomen dat een zekere man William Branham de stad uit wilde jagen.” Hij zei: “Ik geloof dat jullie, mensen van Houston, beter af zouden zijn als jullie de drankstokers de stad uitjoegen in plaats van de mannen van God.” En er kwam een gejuich over het hele gebouw. Ik wist dat Mr. Best was verslagen. Maar ik zat daar gewoon.
Dr. Bosworth ging naar het podium. Ze lieten hem het eerst opkomen. Hij zei: “Mr. Best, ik heb zeshonderd Bijbelvragen hier, opgeschreven op dit vel papier, die bewijzen dat de huidige houding van Christus ten opzichte van de zieken nog net zo is als in het begin, toen Hij hier op aarde was.” Zei: “Als ú één enkele van deze zeshonderd kunt nemen en hem kan weerleggen met Gods Woord, zal ik van het podium weglopen.” Zeshonderd.
En hij zei: “Als u mij één Schriftgedeelte in de hele Bijbel kunt geven die zegt dat Zijn houding ten opzichte van de zieken vandaag niet hetzelfde is, dan wandel ík van het podium.” Dat is echt dapper. Dus hij gaf het over.
33
Mr. Best zei: “Ik zal dat wel doen wanneer ik daar kom te staan.”
En hij zei: “Wel, toon het mij toch, toon mij één Schriftwoord.” Maar dat wilde hij niet doen. Hij zei: “Wel dan, broeder Best, ik zal u één vraag gaan stellen.” En hier is wat hij hem vroeg. Hij zei: “Hadden de namen der verlossing van Jehovah ook betrekking op Jezus? Ja of nee. Antwoord daarop met ja of nee en ik loop van dit podium af.” Mr. Best wilde hem geen antwoord geven, want hij kon het niet. “Waren de verlossingsnamen van Jehovah van toepassing op Jezus? Ja of nee.”
Als Hij Jehovah was… als Hij Jehovah-jireh was… Als Hij niet Jehovah-jireh was, dan was Hij niet Gods voorziene offer en was Hij niet de Zoon van God. Als Hij wel Jehovah-jireh was, is Hij ook Jehovah-rapha, de genezer, dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Dat maakte het vast. Dat beslist het voor eeuwig.
34
Hij smakte met zijn mond, stond op en liep het podium vier of vijf maal over, en deed of hij een prediker in het gezicht sloeg, om een ruzie te maken. Dus toen hij dat deed, zei hij: “Breng die genezer eens hier.” Zei: “Laat me zien dat hij iemand geneest.”
Mr. Bosworth zei: “Schaamt u, mr. Best.” Zei:“Als broeder Branham goddelijke genezing preekt en dat hem een goddelijke genezer maakt, dan maakt het u een goddelijke verlosser als u goddelijke verlossing preekt.” Hij zei: “U zou geen goddelijke verlosser genoemd willen worden en dat bent u ook niet. Maar,” zei hij: “Hij is geen goddelijke genezer omdat hij goddelijke genezing predikt.” Zei: “Christus is de Genezer en Christus is de Verlosser. Wij stippen het alleen aan met het Woord en daarvoor zijn u en ik hier vanavond, om te ontdekken of het in het Woord staat of niet.” Hij zei: “Daarom wil ik dat u mij toont dat het niet in het Woord staat.”
35
Hij dacht gewoon dat we een stel heilige rollers of fanatiekelingen waren, maar hij ontdekte dat we niet verdwaald zijn in de mist. We weten waar we aan toe zijn.
Dus vervolgens liep hij heen en weer op het podium. En Raymond Richie vroeg de moderator: “Kan ik wat zeggen?” Hij zei: “Ik zag toevallig ongeveer een dozijn Baptistenpredikers hier zitten. En ik ken de president van de conferentie… of, de… niet de conferentie, maar conventie, die hier zit,” noemde hem bij naam. Hij zei: “Is dít de houding van de Southern Baptist Convention tegenover goddelijke genezing?” Maar ze wilden hem geen antwoord geven.
Dus hij zei: “Is mr. Best hier op zichzelf of heeft deze Southern Basptist Convention hem hier gezonden?” En de moderator zei hem te gaan zitten. Hij zei: “Meneer, u geeft mij de gelegenheid en ik stel een vraag, die nog niet is beantwoord.” Maar hij hield er aan vast. En hij zei: “Wel…”
36
Ze zeiden: “Wij hebben hem daar niet heen gestuurd.” Mr. Best kwam op zichzelf. Hij wist wel beter — dertigduizend mensen zaten daar, zie. Dus hij zei: “Nee, zij hadden het niet gedaan.” Mr. Best zei dat hij voor zichzelf sprak. Dat was dan in orde.
Hij zei: “Ik wilde het alleen weten.” Dus hij ging weer zitten.
Vervolgens sprong mr. Best op en zei: “Laat me die goddelijke genezer zien.”
Mr. Bosworth zei: “Waarom, hij is geen goddelijke genezer.” Hij zei: “Zijn boeken zijn vertaald in ongeveer zeventien verschillende talen. Nooit heeft hij beweerd dat hij een goddelijke genezer was. Hij bidt alleen voor de zieken. Christus is de Genezer.”
Hij antwoordde: “Wel, jullie hebben daar borden met ”elke avond wonderen.“
En broeder Bosworth zei: “Zeker. Omdat een wonder iets is wat je niet kunt begrijpen met het menselijk verstand.” En hij zei: “In de bovennatuurlijke sfeer heeft hij een gave die weet en voorzegt, en ons dingen vertelt zelfs weken en maanden van tevoren. En het mist nooit zijn doel op die wijze.” Hij zei: “Dat is een wonder.” Wel, hij kon daar niets tegenin brengen.
Zei: “Volgens mr. Webster…” Als u erover wilt praten… of redetwisten met hem.
37
Toen zei hij: “Breng hem hier en laat mij hem een wonder zien volvoeren en laat me zien dat het na een jaar nog zo is. U bent gewoon opgewonden in uw hoofd.” Hij zei: “Niets dan een stel heilige rollers, zoals… die hier zijn. Het enige soort wat gelooft in goddelijke genezing.” Hij zei: “Ware Baptisten geloven dat niet.”
Hij zei: “Neem mij niet kwalijk. Broeder Branham heeft toevallig op dit moment een lidmaatschapskaart in zijn zak. Hij behoort tot de Missionary Baptist Church.” (Een Baptistengemeente is soeverein. Als uw samenkomst het eens is met uw prediking, is dat in orde voor de conventie.)
Dus, hij zei… “Wel,”zei hij, “gewoon een stel teruggevallenen, enzovoort, dat zijn de enigen die dat geloven.” Zei: “Een stelletje heilige rollers. Echte Baptisten geloven het niet.”
38
Mr. Bosworth zei: “Eén momentje.” Hij zei: “Hoevelen in dit gehoor die lid zijn van deze Baptistenkerken, die in goede verstandhouding staan met de kerk, die genezen zijn in deze laatste tien dagen sinds broeder Branham hier is geweest, zouden kunnen opstaan en getuigen en aantonen met uw dokter en alles, dat u bereid bent naar een dokter te gaan om te tonen dat u genezen bent. Hoevelen hier binnen zijn genezen in de samenkomst van broeder Branham, die leden zijn van deze kerken, van deze mannen die hier zitten, sta op uw voeten.” En er stonden driehonderd op. Hij zei: “Hoe zit het daar dan mee?”
Hij zei: “Iedereen kan wel van iets getuigen; dat maakt het toch niet verkeerd.” Hij ging weer van het podium. Zei: “Breng die goddelijke genezer hier bij mij en laat mij het door hem zien doen.” Hij bleef dat maar herhalen…
Hij had die dag net gezegd, hij zei: “Ik zal die oude man nemen en ik zal hem villen, hem bij zijn vel pakken en er zout in wrijven en aan mijn studeerkamerdeur hangen als een gedenkteken aan goddelijke genezing.” Kunt u zich voorstellen dat de ene broeder dat zegt over de andere? Dat laat zien waar het vandaan komt, zie. Een man die ervan spreekt die broeder te villen. Wel, dat komt wel goed.
39
Merk op. Hij komt gewoon van een begraafplaats [cemetery, een woordspeling van seminary (seminarie) — Vert.]…. Of, wel, sem… Zo is het. Seminarie. Goed. Hoe dan ook, hij wist al de gezichtspunten, wist echter niets van God. En toen hij dat deed… Hij had de Douglas Studios of Houston, Texas, ingehuurd, die lid zijn van de Amerikaanse Bijbel… of de Amerikaanse Fotografenvereniging. Vroeg ze te komen en zes glansfoto's te maken terwijl hij de oude aan het villen was, zodat hij het in zijn… Dus die man die de foto's zou gaan nemen was ook een criticus. Dus hij ging daar staan en poseerde zo, met zijn vinger naar Broeder Bosworth's gezicht wijzend: “En neem nu mijn foto zo.” Broeder Bosworth stond daar.
Hij stak zijn vinger uit naar zijn gezicht, zei… Vervolgens poseerde hij weer zo, weet u, en hield zijn vinger zo voor zijn gezicht, alsof hij hem aaan het villen was. Wel, de fotograaf nam zijn foto's en dergelijke. Toen hij ermee gereed was, stonden daar de verslaggevers van Look, Life en Times en al de verslaggevers van de tijdschriften daar in het rond.
40
Toen de samenkomst zo op het punt stond beëindigd te worden, zei hij: “Nu, kijk.” Hij zei: “Ik weet dit.” Hij zei dat Broeder Branham in het gebouw is. Hij zei: “Als hij wil komen om het gehoor heen te zenden, in orde. Maar ik zal hem niet ontmaskeren als hij het niet doet.”
En mijn broer zei: “Nu, blijf zitten.” Ik zei: “Ik zit toch stil, niet?” Dus ik zat daar gewoon.
En hij zei: “Nu, als hij niet wil, ik weet dat hij in het gebouw is, maar als hij wil komen…”
En ik zat daar. Ik dacht, Wel, ik zit stil. En de politie keek naar mij. Ik zat daar gewoon. Ik hoorde iets gaan van: Whoew, woei. Ik wist dat ik niet stil kon blijven zitten. Iets zei gewoon: “Sta op.” Het zei opnieuw: “Sta op.” Ik stond op.
Howard zei: “Blijf zitten.”
Mijn vrouw zei: “Niet doen, Howard. Kijk.” Mijn uitdrukking was veranderd. Zei: “Niet doen.”
41
En de mensen keken omhoog die kant op, begonnen te schreeuwen en te roepen. Ongeveer drie of vierhonderd suppoosten gaven elkaar de hand om een keten te maken, want de arme mensen daar probeerden mijn kleren aan te raken. Ik liep de trap af naar beneden, zo naar onderen, liep naar het podium.
Ik zei: “Het spijt me dat deze dingen moeten gebeuren. En laat niemand het Mr. Best kwalijk nemen.” Ik zei: “Hij heeft zeker evenveel recht op zijn ideeën als ik op de mijne. Daarom vechten onze jongens in Korea, voor de Amerikaanse vrijheid van meningsuiting.” Ik zei: “Ik geloof niet dat hij oprecht was, zoals hij zei dat hij was, omdat hij deze mensen vertelde dat hij medelijden met hen had en er zitten enige van dergelijke gevallen en dezen… De doktoren hebben alles gedaan voor deze mensen, die binnen enkele dagen zullen sterven. En er zijn er, sommige van hen zaten hier verleden week, welke vandaag gezond terug zijn. Nu probeert hij hen te beroven van de enige hoop die ze hebben om ooit gezond te worden, en dan beweren dat u oprecht bent. Dat kan ik gewoon niet geloven.”
42
Maar ik zei: “Echter, ik getuig alleen van de waarheid. Ik ben geen genezer.” En ik zei: “Ik vertel de waarheid. En als ik de waarheid vertel, zal God van de waarheid getuigenis afleggen. Hij zal nooit getuigen voor een leugen.” Ik zei: “God zal altijd achter de waarheid staan. En als ik de waarheid vertel, dan zal God…”
Ongeveer op dat moment ging er iets van “Whhoeww.” Hier kwam de Engel van de Here neer door het gebouw, bewoog naar beneden. Stilte kwam over het gehoor. De fotograaf zou geen foto's meer hoeven nemen, maar uit de routine van zijn gewoonte nam hij een foto. Ik zei: “De Heer heeft gesproken. Ik heb niets meer te zeggen.” Liep het gebouw uit. De politie nam me mee. Ik stapte de auto in en ging terug.
43
Mr. Kipperman, (studio), zij gingen naar huis, namen hun foto's mee, gingen naar de studio, de Douglas Studios. Ze gingen daar heen om de foto's te ontwikkelen. Eén van hen was Katholiek, en hij zei: “Weet je, misschien ben ik…” En in de krant tevoren (tjonge), zei hij dat ik een hypnotiseur was en van alles — Mr. Iris. En hij zei: “Weet je, ik kan het verkeerd hebben.” Zei: “Die knaap zijn voorouders waren Katholiek. Dat kan een goddelijke gave zijn. Als het zo is, komt die jongen weer naar de Katholieke kerk.” Hij zei… Natuurlijk zij geloven dat alle gaven naar de kerk komen, maar, weet u…
Dus toen zei hij: “Misschien heb ik de jongen verkeerd begrepen.” En hij ging naar huis en Mr. Kipperman ging naar boven de studio in en Mr. Iris bracht de foto's die ontwikkeld moesten worden. Hij zei: “Mr. Best zal deze foto's morgen willen hebben, dus we zullen ze in het zuur zetten en de proefafdrukken voor hem maken, voor morgen.” Dus hij deed ze er in en hij zat daar en rookte een sigaret; hij dacht er over na.
44
Toen hij ging… Mr. Kipperman kwam naar beneden en toen hij de donkere kamer in ging om de foto's er uit te halen, was de eerste die hij er uit haalde, Mr. Best, blanco; de tweede, blanco; de derde, blanco; vierde, vijfde, zesde, elk was blanco. Niet één van deze waar hij met zijn vinger prikte naar het gezicht van die oude man, Mr. Bosworth — niet één van hen. En toen hij de volgende er uit trok, kreeg hij een hartaanval. Daar was de Engel van de Here op de foto. Zij belden mij op, maar ik kon niet naar hem komen.
Ze haastten zich onmiddellijk om elf uur weg naar Washington DC, voor copyright; brachten hem terug en stuurden hem naar Californië, naar George J. Lacy. Als er iemand iets weet over fotografie, weet hij dat George J. Lacy het hoofd is van de vingerafdrukafdeling enzo van de FBI, de beste die er in de wereld is. Hij had hem drie dagen in het Shell Gebouw. Op de derde dag zei hij dat hij ons zou tonen wat hij dacht dat het was. Zij gingen naar de kamer; ze hadden alles gedaan. Zij hadden de camera onderzocht, het negatief, en alles. Hij had hem onderzocht onder allerlei licht.
45
Hij kwam naar voren. Hij is een nogal rossige knaap, erg koele kikker. Hij liep naar voren. Zei: “Wie is Branham?” Er zaten zo ongeveer evenveel als er hier zitten in de middenrij hier. Ik zat helemaal achterin. Ik zei: “Dat ben ik.”
Hij zei: “Sta op.” Ik stond op. Hij zei: “Mr. Branham, u zult dit leven verlaten, zoals alle stervelingen.”
Ik zei: “Daar ben ik mij van bewust, meneer, maar ik dank God dat Jezus Christus mijn plaats voor de dood heeft ingenomen.”
Hij zei: “Kom naar voren.” Ik liep naar voren. Hij zei: “Rev. Branham, ik heb van uw samenkomsten gehoord en ik zei dat het psychologie was, dat de mensen zich verbeeldden dat ze dat Licht zagen.” Zei: “Mijn moeder was een oude Christin.” Hij zei: “Maar laat mij u vertellen, Rev. Branham, dat mechanische oog van die camera zal geen psychologie opnemen.” Hij zei: “Het is een waarachtig bovennatuurlijk Wezen, en de enige keer in heel de wereldgeschiedenis dat er ooit zo'n foto werd genomen.” Hij zei: “De oude huichelaar kan nooit meer zeggen dat er niet zoiets is als een wetenschappelijk bewijs van een bovennatuurlijk Wezen, want dit is door elke test gegaan die er maar is.” En hij zei: “Ik overhandig het aan u.”
46
En hij gaf het aan mij en ik gaf hem door aan de Amerikaanse Vereniging van Fotografen, en zij spraken af dat het voor niet teveel verkocht kon worden. Hij zei: “Rev. Branham, voor u weggaat….” Iedereen was aan het huilen. Hij zei: “Voor u weggaat, op een dag wanneer u uit dit leven heengaat, zal die foto liggen op de planken van de uitverkoop en dergelijke.” Hij zei: “Want het is de enige zaak waarop we ooit onze handen konden leggen, dat we konden bewijzen dat het een werkelijk bovennatuurlijk Wezen was.” Zei: “Rond de Verlosser, de heiligen, schilderde men lichten.” Hij zei: “En de ongelovige beweerde dat dit psychologie was. Maar,” zei hij, “Ik geloof dat het er was. Dit is geen psychologie. Het mechanische oog van die camera nam het niet zomaar op.” Hij zei: “Wat mij betreft, vanwege de heiligheid van deze foto, zal ik een kleine verklaring voor u schrijven.” Hij gaf mij de betreffende verklaring. En ik gaf het aan hen door en daar is de foto.
Het is een rondwentelend vuur van ongeveer zo groot in het rond. Nu, ik wil dat u, nadat de dienst voorbij is, naar voren komt om hem te bekijken. Ik wilde… Ik heb er een aantal van. Als u naar mijn kantoor thuis schrijft, ik geloof dat men ze uitgeeft voor vijftig cent per stuk. Ze zullen hem naar u opsturen met deze verklaring erbij, wat het ook is.
47
Nu, er is niets in… Niets bovenop de foto, want als Jezus Christus mij genoeg waardeerde om neer te komen en Zijn foto naast mij te laten nemen voor de eerste keer in de wereldgeschiedenis, heb ik Hem te lief om van Zijn foto een commerciële zaak te maken. U weet dat wel. Zo is het, zie.
Nu, daar is het. Ik heb deze net geleend van Mr. Shebley en van de eerwaarde hier. Ik gaf deze aan hem onlangs en ik wil dat u hem ziet. Kijk naar dat wervelende vuur. Nu, wat is dat? Een vuurkolom leidde het volk van Israël. En dezelfde vuurkolom, die onder die mensen was, is nu onder deze mensen nu. Jezus Christus dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Is dat juist?
48
Toen Christus hier op aarde was, beweerde Hij niet dat Hij de mensen genas. Hij kende de geheimen van hun harten enzovoort. Klopt dat? En Hij doet hetzelfde werk hier in Jonesboro, Arkansas, regelrecht in deze kleine groep mensen, zoals Hij destijds daar deed. Daar is het, dezelfde God van het Oude Testament is dezelfde God van het Nieuwe Testament. Jezus Christus die de kinderen Israëls leidde, leidt de Pinksterkerk. Daar is het bewijs ervan, wetenschappelijk en door tekenen en wonderen.
Oh, waarom vreest u nog? Waarom twijfelt u? Sta op en wordt genezen. Geloof in de Heer. Laat u niet overweldigen. Satan zal u de oogkleppen voorhouden zolang als hij kan. Blijf niet in slaap zitten, vrienden. Het grootste in heel de wereld is hier op dit moment bij ons in deze laatste dag. Hier is het, bewezen door tekenen en wonderen; hier is het bewezen door de wetenschap. En als ik vanavond sterf, klinkt mijn getuigenis duidelijk door de wetenschappelijke wereld en door deze Christelijke wereld vanavond, dat ik de waarheid heb verteld door Gods Woord. Zo is het.
49
Duizendmaal duizenden en tienduizenden, en ja, miljoenen heiligen hebben er gestaan. Die Engel kwam hier op het podium gisteravond en stond precies hier, en een vrouw in dit gehoor heeft Hem zien komen voor ik het zelfs vermeldde. En Hij is nog geen drie meter van dit podium vandaan op dit moment nu — dezelfde Engel van God. Dat is waar.
Nu, vrienden, kijk. Kijk waarheen het is gegaan. Kijk waar het is heengegaan over de wereld, wat het is. Zie, krijg al de vrees en alles uit uw gedachten. Heb gewoon de Heer lief met heel uw hart en dien Hem en geloof Hem, en God zal het teweegbrengen. Hoe Hij leidt! Gelooft u dat dezen zonen van God zijn, geleid door de Geest van God? Gelooft u dat?
50
Er gebeurde een klein incident regelrecht hier in uw buurt… Ik zal dit gaan vertellen voor ik sluit. Kijk. Op een dag kwam ik uit Dallas, Texas, (Ik kwam vlak langs Jonesboro) en een geweldige storm dwong het vliegtuig tot landen en ik landde hier in Memphis, Tennessee. Ik was op weg naar huis, dus men nam ons op in dat grote, mooie hotel: Peabody. Dat is juist, Peabody. (Oh, ik zie wie u bent. Ik wist niet wie de dame was.) Goed, het Peabody Hotel. Nu, ik kon me zo'n hotel niet veroorloven. De vliegmaatschappij stelde het beschikbaar.
Men vertelde mij dat ze me de volgende morgen zouden bellen. De volgende morgen vroeg stond ik op; de zon stond op het punt op te komen. Ik had wat brieven geschreven en ik dacht ze even heel vlug naar het postkantoor te brengen, of een plaats te vinden waar ik ze kon posten. Ik ging het hotel uit en begon de straat af te lopen. Ik liep de straat af en zong dat Pinksterlied wat u allen zingt:
Er zijn mensen bijna overal,
Wiens harten in brand staan
Met het vuur wat viel op Pinksteren,
Wat hen schoon waste en reinigde;
Het brandt nu binnen in mijn hart.
Oh, glorie voor Zijn Naam!
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen één van hen te zijn.
51
Herinnert u zich dat lied? En zo liep ik voort dat lied te neuriën. Ik dacht, Nu, ik ken het bijna. Ik dacht:
Zij waren vergaderd in de opperkamer,
Allen bidden in Zijn naam;
Zij werden gedoopt met de Heilige Geest,
En kracht om te dienen kwam;
Wat Hij deed voor hen die dag,
Zal Hij doen voor u vandaag;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen één van hen te zijn.
Ik had mijn brieven in mijn hand en ik stapte door op straat. Ik stak de straat over en toen ik dat deed, zei Iets: “Stop.” Ik liep… “Stop.” Hij was het. Ik dacht, Wel…
[Leeg gedeelte op de band]… en ik liep en ik liep. Ik zou iemand gaan vragen waar het postkantoor was. En ik bleef maar lopen, liep regelrecht bij het hotel vandaan. Ik bleef doorlopen. Ik wist niet waarheen ik ging; bleef gewoon lopen, lopen, lopen, lopen.
52
Na enige tijd kwam ik helemaal terecht in een kleurlingenwijk. Wel de zon was al ver op. Het vliegtuig zou ongeveer om acht uur vertrekken. Dus ik wist dat ik te laat zou zijn en ik keek steeds op mijn horloge. Hij bleef maar zeggen: “Loop door.” Ik bleef doorlopen en ik liep zo tot ik helemaal ergens bij een plaats bij de rivier kwam of zoiets. Daar waren verscheidene kleurlingenkrotten… beter gezegd waar kleurlingen in krotten woonden.
Ik liep daar langs. En daar was een prachtige… Het was vroeg in het voorjaar. De zon scheen erop. De heerlijke geur van rozen bij de deur, weet u, die in bloei stonden. Ik liep daar langs en ik zong en neuriede in mijn hart terwijl ik voortging [Broeder Branham neuriet Geloven Alleen.] “Geloven alleen, alles is mogelijk.” Ik zei: “Heer, mijn vliegtuig gaat zo vertrekken. Geloven alleen. Geloven alleen, geloven alleen…” En ik liep gewoon door. En ik dacht, Alles is mogelijk, geloven alleen. Ik dacht, Waarheen wil Hij dat ik heenga? [Broeder Branham neuriet het lied.] Ik heb nu al vijftien, twintig minuten gelopen. En ik bleef maar doorlopen. “Geloven alleen…”
53
En ik keek en ginds bij een poorthekje, daar bij een oud huisje, het leek wel een oud schuurtje, zag ik een typische oude Aunt Jemima over het hek leunen, een mannenoverhemd om haar hoofd gebonden, leunend over het hek; de tranen biggelden over haar wangen. Ik was zover van haar vandaan als het eind van het gebouw daar. Ik was opgehouden met zingen, weet u. Ik zong niet; ik was aan het neuriën. [Broeder Branham neuriet “Geloven Alleen.”] Ik begon weer door te lopen.
Ze zei: “Goede morgen, pastor.”
Ik zei: “Hoe maakt u het, auntie?” Ik dacht: “Pastor?” Ik keerde om. Ik zei: “Hoe wist u dat ik een pastor was.?”
Ze zei: “Ik wist wie u was.”
Ik zei: “Dat begrijp ik niet.” Ik zei: “Kent u mij?”
Ze zei: “Nee, meneer.” Ze zei: “Maar ik zal u mijn verhaal vertellen.”
Ik zei: “Goed.” En ik bleef staan.
En ze zei: “Hebt u ooit in de Bijbel over de Sunamitische vrouw gelezen, die een kind kreeg nadat ze al oud geworden was, en Elia de profeet vertelde haar…”
Ik zei: “Jawel, mevrouw.”
Ze zei: “Ik ben zo'n soort vrouw.”
“Ja.”
54
Ze zei: “Ik beloofde de Heer als hij mij een kind zou geven ik hem zou opvoeden tot Zijn eer.” En zei: “De Heer gaf mij de baby.” En ze zei: “Pastor, ik heb de baby opgevoed.” Ze zei: “Ik ben altijd een Christin geweest en ik heb de Heer heel mijn leven gediend…”
[Leeg gedeelte op de band.] “God des hemels die een vliegtuig daar zou laten landen voor een Negerwasvrouw — soevereine genade.” Ik liep weer door.
Ik zei: “Wat?”
Ze zei: “Pastor, zou u in mijn huis willen binnenkomen?” En kijk. Daar was een oud stukje ijzer aan het hek dat het dichthield. Ik liep dat oude gewitkalkte hek binnen, door een deur zonder mat op de vloer. Een bordje op de deur gaf aan: “God zegene ons huis.” Ik liep naar binnen. Ik ben in wel drie koningspaleizen geweest. Ik ben in de rijkste huizen geweest die er zijn in Amerika, maar ik heb me in geen enkele plaats meer welkom gevoeld dan toen ik in dat kleurlingenhuisje op die morgen was. Nooit voelde ik me meer thuis.
55
Ik liep daar naar binnen en daar was een enorme, grote, potige kleurling jongen, die daar lag, ongeveer achttien jaar oud, met de dekens in zijn hand, die deed van: “Mmm, mmm, mmm.” Zei: “Het is zo donker, zo donker. Mmm, zo donker.”
Ik dacht: “Wat is er aan de hand?”
“Zo donker.”
Ze zei: “Hij zegt dat nu al verscheidene dagen. Hij is buiten bewustzijn.” En zei: “Hij is maar aan het praten over de zee en dat het zo donker is dat hij niet weet waar hij heengaat.” Ze zei: “Pastor, ik wil mijn jongen niet zo zien sterven.” Ze strekte zich over hem heen en kuste hem op zijn hoofd, en klopte op zijn wang. Zei: “Mama's jongen.”
Daar heb je de liefde van een moeder. Ongeacht wat hij had gedaan, nog steeds gaat de liefde van een moeder uit naar haar kind. En als de liefde van een moeder dat zou doen, wat zal de liefde van God dan doen? Zij gaf hem een klopje.
56
En ik zei: “Auntie, zouden we kunnen bidden?” En die oude heilige van God knielde neer, zij, die haar levenlang boven een wasbord in haar levensonderhoud had voorzien. Ze bad een gebed, broeder, waar u koud van werd.
Ze zei: “Heer, laat mijn jongen niet sterven.” Ze zei: “Ik begrijp het niet, over deze pastor hier. Maar ik was aan het bidden; U vertelde mij te bidden dat hij zou komen. Misschien bidt hij en dan zult U mijn jongen redden.” Zei: “Ik wil niet dat hij zo sterft, dierbare Heer. Ik dank U. Ik weet dat U hier bent.”
Toen ze klaar was met bidden, stond ik daar te huilen, toen ik naar haar luisterde. Dus ik liep er heen en ik pakte met mijn hand zijn voet vast, zo koud als hij maar kon zijn. De dood was de jongen nabij, als ik de dood ooit zag. En ik stond een beetje naar achteren. Ik zei: “Laten we weer bidden, Auntie.”
57
Ik knielde neer en ik zei: “Dierbare God, ik weet niet waarom U mij hierheen hebt gezonden, maar U, die dat vliegtuig gisteravond deed landen en mij heenzond… Ik ging vanmorgen naar de post en U zond mij hierheen. Ik stopte hier. Ik weet niet waarom. Maar, Heer, ik vraag U nu om barmhartig te zijn, als U mij hierheen zond om Uw missie te vervullen. Ik leg mijn handen op zijn benen, op deze wijze en ik vraag U, dierbare God of U zijn leven wilt sparen, als U het wilt.”
En ik vroeg dat en toen ik dat deed, ging hij van: “Mmm, mmm.” Zei: “Mammie, mammie? Oh, mammie!”
Ze zei: “Dat is de eerste keer dat hij om mij roept.” Ze stond op, begon in haar ogen te vegen.
Zei: “Mammie, het wordt licht in de kamer. Het wordt licht in de kamer.” Vijf minuten daarna zat de jongen op de kant van het bed.
58
Ongeveer twee of drie maanden daarna, een poosje later, kwam ik per trein uit Phoenix, Arizona. En ik stopte. U weet hoe de treinen binnenlopen. Ik ging naar een klein restaurant om iets te eten te halen. Ik hoorde iemand roepen: “Pastor Branham!” Ik keek en daar was hij; hij was daarginds een stationskruier. Hij zei: “Kent u mij nog?”
Ik zei: “Nee, meneer.”
Hij zei: “Ik was de jongen die daar op sterven lag die morgen toen de Here u zond, in antwoord op mammie's gebed.” Hij zei: “Hij heeft mij niet alleen genezen, maar Hij heeft mij gered.” Hij zei: “Ik ben nu vol van de Heilige Geest, pastor.” Halleluja!
59
Wat is het? Dezelfde Heilige Geest, broeder, zuster. Duizenden van dergelijke dingen. Ik wilde dat ik tijd had om u te vertellen wat er is gebeurd in de landen vanwege de leiding van de Heilige Geest. Jezus Christus is dezelfde gisteren, heden en tot in eeuwigheid. Dezelfde Engel van God is nu hier in dit gebouw vanavond. Gelooft u het?
Laten we onze hoofden buigen, tot Hem spreken voor een ogenblik.
60
Vader, het zou uren duren, ja, weken om te vertellen wat U hebt gedaan op die wijze in de laatste vijf of zes jaren. De tijd gaat evenwel verder. Spoedig moet ik naar de rivier komen. Help mij dan, Here. Ik wil geen problemen bij de rivier. Ik wil op die morgen gereed zijn met al de mensen die daar wachten op de boot om over te varen.
[Leeg gedeelte op de band] “… in Mij blijft en Mijn woorden in u, kunt u vragen wat u maar wilt en het zal u gegeven worden.” Dit zijn Uw beloften, Heer.
Terwijl ik hier vanavond voor dit gehoor van mensen sta, dank ik U, oh God, dank ik U dat U het zo gemaakt heeft dat de nederige dingen van deze wereld, arme mensen, onwaardige, schuldige zondaars, dat U hen wast in het bloed van die Heilige. Ze daar toont als gekocht met Uw bloed. Gaf ons de morgenster, de vuurkolom om ons te leiden, hoewel we verschoppelingen zijn, hoewel we fanatiekelingen worden genoemd. “Al die godzalig leven in Christus Jezus zullen vervolgd worden.” We zijn vanavond blij dat we zo beschouwd worden vanwege het Koninkrijk van God.
61
God, neem alle vrees weg van de harten van deze zieken vanavond. Laat ze weten dat U hier bent. U doet deze dingen alleen om te bewijzen dat U met hen bent. De wetenschappelijke wereld weet het vanavond, de Gemeente weet het vanavond. Heer, het zou een zonde voor ons zijn Uw Woord te betwijfelen. Help ons, Heer.
Vergeef onze zonde van ongeloof, wat de oorspronkelijke en enige zonde is. God, help ons vanavond om getrouw te zijn en te geloven. Genees iedere zieke. Red de verlorenen vanavond, Heer. Misschien zal er hier iemand zijn die U niet kent, vervreemd van God, afgesneden, zonder Christus, zonder God. Ik bid dat U hen nu op dit moment zult redden. Moge elke teruggevallene tot God terugkomen door Christus.
62
Terwijl we onze hoofden hebben gebogen… Indien God mijn gebed wil verhoren, visioenen wil geven… Hij stopte mij toen, in mijn gebed, en zei dat ik iets moest vragen. Terwijl u bidt, alle Christenen, is er een man of vrouw hier binnen die Christus nog niet kent en nog niet is wedergeboren, zou u uw hand willen opsteken en zeggen: “Broeder Branham, bid voor mij. Ik wil dat God mij de ervaring van de wedergeboorte geeft.” God zegene u. God zegene u, u, u, u. Ergens in die vleugel? God zegene u. God zegene u. Terug in de tweede zijvleugel? God zegene u, u, u. Achteraan in het gebouw? God zegene u, u. Ik zie uw handen omhoog, ja.
Iemand anders, die zegt: “Broeder Branham, ik heb Christus nodig, ik wist het.” De Heilige Geest zei me dit te doen. God zegene u. God zegene u, broeder. Ik zie uw hand. Terug naar mijn rechterkant, deze rechter rij, iemand daar die zegt: “broeder Branham, bid voor mij.” God zegene u, dame. Ik zie u. God zegene u, meneer. God zegene u, dame. God zegene u. Ik zie u. En u daar achteraan, jonge dame, ik zie je. God zegene u, zuster. God zegene u., meneer. U, zuster. God zegene u. God zegene u en u, u, u.
Dat is dezelfde Engel van God die ik u toonde met de foto hier. Dat is Degene die nu met u spreekt. Ziet u wat Hij doet? Ik bid dat God het u nu zal geven.
63
Nu, Hemelse Vader, hun harten zijn hongerig. Moge ze U nu aanvaarden als hun persoonlijke Verlosser. Moge er nu op dit moment iets gebeuren. Mogen ze aan het eind van de dienst de ruimte hier ingaan en de doop met de Heilige Geest ontvangen. Geef het, Heer. We danken U voor hun opgestoken handen, hun oprechtheid. Ik bid dat U ieder van hen zal zegenen. In Jezus' Naam vragen wij het. Amen.
Hoe wonderbaar! Dit is de wijze waarop ik graag de Geest van God voel, als het de tijd is voor de genezingsdienst — lieflijk. Ik ben gewoon ouderwets. Ik houd van dat oude geween, nederig, verbroken, zodat God u opnieuw kan vormen. Ik houd daarvan.
64
Arme, oude vrouw die hier zit te huilen, de tranen uit haar ogen wrijvend. God zegene u, dame. Een kleine sjaal over haar schouder, als een typische kleine, oude moeder. Er is iets met de kleine, ook. Kijk even hierheen, dame. Zij is daar aan het bidden. Zou u het voor haar noemen?
Oh, uw probleem is die plek op uw neus, nietwaar? De plek op uw neus. Ik zal u zeggen wat er is gebeurd. U hebt heel wat problemen waar u over piekert. Is dat niet juist? U was daar eenmaal van genezen. Klopt dat? Jazeker. En u kwam onder een stel ongelovigen terecht. Nietwaar? Dat veroorzaakte dat u terugviel waardoor die zaak terugkwam. [De vrouw spreekt tot broeder Branham.] Hebt u gewoon geloof in God en het zal weggaan.
Kijk. U hebt ook iets waar u last van hebt, merkte ik op. U legt dingen neer en u vergeet wat u ermee aan het doen was, een soort geheugenverlies. Klopt dat? Als dat klopt, steek uw hand op zodat de mensen… Dat klopt. Ik zie dat u dingen weglegt en niet meer kunt terugvinden. Klopt dat niet? Dat klopt. Ik lees uw gedachten niet, maar u zou uw leven nu niet kunnen verbergen, zie. Nu, heb geloof in God en het zal weggaan. Ik zal kijken terwijl we voor de zieken bidden. Misschien zal de Heer me een woord voor u geven.
Hij is hier. De Engel van de Here is hier nu op dit moment.
65
(Waar is Billy. Welke gebedskaart heb je uitgeven, Billy? T, van 1 tot 50. Laten we er de eerste vijftien van nemen; stel ze snel op, als je wilt.)
T, gebedskaart T. Is dat…?... Kijk op… U zult aan één kant mijn foto en uw naam zien en op de andere kant staat een nummer en een letter; er staat een T op. 1, wie heeft T — 1? Gebedskaart T 1. T-2, 3, 4, 5, 6 en zo verder, de eerste vijftien ervan, als u kunt… of, gewoon tien van hen. Zie of het gaat, de eerste tien en zie hoe…
[Een broeder doet een afkondiging.]
66
Ik wenste dat het gehoor dit kon zien. De hele zaal wordt melkachtig, net als melk. Oh, vrienden, ik zeg u de waarheid. God betuigt het met Zijn Geest. En dit is dezelfde Engel van God, dezelfde Vuurkolom die boven de Here Jezus Christus stond en Zijn persoon en die de gedachten van de mensen kende en de dingen deed. Hier is het, dezelfde Jezus Christus. Heb geloof vanavond.
Ik vraag me af of we even konden opstaan, langzaam, met uw hoofden gebogen, en laten we zingen Geloven Alleen, om even van houding te veranderen, als u wilt.
Geloven alleen, geloven alleen, (Iedereen eerbiedig)
Alles is mogelijk, geloven alleen;
Geloven alleen, geloven alleen.
Alles is mogelijk, geloven alleen.
67
Nu, laten we onze hoofden even buigen. Nu, neurie het met mij mee, terwijl onze jongens de gebedsrij klaar zetten. [Broeder Branham begint het lied te neuriën.] Ik wil dat u hierheen kijkt. Steek uw hand op. Nu, zing het zo met mij mee. Ik ga het nu niet meer straks doen, Heer, maar nú geloof ik.
Nu geloof ik (niet, ik doe het
straks; ik doe het nu.) nu geloof ik,
Alles is mogelijk, nu geloof ik;
Nu geloof ik, nu geloof ik,
Alles is mogelijk, nu geloof ik.
Zullen we nu gaan zitten voor een moment. Er gebeurde daarnet iets in de kerk. Ik zei het broeder Reed. Heb nu geloof. Geloof nu met heel uw hart terwijl ik voor de zieken bid. Ik ben Gods dienstknecht. God zal nu spreken dat ik de waarheid heb verteld. Als ik de waarheid vertel, zal God ervan spreken dat het de waarheid is. Als ik de waarheid niet vertel, zal God het niet bevestigen, want God zal alleen voor de waarheid spreken. Heb geloof in God.
68
(Deze hier…?... Ja.) Ik wil even met u praten, meneer. Ik bemerk dat u een Christelijke man bent, maar toch zijn we vreemden voor elkaar. Ik ken u niet, voor zover ik weet. Ik heb u nooit gezien; ik ken u niet. Nee, we zijn vreemden. Ik wil u… U bent zich ervan bewust dat er iets bezig is, zie. U bent zich ervan bewust dat er iets nabij is. Wel, hier is wat het is, meneer.
Ik wil dat u gelooft met heel uw hart. Nu, dat was toevallig de waarheid wat ik zei. Daarom was Hij daar. Hij is overal met de gemeente, overal. Gelooft u dat ik Zijn dienstknecht ben? Ik geloof dat dit de waarheid is. Als ik Zijn dienstknecht ben, als er iets zou zijn waarmee ik u zou kunnen helpen, broeder, dan zou ik het doen. Ik zou het onmiddellijk gaan doen, maar ik kan het niet. Ziet u, ik ben maar een mens.
Maar daar ik Zijn dienstknecht ben… Net zoals dat licht. Nu, als de lichten hier uit zouden gaan… of, als u morgenavond zou komen en de lichten zou aandoen en ze zouden niet aan gaan, zou u niet zeggen dat er niet zoiets was als electriciteit. U zou zeggen dat de draden ergens verkeerd zaten, waarom er geen licht was. Wel nu, misschien gebeurt hier hetzelfde, zie. Het zou kunnen zijn dat er iets verkeerd is dat ik geen contact kan krijgen met God voor u. Maar als het licht schijnt, moet God het aandoen. Ik kan het niet doen. Ik kan het niet doen. Maar Hij heeft mij nog nooit begeven en ik geloof niet dat Hij mij nu zal verlaten.
69
Nu, als God iets aan mij zal openbaren over uw leven, voor ik met u bid… Om u te laten weten dat Hij hier tegenwoordig is, hier is Zijn foto. U bent zich bewust dat er iets nabij is, in Zijn tegenwoordigheid, een gevoel als… zoals totale eerbied. Klopt dat? Nu, als dat juist is, houd uw handen omhoog zodat de mensen kunnen weten dat het de waarheid is. Nu, dat is het enige wat u kan helpen.
U lijdt aan iets, een nierkwaal, nietwaar? Nierkwaal? En u bent naar een dokter geweest. En, oh, het is ook aan de blaas. En hij zei u dat… over het een en ander en hij schudde met zijn hoofd. Hij is in twijfel over iets. Is dat niet waar? En het kan kanker zijn, geloof ik. Klopt dat? U hebt ook hartproblemen. Klopt dat?
Het ging daarna voor mij weg. Was dat de waarheid? Als het de waarheid was, wat ik heb gezegd, steek uw hand omhoog. En gelooft u dat Hij hier staat? Dat Hij alles over u weet? Dat uw zonden onder het bloed zijn, zodat er niets tegen u is? Hebt u nu geloof om te geloven? Kom hier.
Here God, Schepper van hemel en aarde, Auteur van eeuwig leven, ik leg mijn handen op dit stervend kind van U, Heer, en vraag deze duivel te bestraffen die probeert zijn leven te nemen en hem naar een voortijdig graf te zenden, dat dit hem zal verlaten. En moge hij gezond worden, Heer. Ik zegen hem voor zijn genezing. In de Naam van de Here Jezus Christus moge het zo zijn. God zegene u, meneer. Ga nu met blijdschap. Laat ons horen hoe het verder met u gaat.
70
Wees nu eerbiedig. Twijfel niet. Heb geloof. Goed. Nu, denk niet dat ik me niet bewust ben waar ik ben, maar het beweegt nu door het hele gebouw heen, zie. Oh, wat een avond. Wat zouden de mensen nu gezegend kunnen zijn, als ze wilden.
71
Kom even hier. Gelooft u? Met heel uw hart? Ik ken u niet, ik geloof van niet. Wat is uw naam? [“Young.”] Young. Ik ben blij u te ontmoeten, zuster. Maar gelooft u dat u staat in de tegenwoordigheid van Zijn Wezen? Dat wat u voelt is niet omdat uw broeder hier staat; het is omdat Hij hier staat. Gelooft u dat?
Nu, ik ben een vreemde voor u. Ik heb u nooit eerder in mijn leven gezien. Maar als er iets is in uw leven, zal het van God moeten komen. Klopt dat? En als Hij het dan aan mij openbaart, dan, als ik Zijn profeet ben, kan Hij mij alles vertellen wat Hij mij verlangt te vertellen. Klopt dat?
U bent eigenlijk zieker dan u denkt. U hebt tumoren die in de vrouwelijke eierstokken zitten. U werd onderzocht daarvoor en dat is wat hij zei. Is dat waar? Het ging zojuist bij mij weg. Iets vond plaats en ik kon het niet goed vatten. Er is hier vlakbij ook iemand met een tumor, ziet u. Toen ik dat noemde, bewoog het van de één naar de ander.
72
Ik wil weer opnieuw even met u spreken. U hebt ook een zenuwprobleem. Klopt dat? Maagkwaal, en uw zenuwen veroorzaken die maagkwaal. En u bent een persoon die zich veel zorgen maakt. Wel, kijk, u bent soms heel nerveus, nietwaar? U was hier enige tijd geleden aan het afwassen en u liet bijna een bord vallen. Weet u het nog? En toen was u aan het bidden naast uw… toen u hoorde dat ik hier zou zijn; toen vroeg u God dat als u in de rij kon komen, dat u geloofde dat Hij u zou genezen. Klopt dat? U zei Hem dat naast uw… Is dat juist? Nu, gelooft u dat? Niemand ter wereld zou dat gebed kunnen horen dan God alleen. Is dat waar? Gelooft u nu? Mijn zuster, ik zegen u voor uw genezing. Gelovige in Christus, ontvang uw genezing. In de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God, moge u hier vandaan gaan en gezond worden. Amen.
Nu, gelooft u dit. Nu, uw hele kwaal is onlangs op u gekomen, omdat het de overgang is die veroorzaakt dat u nerveus en in de war bent. Nu, als u hier weggaat… Als God aan mij kon openbaren wat uw leven in het verleden is geweest… Ik herinner me nu niet meer wat het was. Het is een visioen, ziet u. En als Hij u kon vertellen wat u in het verleden bent geweest, zal Hij dan niet weten wat er in uw toekomstig leven zal zijn? Als Hij mij dat kon laten weten, zou Hij mij niet laten weten wat er zal zijn? Als u hier vanavond kan weggaan met een gelukkige blijde geest en God dankt en gewoon blij bent en de zaak van u af gooit, zult u in orde gaan zijn. God zegene u. Ga in de Naam van Jezus…?...
73
Hoe maakt u het? Zijn we vreemden? [De zuster spreekt tot broeder Branham.] Ja. U hebt mij gezien sinds ik deze keer hier ben. U speelt op de piano, zegt u? De pianiste. Ik zie het. Maar, ik bedoel, ik ben niet een persoonlijk bekende van u, weet niets over u. Gelooft u dat ik Gods dienstknecht ben? De reden dat ik dat vroeg, is, dat Hij mij zei het de mensen te vragen. Welnu, u genezen, zuster, zou ik niet kunnen want ik ben maar een mens. Wat uw leven betreft, God kent dat. Natuurlijk kan ik zien dat u een bril draagt. Iedereen zou dat weten. Precies zoals ik kan zeggen dat de man die daar zit kreupel is; iedereen zou dat weten die naar hem kijkt. Maar een persoon die er zo gezond uitziet als u en als er dan iets verkeerd is, dat is dan wat anders. Dat is het deel dat niet gezien kan worden.
Maar u hebt een oogaandoening aan uw ogen die u heel de tijd hoofdpijn bezorgt en dergelijke. Is dat niet juist? U hebt steeds hevige hoofdpijnen. En u maakt zich ook zorgen over dit kind. U kwam erg dichtbij het punt om dit kind te verliezen, nietwaar? En de baby… Het probleem is, het is wat… Ik lees uw gedachten niet, maar die baby kan niet lopen en begint op de leeftijd te komen dat het de leeftijd heeft en het loopt nog niet. Klopt dat? Gelooft u dat ik Gods profeet ben? Gelooft u dat als ik God dan zal vragen om hem te genezen, dat de vloek weg zal gaan en er zegeningen op hem zullen komen? Kom naar voren.
Almachtig God, ik leg de handen op de vrouw, op de baby. Zegen haar en geef genezing, Heer. Moge de baby en zij gezegend zijn…?... God zegene u in Jezus Christus Naam. Amen…?...
74
(Is dit de patiënt? Is dit de patiënt?) Hoe maakt u het? Neem me niet kwalijk. Ik wil even met u spreken. Gelooft u dat deze dingen die u hebt zien gebeuren van God komen? U gelooft. Ze kunnen niet van een mens komen. Van niemand anders dan God. De Here zegene u en belone u voor uw geloof.
Nu, als ik Gods profeet ben en Jezus Christus dezelfde is gisteren, vandaag en voor eeuwig, diezelfde Vuurkolom die de kinderen Israëls door de woestijn leidde, kwam op de Zoon van God en leidde Hem en Hij beweerde dat Hij niets kon doen dan wat de Vader Hem toonde, dan is Hij Dezelfde vandaag. Klopt dat? Als ik u niet ken en Hij hier is en u en ik spreken met elkaar, is het net zoals met de vrouw bij de bron, waar de Meester met haar sprak. Hij kon haar niet genezen, maar Hij ontdekte wat haar probleem was. Is dat juist?
Wel, ik beweer dat Hij dezelfde is gisteren, heden en tot in eeuwigheid, dat Hij mij in de wereld bracht met een doel, mij verwekte om de mensen te zegenen op een wijze door een goddelijke gave, die mij werd gegeven door een Engel. Gelooft u dat dit waar is? U gelooft dat dit waar is.
75
Er is iets merkwaardigs betreffende uw leven. Ik kan het nog niet thuisbrengen. Het blijft bewegen, wordt donker en gaat weer bij mij weg. Ik wil even praten… Ja, ik zie het. Ja mevrouw. U hebt een endeldarmprobleem, in ieder geval. Is dat niet juist? Bepaald wel. Een soort nieraandoening, iets aan de klieren daar. En dan nog iets, hier is iets dat… Ik kan het net zo goed zeggen. U hebt een gewoonte die u probeert af te leggen. Is dat niet juist? Sigaretten roken. Klopt dat? God zij u genadig. Kom hier.
Here God, Schepper van hemel en aarde, Auteur van eeuwig leven, die vrouw in dat visioen die dingen te zien wegleggen en proberen ervan weg te lopen, huilen en teruggaan en ze weer pakken. Ik bid voor erbarmen voor deze arme ziel. Oh, jij onreine geest die deze vrouw wil binden in de vorm van een tabaksverslaving, kom uit van haar in de naam van Jezus Christus. Verlaat de vrouw. Nu, mijn zuster, je bent er nu vrij van. Rook niet meer. Die andere zaken zullen bijtrekken. U bent nu in orde. Ga en de Here zegene u.
76
Prijs de Heer, van wie alle zegeningen komen.
Hoe maakt u het, meneer? Ik geloof dat we vreemden zijn, meneer. [“We zijn inderdaad vreemden, jawel.”] Gelooft u dat ik Gods profeet ben? [“Beslist.”] Ik zeg dat niet om te… Ik zeg dat alleen om u te helpen, ziet u, broeder. Begrijpt u? Hebt u dat boekje gelezen wat u in uw zak hebt? [“Jawel.”] Dan begrijpt u wat er nu gaande is, nietwaar? [“Zeker.”] Zou u niet graag weer willen eten en een goede maag hebben en weer eten als vanouds? Gelooft u dat ik Gods profeet ben? Ga dan doen zoals ik u zeg: Eet alles wat u wilt.
Kom hier. Toen ik dat tegen die man zei, beefde u over uw hele lijf, nietwaar? Want u had hetzelfde. Ga en eet uw avondmaaltijd. Heb geloof in God.
77
Goed, kom, dame. Heb geloof. De God des hemels Zelf is in uw tegenwoordigheid. U bent in Zijn tegenwoordigheid. Dezelfde die tot de vrouw zei: “Uw zonden zijn u vergeven.”
Hoe maakt u het, dame? Zijn we vreemden? [De zuster spreekt met broeder Branham.] Toen u was… Vijf jaar geleden toen we hier waren, zag ik u; u ging door een rij of zoiets. U werd toen genezen. Tussen u en mij komt een donkere schaduw. Het beeft en u springt. Er is maar één ding wat dat kan betekenen. Dat is een demon, en die demon is een demon van nervositeit. Klopt dat? U denkt soms dat u uw verstand hebt verloren. Maar hij is een leugenaar. Zo is dat niet. U bent net zo gezond als iemand anders. Maar hij probeert u neer te halen, dame. Besteed er geen aandacht aan.
Gelooft u dat ik Zijn dienstknecht ben? Kijk. Laat mij u iets zeggen. U hebt zolang geprobeerd om één plaats te bereiken, u dacht als… net alsof u uw voet zou neerzetten om daar te beginnen. Is dat niet juist? Ik lees uw gedachten niet, maar u was daar over aan het bidden. Dat is zo. U heeft daar vele malen in uw gedachten gezegd: “Als ik maar op een plaats kon komen waarmee ik kon beginnen.” Klopt… Dit is uw start, regelrecht hier…?... Gods dienstknecht. Gij duivel, in de naam van Jezus Christus, je bent ontmaskerd. Kom uit van de vrouw. Verlaat haar. Ga met blijdschap, zuster. U bent nu vrij...?... Moge de Here u zegenen…?... die zaak.
78
Kom, dame. Hoe maakt u het, dame? U werd tegelijkertijd genezen met haar. U had hetzelfde, nervositeit. Klopt dat? U bent genezen. U kunt verder gaan. God zegene u. Heb geloof in God. Geloof met heel uw hart.
Dat Licht blijft maar daar in die hoek hangen voor een bepaalde reden. Iedere keer dat het een patiënt verlaat, gaat het naar die hoek. Zojuist ging het over het gehoor, kwam terug en stopte regelrecht in die hoek. En elke keer als het hier een patiënt verlaat, schijnt Het regelrecht naar die hoek te gaan, maar ik kan niet zien wat het is. Dus wees in gebed. Ik weet het niet. Nu, wees eerbiedig. U hebt geen recht om God nog te betwijfelen. U hebt geen recht.
Die vrouw zit daar verdrietig, nietwaar? Er is iets gebeurd dat… Kent u haar? Is er iets gebeurd thuis of zoiets, een dood of zoiets? Kop op, dame. Wees goedsmoeds. Jezus leeft en regeert.
79
Heb geloof in God. Breng die baby, wilt u? Wie waagt te zeggen…. Alle duivels in de hel zijn verslagen. Alle geesten zijn mij nu onderworpen door Jezus Christus. De zaak is nu onder controle. Wat zou er kúnnen gebeuren?
Mijn kleine zuster, heb je de Here Jezus lief? Kom hier, lieveling. Als Jezus van Nazareth hier was, zou Hij Zijn handen op je leggen en je zegenen en Hij zou weten wat er verkeerd met je was en je zou gezond worden. Is dat juist? Geloof je dat Jezus aan broeder Branham zal openbaren wat er verkeerd met je is? Je ziet er uit als een fijne, lieve, gezonde meid, maar je bent het niet. Je hebt astma, nietwaar, lieveling? Je heb het er erg moeilijk door. Je hoest en hoest maar en 's nachts moet je moeder je soms wakker maken, om je te laten zitten om te hoesten. Is dat niet waar? Ik zie je moeder werken. Maar je zult gezond gaan worden, nietwaar?
Kom hier. Mijn handen zijn een armzalige vervanging van de Zijne, lieveling, maar de grote Engel van God, die hier nu nabij staat, zal mijn gebed eren. Geloof je dat? Omdat ik het voor jou vraag als voor mijn eigen dochtertje, zie? Nu, kom hier bij broeder Branham. Dierbare hemelse Vader, voor dit arme kleine ding. Ik bid dat U deze vloek van haar weg zult nemen en moge de kleine gezond worden. Ik zegen haar in Jezus Christus' Naam. Amen…?...
80
Wie heeft het recht God te betwijfelen? Niemand die… Kom hier opnieuw, lieveling. Lieverd, kom even hier. Kijk, hier, regelrecht hier. Nee, ga maar door. Dat is in orde.
Daar is hij. Zij lijdt aan hetzelfde. Klopt dat, meneer? Dame, ik heb u nooit in mijn leven gezien. Hebt u een gebedskaart? U hebt geen gebedskaart. [De vrouw spreekt tot broeder Branham.] Genezen van een struma, hier zeven jaar geleden.
God wees genadig. Toen ik dat kleine meisje langs voelde gaan, voelde ik die astma-trek opnieuw. Ik dacht: Waar komt dat vandaan? Dat is op het kind. Het is opnieuw op haar gesprongen. Het kwam daardoor terug en ik dacht… Ik bracht het kind terug, maar het kind is vrij. Ik kwam terug en ik voelde het, en daar was het. Hij mag zich verbergen voor de dokter, maar hij kan zich niet verbergen voor God. Hij is tentoongesteld. Het is een verschrikkelijke demon, die zich vooral schuilhoudt in gebieden als deze, die laag en moerassig zijn. Heb geloof in God. Ik stond te kijken om te zien wat plaats zou vinden.
81
U wilt die aambeien kwijt, u, die daar zit te bidden? Wilt u? Wel, sta op en aanvaard uw genezing, in de Naam van de Here Jezus. Dat had u. Goed. God zegene u. U kunt nu gaan zitten.
Er is iets fout met uw ogen, nietwaar, meneer? Uw vrouw die daar zit heeft spataderen, ook, nietwaar? Klopt dat? Ik dacht dat Hij ergens voor in die hoek hing. Nu, dat wat u nu voelt, zijn de gevoelens van de Heer. Leg uw handen op elkaar. Moge God u beiden zegenen.
82
Satan is ontmaskerd.
Goed. Kom dame. U wilt van die hartkwaal af? Wel, wandel dan gewoon verder en aanvaard uw genezing. Zeg: “Here Jezus, ik dank u.” God zegen haar in Jezus Christus' Naam.
U wilt zijn genezen van de uwe, dame? Wandel gewoon verder en aanvaard het. Zeg: “God, dank u voor mijn genezing,” en volg Hem. God zegene u, zuster.
Dat is…?... nervositeit dan iets anders. U raakt verward …?... U denkt soms dat …?... alleen omdat u helemaal…. Als u gaat liggen is het erger dan ooit. Het is geen gedachtenlezen, maar ik dacht dat toen u daar voorbij ging dat ik het u zou zeggen, zie. Dus ga maar verder, u zult in orde komen. Ga gewoon door en dank God voor …?...
83
Laten we zeggen: “God zij geprezen.” [Samenkomst zegt: “God zij geprezen.”]
Kom. U dacht misschien dat ik de gedachten las van die persoon. Ik heb de vrouw nooit in het gezicht gezien. Leg uw hand op mijn schouder, dame, de patiënt hier. Gelooft u dat ik Gods profeet ben? Gelooft u dat God mij kan tonen hier voor dit gehoor wat er verkeerd met u is? Als ik u zal zeggen in de naam van de Heer wat er verkeerd is met u, zult u het natuurlijk geloven, nietwaar? Het is diabetes. Klopt dat? Als het zo is, steek uw hand op. Nu ga het podium af en wees gezond, in de naam van de Here Jezus. Heb geloof. Geloof Hem met heel uw hart. Heb geloof in God.
Gelooft u, dame, die daar zit? Kom hier. Moeder, spanning, hartprobleem. Klopt dat? Heeft een zwaar leven gehad, met veel verdriet. Nu, ga, geloof de Here nu, en word gezond, in Jezus Christus' Naam .
Heb geloof in God. Gelooft u met heel uw hart?
84
Wilt u graag dat die struma genezen zal worden, dame? Gelooft u dat het kan genezen? Natuurlijk kan ik dat van hier af zien aan uw keel. Zo is het. Kijk mij aan en geloof mij als Gods profeet. U zat daar te bidden dat ik u zou uitroepen, nietwaar? Klopt dat? Dan, opdat u moogt weten… Is dat uw man die daar naast u zit? Kijkt u dan naar mij, meneer. Wat denkt u ervan? Gelooft u dat ik Gods profeet ben? U lijdt aan krampen. Nietwaar? Is dat waar? Leg dan de handen op elkaar en aanvaard Jezus Christus als Uw genezer.
Heb geloof in God. Twijfel niet. Geloof.
U blijft naar mij kijken, meneer. U blijft naar mij kijken. U hebt maagproblemen, nietwaar? Ja. U hebt een maagkwaal. Iets verkeerd in uw hoofd, nietwaar? Jazeker. Het enige echter is, u bent niet in staat te … Er is vaak voor u gebeden. Klopt dat? U hebt het geprobeerd door uw handen op de radio te leggen. U hebt alles in de wereld geprobeerd; vliezen uitgelegd. Klopt dat? Wel dan, waarom staat u niet op en aanvaard uw genezing in de naam van de Here Jezus Christus. Amen.
Waarom doet u niet hetzelfde, dame? Waarom staat u daar niet van op en zegt: “Heer, ik zal gezond worden. Als ik hier blijf liggen, zal ik sterven.” Waarom gaat u niet op uw voeten staan, zegt: “Ik aanvaard mijn genezing,” en word gezond?
85
Ieder hier die nu gelooft dat hij op dit moment genezen kan worden? Leg uw handen op elkaar en laat mij bidden. Leg uw hand op haar. Dame, die astma kan uitlopen op TB in de keel. U ontvangt uw oproep. Wees eerbiedig.
Nu, als God demonen zal laten horen, kan God daar staan en met één gebed elke duivel in dit gebouw laten weggaan. Gelooft u het? Als Petrus de apostel, van God betuigd, zijn schaduw over de mensen kwam, want zij wisten dat God met hem was, hij, die op een dak stond en visioenen zag, enzovoort, en de mensen geloofden het, gelooft ú dan niet dat dezelfde God hier bij ons is vanavond? Met elk wetenschappelijk bewijs.
86
Ik kan mijn kracht voelen wegkwijnen. Iemand heeft zijn hand op mijn rug. Het is iemand en ik weet dat dit zo'n beetje het sein is dat ik moet weggaan. Maar als u zult geloven met heel uw hart, de duivel is tentoongesteld. Daar is nu geen persoon hier binnen nu, geen geest of hij zou onderworpen zijn aan dit gebed. Als ik alleen u er maar toe kan krijgen het te geloven en wat meer. We zouden u één voor één hier kunnen laten komen naar dit podium; het zal dezelfde zaak zijn. U zou uw leven niet kunnen verbergen al zou u willen.
Maar kijk, broeder, uw geloof zal nodig zijn om u te genezen. Kijk omhoog ginds naar Golgotha nu en zeg: “Here God, Schepper van hemel en aarde, ik geloof U nu op dit moment.” Heb geloof nu terwijl ik voor u bid.
87
Almachtige God, Schepper van leven, Gever van elke goede gave, zend Uw zegen op Uw volk. Gij demon, Satan, kom uit van de mensen. Ik bezweer je deze mensen te verlaten in de naam van de Here Jezus Christus, Kom uit van de mensen.